Posts tonen met het label China. Alle posts tonen
Posts tonen met het label China. Alle posts tonen

maandag 23 februari 2026

De eerste zin van De onvindbare stad van Yu Hua

在溪镇有一个人,他的财产在万亩荡。

Zài Xīzhèn yǒu yīge rén, tāde cáichǎn zài Wànmǔdàng.

In – Beekdorp – er is/er bestaat – een mens/man, zijn – bezittingen – in/bij – Tienduizend-[oppervlakte-eenheid]-moeras/broekland.

Deze rén is hoofdpersoon Lin Xiangfu, blijkt al snel, en de zin is een vooruitwijzing: het duurt nog heel wat jaren (en hoofdstukken) voor hij zich daadwerkelijk gevestigd heeft in Xizhen (in mijn vertaling houdt Beekdorp toch maar zijn Chinese naam) en die bezittingen heeft verworven.

Deze eerste zin is op zich niet ingewikkeld.

Lees op de site van boekhandel Athenaeum wat er wél ingewikkeld is aan het vertalen van De onvindbare stad, en hoe ik er toch in geslaagd ben.

vrijdag 26 december 2025

Wat is er dit jaar verschenen: 2025

Het is een goed jaar geweest voor de literatuur vertaald uit het Chinees (en alsof dat niet genoeg is, belooft volgend jaar ook weer een goed jaar te worden.) Wat een diverse verzameling ook: niet alleen fictie en poëzie, maar ook memoires en filosofie deze keer.

Het grote nieuws was natuurlijk de Nijhoff-prijs voor Mark Leenhouts, voor zijn vele en zeer goede literaire vertalingen uit het Chinees. Van hedendaagse tot klassieke literatuur en nu zelfs de adviezen en filosofie van Sunzi, hij kan het allemaal. In de masterclass die hij gaf naar aanleiding van de toekenning van de prijs werd weer eens duidelijk hoe goed Leenhouts erin is om mooi Chinees over te zetten naar mooi Nederlands, zo vrij als nodig en zo precies als mogelijk.

Fictie

Huize Zwaan
Zhang Yueran
Vertaling Annelous Stiggelbout

Kindermeisje Yu Ling beraamt met haar vriend een plan: ze zullen het zoontje van de rijke familie waarvoor ze werkt ontvoeren en met het losgeld samen een fijn leven gaan leiden. Maar halverwege de ontvoering krijgt Yu Ling bericht dat vader is opgepakt. Moeder heeft ook al de wijk genomen, dus nu is er niemand meer om losgeld te betalen – en überhaupt niemand meer om voor het jongetje te zorgen.
Vanuit dat gegeven onderzoekt Zhang Yueran klassenverschillen in de Chinese maatschappij, en ook de positie van vrouwen (zowel rijk als arm, beide niet te benijden), van huispersoneel… Weer een heel rijk boek.
 
Ik heb dit boek in één ruk uitgelezen en vervolgens ook in één ruk uitvertaald. Binnen nauwelijks een half jaar nadat ik begon met vertalen lag het in de winkel, zo snel is het nog nooit gegaan.

Verhalen bij het snuiten van de lamp
Qu You, Li Changqi, Shao Jingzhan
Vertaling Piet Rombouts

Een dozijn verzamelde chuanqi, klassieke Chinese wonderverhalen. Geesten, spoken en andere bovennatuurlijke zaken, het boek is in de Ming-dynastie zelfs een poosje verboden geweest voor zulke ongepaste inhoud.

Filosofie


De kunst van het oorlogvoeren
Sunzi
Vertaling Mark Leenhouts

‘Alles staat erin, alleen de atoombom niet’, placht mijn docent B.J. Mansvelt Beck te zeggen over Sunzi’s klassieker. Er zijn al vele, vele, vele vertalingen en interpretaties van, zijn tips worden niet alleen gelezen door militairen: er is ook Sun Tzu voor managers, Sun Tzu voor advocaten, Sun Tzu voor vrouwen, en dat is nog maar de eerste pagina van zoekresultaten op bol.com.
Maar dit is de eerste keer dat deze belangrijke klassieker integraal rechtstreeks naar het Nederlands is vertaald. En Sunzi is niet alleen praktisch, maar ook beschouwend: ‘Het uitgangspunt van zijn betoog is zelfs dat fysieke oorlog in feite zo lang mogelijk vermeden moet worden, alleen al om verspilling van kracht, mensen en middelen tegen te gaan. Er zit een taoïstische, door de natuur ingegeven kant aan die instelling, evenals aan de afwezigheid van een beroep op de confucianistische deugd of de heroïek van het slagveld.’

Maak kennis met Laozi
Vertaling Jan De Meyer

Nog een klassieker: de Daodejing, ook wel de Laozi. Adviezen aan de heerser van een land, maar Laozi's filosofie is ook van nut voor het gewone leven. Net als Sunzi al vele malen vertaald, en net als Sunzi lang niet altijd met de zorgvuldigheid die nodig zijn voor een echte goede vertaling. Dus het is mooi dat deze er is: de eerste vertaling rechtstreeks naar het Nederlands naar de commentaren van Sima Chengzhen, door sinoloog, filosoof en eminent vertaler Jan De Meyer.

‘Het sterke van de tekst is dat hij levenswijsheid bevat voor iedereen. Het gaat steeds over het cultiveren van iets wat al in jezelf aanwezig is – worden wat je diep vanbinnen al bent. Het geluk zit in het cultiveren van het talent dat in je zit. En iedereen heeft zo’n talent,' zegt De Meyer erover.

Meester Guans Technieken van het hart
Vertaling Carlo Hover

De Guanzi, traditioneel toegeschreven aan filosoof en staatsman Guan Zhong, handelt over de ideeën over politieke economie die zich ontwikkelde tijdens de periode van Lente en Herfst. De Guanzi behandelt allerlei uiteenlopende onderwerpen; dit boek is een vertaling van de vier verhandelingen over de 'technieken van het hart' (心術).
 
‘De hier vertaalde geschriften over de technieken van het hart schetsen vanuit een vooral daoïstische invalshoek een sterk lichamelijke psychologie van zelfcultivering en politiek bestuur. Dat vertoont kenmerken van wat we tegenwoordig 'biopolitiek' noemen. De vertaling en analyse van deze teksten wil die bron ontsluiten en verkennen wat die ons hier en nu misschien nog te zeggen heeft.’

Memoires

Hu Anyan
Vertaling Silvia Marijnissen

Hu Anyan bezorgt, zoals de titel al zegt, pakketjes, en heeft daarvoor en daarna ook allerlei andere laagbetaalde baantjes, maar wat hij echt wil is schrijven. Zijn boek over zijn verschillende banen sloeg zeer aan bij de Chinese lezers en is nu ook in het Nederlands te lezen. Ik heb het nog niet gelezen, maar ben benieuwd of er parallellen zijn met de uitbuiterij in Nederland: hoe is het hier voor de pakketbezorgers, distributiecentrummedewerkers, fruitplukkers en andere laagbetaalde arbeidsmigranten?

Louis Hothothot

Chinees-Nederlandse filmmaker Louis Hothothot kijkt terug op zijn jeugd: hij was het tweede kind, de zoon zo felbegeerd dat zijn ouders daarvoor de regels van het eenkindbeleid wilden breken, maar wat betekende dat voor hem, en zijn oudere zus? Vertaald door Céline Linssen, in samenspraak met de auteur.  

Poëzie

Dochters
Ling Yu
Vertaling Silvia Marijnissen

Silvia Marijnissen komt ook dit jaar met een bundel uit het Chinees vertaalde poëzie, deze keer werk van de Taiwanese Ling Yu. ‘In een nu eens vertellende en dan weer spaarzame, bijna minimalistisch stijl wisselt ze herinneringen aan haar moeder en haar eigen jeugd af met meer filosofische bespiegelingen. Bedachtzaam en gevoelig onderzoekt ze wat het betekent om een vrouw te zijn in een patriarchale maatschappij.’

Nu in paperback

Berg en water
Vertaling Silvia Marijnissen

Een collectie klassieke Chinese landschapspoëzie, oorspronkelijk verschenen in 2013 en nu in paperback verkrijgbaar.


De droom van de rode kamer
Cao Xueqin
Vertaling Silvia Marijnissen, Anne Sytske Keijser en Mark Leenhouts

Het was dé literaire gebeurtenis van 2021: de eerste integrale vertaling rechtstreeks uit het Chinees van deze klassieker. Jia Baoyu, telg van een rijke en machtige familie, groeit met zijn nichtjes op in een prachtige tuin en verspilt zijn tijd met lezen, poëzie schrijven en partijtjes. Maar er zitten nog veel meer lagen in deze roman.
Deze magistrale vertaling was ook nog heel mooi uitgegeven, met vier gebonden delen in cassette. Aan de andere kant is het voordeel van deze paperback-uitgave dat hij niet alleen veertig euro goedkoper is, maar ook dunner, dus dan blijft er ruimte over in de boekenkast voor nog meer mooie boeken.

En dat is 'm voor dit jaar! Ook met dank aan Audrey Heijns, die Verretaal beheert en me daardoor elk jaar kan wijzen op titels die ik gemist heb voor deze lijst.

2026 belooft opnieuw een mooi jaar te worden: we trappen af met De onvindbare stad van Yu Hua (eindelijk verschijnt-ie dan!), gaan meteen verder met een serie van drie bundels uit en over Taiwan, en dan kunnen we alvast wachten op nog drie Taiwanese romans die as we speak worden vertaald. En dat zijn alleen nog maar de projecten die al in de pijplijn zitten en waarvan ik gehoord heb.

vrijdag 28 maart 2025

Sterven omdat ze vrouw zijn

De stand van zaken in China, wat femicide betreft: volgens een studie uit 2017 worden er honderden vrouwen per jaar gedood door hun partner. Dit is nog los van een voorkeur voor zonen, waardoor veel meisjes niet eens geboren worden en er zo’n 110 jongens ter wereld komen tegen elke 100 meisjes; nog los van de vele gevallen van huiselijk geweld tegen vrouwen en meisjes; nog los van ontvoeringen van vrouwen om hen gevangen te houden als echtgenote van mannen die geen vrouw konden vinden (mede door dat tekort aan meisjes); en nog los van een stigma voor vrouwen die gescheiden zijn, niet op tijd trouwen of geen kinderen krijgen.

In de bundel Tien liefdes van de Chinese schrijfster Zhang Yueran staat een verhaal over zo’n vrouwenmoord: het ingehouden en daardoor alleen maar gruwelijker ‘De boot’. Een vader gaat met zijn dochtertje een dagje naar de zee. Ze gaan een boot bouwen voor mama, zegt hij tegen haar. Mama slaapt nu, maar we nemen haar mee naar zee, en dan zal ze laten zien hoe goed ze kan zwemmen. Papa praat lief tegen zijn dochtertje, maar geleidelijk wordt duidelijk wat er aan de hand is: mama wilde geen gezeglijke echtgenote zijn en ze wilde geen kind, ze wilde uitgaan en dansen. Papa had er genoeg van en heeft haar gedood (‘Leg dat mes maar neer, mijn kindje, het is erg scherp. Nee, niet likken! Dat rode spul is geen siroop.’), en eenmaal bij de zee legt hij haar in een kist en laat haar wegdrijven. Het dochtertje mag helpen: ‘Kom maar met papa mee. We gaan haar de zee op duwen.’

In andere verhalen in de bundel sterven nog meer jonge vrouwen omdat ze vrouw zijn. Maar niet altijd is het femicide in strikte zin, waarbij een man opzettelijk een vrouw doodt: Zhang Yueran kiest ook voor een andere benadering, met verhalen waarin het eerder om indirecte femicide gaat.

Lees de rest van mijn stuk over de dode meisjes in de verhalen van Zhang Yueran in Armada nr. 1 van 2025: Femicide en geweld tegen vrouwen in de literaire verbeelding.

vrijdag 27 december 2024

Wat is er dit jaar verschenen: 2024

Niet zo bijster veel, blijkt! Net genoeg om dit een lijstje te noemen.

Poëzie

Omslag van De nachtwaker, met een portret van de dichter.
De nachtwaker 
Yu Kwang-chung
Vertaling Silvia Marijnissen

Silvia Marijnissen bouwt nog altijd gestaag voort aan haar groeiende oeuvre vertaalde Chineestalige poëzie. De oogst van dit jaar is deze bundel van Yu Kwang-chung. Geboren in Nanjing, ontheemd door de Chinese burgeroorlog en uiteindelijk in Taiwan terechtgekomen, zoals velen in zijn generatie. 'Het existentiële drama van de hele generatie schrijvers die China rond 1949-1950 verliet en zich in Taiwan vestigde, leidde tot een gevoel van ontheemding dat Yu Kwang-chung nooit meer heeft verlaten. ... Het heeft gedichten opgeleverd die net zoals de klassieke poëzie getuigenis afleggen van de tijd waarin hij leefde.'

Vijf gedichten van Liu Xia in Terras
Vertaling Daan Bronkhorst

Ook Daan Bronkhorst vertaalt al jaren poëzie, uit het Chinees en andere talen, onder andere voor verschillende bundels voor Amnesty. Voor Terras nr. 25 vertaalde hij vijf gedichten van Liu Xia: 'Een vogel en nog een vogel', 'Zwart zeil', 'Tirade', 'Fragment 8' en 'Niets te zeggen'. De Chinese dichteres en kunstenares Liu Xia is ook bekend als de weduwe van Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo. Na jaren onder huisarrest te hebben geleefd kon ze in 2018 uitwijken naar Berlijn, waar ze nog steeds woont.

Proza

Afbeelding van het omslag van Gesprekken bij het groene traliewerk
Gesprekken bij het groene traliewerk

Liu Fu
Vertaling Piet Rombouts

Ten slotte Piet Rombouts: ook al jaren actief, maar bijna in het geheim. Rombouts heeft in eigen beheer al een hele lijst boeken uitgegeven: een aantal nieuwe verhalen van Rechter Tie, en allerlei vertalingen van oudere teksten, van Feng Menglong tot Lei Jin – maar dan moet je wel weten dat ze er zijn, want ze worden nergens besproken (jammer eigenlijk), ze hebben geen website, en je moet haast de vertaler kennen om te weten dat ze bestaan.

Gelukkig zijn ze wel gewoon te koop, en bij Libris zijn het voorwoord en het eerste verhaal in te zien. Gesprekken bij het groene traliewerk bevat eenentwintig zogenoemde chuanqi, een soort sprookjes uit het oude China, vaak met bovennatuurlijke elementen, en anekdotes van beroemde literaten en staatslieden. De meeste verhalen dateren uit de 11de eeuw of vroeger.

Over auteur Liu Fu is weinig bekend. Wel weten we dat hij in de 11e eeuw leefde, tijdens de Noordelijke Song-dynastie, en dus heel iemand anders is dan Liu Fu alias Liu Bannong, vernieuwend schrijver uit de vroege 20e eeuw, die naast zijn proza, poëzie en vertalingen ook het karakter 她 voor 'zij/haar' heeft uitgevonden, en meteen een pophit schreef met dat karakter erin.

Kinderboeken

Uitgeverij Clavis bracht elk jaar wel een stapeltje kinderboeken uit, maar dit jaar kon ik niets vinden. Hopelijk heb ik niet goed genoeg gezocht, of is het een tijdelijke pauze.

En dat is alles voor dit jaar. Heb ik iets gemist, laat het me dan vooral weten.

Voor volgend jaar is een rijkere oogst te verwachten. Silvia Marijnissen is voor de verandering bezig met proza, ikzelf heb eindelijk De onvindbare stad van Yu Hua ingeleverd en ben alweer bezig aan het nieuwe boek van Zhang Yueran, en daarnaast zijn er plannen voor meerdere verhalenbundels die volgend jaar zouden moeten verschijnen.

vrijdag 13 december 2024

Het stadje Beekheem, vlakbij Groot-Broekland, in Zuid-China

Ik ben al een tijdje bezig met het vertalen van het boek Wencheng van Yu Hua, Nederlandse werktitel De onvindbare stad. Het gaat over een jonge man, een behoorlijk welgestelde boer die ergens in Noord-China woont. Op een dag komt er een jonge vrouw bij hem aan de deur: ze is op reis van haar geboorteplaats Wencheng naar de hoofdstad, maar de postkoets heeft panne, mag ze hier misschien logeren? Van het een komt het ander, ze worden verliefd, ze krijgen een kind… maar dan is de vrouw op een dag verdwenen. De man laat het er niet bij zitten: hij pakt zijn spullen en de baby en gaat op reis, op weg naar Wencheng om haar daar te zoeken.

Wencheng vindt hij niet, maar hij komt in het plaatsje Xizhen, dat er precies op lijkt, dus daar strijkt hij dan maar neer. Xizhen ligt niet ver van Shendian, en ook Shanghai ligt op nog bereisbare afstand. In de buurt liggen nog wat kleinere dorpen, zoals Wangzhuang en Xilicun.

Bent u al in de war? Die plaatsnamen betekenen allemaal iets, en soms is het best de moeite om ze te vertalen.

Lees hoe ik dat heb aangepakt in mijn artikel op Boekvertalers.nl. Het boek verschijnt als het goed is in 2025 bij De Geus.

vrijdag 5 januari 2024

Wat is er dit jaar verschenen: 2023

Het is weer een goed jaar geweest voor Chinese literatuur in Nederlandse vertaling, en dat is een overzicht waard. Ik gebruik de term ‘Chinese literatuur’ voor het gemak maar even in de allerbreedst mogelijke zin, dus in deze lijst niet alleen proza dat in China in het Mandarijn is geschreven door een Han-Chinese auteur, maar ook bijvoorbeeld poëzie uit Taiwan en een roman geschreven in Xinjiang en vertaald uit het Oeigoers.

Fictie

De klacht van de buffel
Diverse auteurs
Vertaling Wilt Idema

China heeft geen grote traditie van dierenverhalen, maar Wilt Idema heeft er in dit boek toch een aantal bij elkaar gebracht. De buffel uit de titel beklaagt zich omdat hij na een heel leven belangeloos hard werken zomaar geslacht wordt. De muizen en de katten voeren oorlog nadat de katten de muizenbruiloft wreed hebben verstoord. De zwaluw keert terug naar zijn nest en treft daar een mussen-familie aan die niet van plan is te vertrekken, zodat de feniks recht moet spreken in deze gevoelige kwestie. Stuk voor stuk fijn vertaald en uitstekend ingeleid.

Hormonen in de nacht
Lu Min
Verschillende vertalers, onder redactie van Annelous Stiggelbout

Tien verhalen over heel gewone mensen, wier heel gewone leven ontspoort door kleine obstakels – vaak veroorzaakt door op hol geslagen hormonen. Nog meer dan over seks gaan deze verhalen over de tijd, verval en de onvermijdelijke dood, maar dan wel met humor en enige absurde situaties.

Het Confucius Instituut Groningen heeft deze bundel mogelijk gemaakt: deze bundels zijn een doorgaand project, waarbij een verhalenbundel van een auteur wordt vertaald door verschillende vertalers, ervaren en minder ervaren, onder redactie van een ervaren vertaler. Doordat China op slot was naar aanleiding van de covid-pandemie kon Lu Min helaas niet naar Nederland komen, maar we hebben haar wel per Zoom vragen kunnen stellen. Twee jaar geleden is dankzij dit project de dichtbundel Ik schrijf gedichten omdat ik een toeval ben verschenen, van Wang Jiaxin, en hopelijk kunnen we komend jaar weer iets moois maken.

De achterstraten
Perhat Tursun
Vertaald via het Engels door Irwan Droog

‘Het boek volgt een naamloze Oeigoerse man die Ürümqi komt. In zijn zoektocht naar een kamer, een plek om de nachten door te brengen, ontmoet hij niets dan koude blikken en afwijzing. Hij zwerft door de achterstraten en dwaalt door de eeuwige dichte mist die de stad teistert.’

Misschien wel de eerste Oeigoerse roman die ooit in het Nederlands verschenen is. Mooi dat uitgeverij Jurgen Maas haar werkgebied verder uitbreidt hiermee. Schrijver Perhat Tursun is, met vele van zijn volksgenoten, inmiddels in een strafkamp verdwenen; de anonieme Oeigoerse vertaler die Perhats Engelse vertaler assisteerde ook.

Notities van een theoreticus
Shi Tiesheng
Vertaling Mark Leenhouts

'Voor Shi Tiesheng, als gerolstoeld schrijver, is lichamelijke beperking altijd een uitgangspunt geweest voor bespiegelingen over het menselijke gebrek in het algemeen. "Hardop nadenkend" laat hij in dit eigenzinnige zelfportret zijn eigen herinneringen samenvloeien met herinneringen aan een handvol anderen, mensen van wie hij het leven op verschillende manieren door het lot getekend ziet.' Een van de meest geliefde schrijvers van China, nu eindelijk eens uitgebreid in het Nederlands vertaald.

De spijker
Zhang Yueran
Vertaling Annelous Stiggelbout

Li Jiaqi komt na achttien jaar afwezigheid weer terug in de wijk waar ze is opgegroeid, en ontmoet daar haar jeugdvriend Cheng Gong weer. In een lange donkere nacht vertellen ze elkaar over hun jeugd en hoe het hen sindsdien vergaan is, en langzaam wordt duidelijk hoe het lot van hun families met elkaar verbonden is door gruweldaden begaan tijdens de Culturele Revolutie, en hoe die ook henzelf nog altijd tekenen. Een van de beste boeken van het jaar volgens Volkskrant én NRC én FD.


Poëzie

Silvia Marijnissen bouwt nog altijd onvermoeibaar voort aan een breed oeuvre van poëzievertalingen uit het Chinees, en dankzij haar inspanningen zijn dit jaar verschenen:

Als ijzer zo stil
Zheng Xiaoqiong
Vertaling Silvia Marijnissen

Zheng Xiaoqiong was zelf migrantarbeidster: ze heeft jarenlang in fabrieken in Zuid-China gewerkt. Nu schrijft ze over migrantarbeiders, en dan vooral de vrouwen onder hen. De compassie en het engagement is duidelijk te lezen in haar gedichten en ze wil met haar poëzie de omstandigheden tonen waarin onze spullen gemaakt worden. Ze toont in haar poëzie de menselijkheid van de arbeiders, hun dromen en wensen, hun ideeën over hun werk en de spullen die ze maken, maar ze is zich ook zeer bewust van het grotere plaatje: milieuverontreiniging door fabrieken; de disruptie van gemeenschappen door de industrialisatie; de kloof tussen arm en rijk, niet alleen in China, maar ook elders in de wereld, en het daaruit voortkomend populisme en conservatisme.

Levenslijn
Yinni
Vertaling Silvia Marijnissen

'Veel gedichten van Yinni zijn absurdistisch, recht voor de raap, humoristisch, en richten zich op de absurditeit en tegenstrijdigheden van het moderne leven. Poëzie is voor haar essentieel om te overleven, zoals blijkt uit het voorwoord van haar vijfde dichtbundel: ‘Voor ik poëzie begon te schrijven was ik slechts een rondtrekkend lijk.’ Haar zeer persoonlijke werk is wars van conventies, en haar ontluisterende observaties, emoties, verwarring, pijn, boosheid, zwakheden of verwondering tonen een moeizame relatie met de wereld. De personages die Yinni ons voorschotelt zijn dan ook vaak onaangepast of voelen zich verloren in een wereld waarvan de ‘regels’ hen ontgaan.'


Kinderboeken

Duan Xuefei, Het groene land
Jin Xiaoyu, De appelboom van opa Knor
Chen Zhou, Wat eten we vandaag?
Cedar Wang (Wang Zihuan), Codebreker Charlotte
Wen Ermin, Bootje van papier
Liu Hao, De worstelaars van het grasland

Kinderboekenuitgeverij Clavis geeft nu al best een tijd elk jaar weer een stapeltje Chinese kinderboeken uit, vooral prentenboeken. De oogst aan onderwerpen is dit jaar is weer divers: van een Mongoolse worstelaar tot een geheimzinnige code uit de Tweede Wereldoorlog tot een boom met lekkere appels. Jammer wel dat ik nergens kon terugvinden wie deze boeken in het Nederlands heeft vertaald, het staat zelfs niet in het colofon. (Misschien Lise Merken, sinologe die bij Clavis verantwoordelijk is voor de buitenlandse rechten?) 

*** 

Zelf vertaal ik langzaam maar gestaag verder aan Wencheng, de nieuwste van de beroemde schrijver Yu Hua. Hij is nog lang niet af, maar hij komt!

vrijdag 13 oktober 2023

De straf van Hua – Feng Jicai

Hua Xiayu, pas afgestudeerd aan de kunstacademie, wil verder in de kunsten – maar in plaats daarvan wordt hij te werk gesteld in een porseleinfabriek in een afgelegen regio. Hij gaat aan het werk, trouwt een lieve vrouw, maar dan komt de Culturele Revolutie en hij wordt wreed mishandeld en uiteindelijk te werk gesteld in een mijn verderop. Zijn vrouw aborteert hun ongeboren kind en scheidt van hem. Hua Xiayu ontdekt in de buurt van de mijn allerlei prachtige volkskunst. Uiteindelijk eindigt de Culturele Revolutie en kan hij terug naar de porseleinfabriek, waar zijn grootste kwelgeest nog altijd manager is. Maar hij geeft de moed niet op en blijft gewijd aan de kunsten.

Omslag van De straf van Hua. Illustratie van twee mensen: links een man in het blauw, met een witte punthoed op en een penseel in zijn hand. Hij kijkt ongelukkig. Rechts een vrouw in een groene jurk, ze kijkt gesloten. Midden onder een wollige zwarte hond.
Omslag van De straf van Hua
Om eerst maar even een stokpaardje te bereiden: Vrouwen komen er niet erg goed vanaf in De straf van Hua. Als Hua Xiayu in politieke problemen komt, aborteert zijn vrouw Luo Junjun zoals gezegd hun kind en scheidt ze van hem. Hij ontmoet haar later opnieuw en oordeelt dat het licht uit haar ogen is. Ze is ‘praktisch geworden’, en dat kan niet meer teruggedraaid worden. Je kan je afvragen onder wat voor druk zij is gezet, en of Xiayu redelijkerwijs een andere keus van haar had kunnen verwachten. Eerder leren we al dat ze behalve een tante geen familie heeft. (Over vriendinnen of vrienden lezen we niets.) Kon ze het zich veroorloven iets anders te doen dan praktisch worden? De eerdere vriendin van de hoofdpersoon blijkt de oorzaak van zijn vervolging. Ze had het niet gemeen bedoeld, maar ze had gerapporteerd over politiek ongewenste twijfels die hij tijdens hun verkering tegen haar had uitgesproken. De vrouwen in dit boek verraden de hoofdpersoon en keren hem de rug toe.

Ander detail dat me skeptisch deed kijken: als de hoofdpersoon Junjun voor het eerst ontmoet, gaat dat zo: ‘Ik herinner me … dat ik veel gepraat heb, maar ik herinner me niet waarover. … Zij zei bijna niets. Een licht als van een schoon beekje na het smelten van de sneeuw glinsterde in haar omfloerste ogen. Haar wimpers waren lang, zacht en dicht ingeplant, ze deden denken aan dons.’ Er is een slag mannen dat een uur tegen een vrouw aan kan praten over zichzelf en zaken die hij interessant vindt, en dan achteraf vindt dat hij zo’n goed gesprek met haar heeft gevoerd en haar beslist vaker wil zien. Gelukkig dat Xiayu bij latere ontmoetingen ook haar waardering van kunst en literatuur erg fijn vindt.

Zwartwitfoto van schrijver Feng Jicai, zittend achter een bureau met allerhande schrijf- en tekenparafernalia. Feng kijkt in de camera.
Schrijver Feng Jicai
Hua Xiayu maakt allerlei ellende door, maar onder alle omstandigheden vindt hij steeds weer inspiratie en hoop voor de toekomst. Het verhaal is een raamvertelling: de eerste ik-persoon is een schrijver die de hoofdpersoon ontmoet in de trein. Aardige keuze, die het verhaal inderdaad net wat interessanter maakt. De verteller van de raamvertelling overdenkt aan het eind van het boek de levenslust van Hua Xiayu en anderen die net als hij veel geleden hebben: ‘De laatste jaren heb ik op mijn reizen heel wat van deze mensen ontmoet. Zij hebben al het leed van de wereld meegemaakt. Aan de oppervlakte is daar echter geen spoor van te zien. … Hun ogen en hun hart houden zij niettemin hardnekkig gericht op het leven!’ Dat is een fijne conclusie, maar ook wat al te optimistisch, lijkt me. Om te beginnen zullen de mensen die zich wel van het leven hebben beroofd (of die zijn doodgeslagen) niet bij de verteller in de treincoupé komen zitten. De oorspronkelijke titel van het boek is Ganxie shenghuo, iets als ‘dank voor het leven’ of ‘dankjewel, leven’ of iets vrijer vertaald, ‘goddank leef ik’; misschien dat de auteur zichzelf (en zijn lezers) moed inspreekt, wil inspireren om het leven ondanks alles wat er gebeurd is hoopvol tegemoet te treden.

Interessant genoeg is dit boek gepresenteerd als een kinderboek (uitgebracht door een kinderboekenuitgeverij, deed mee aan de Kinderjury 1995). De lengte (99 pagina’s) past goed bij een kinderboek en een trouwe hond speelt een rol in het verhaal, maar verder zijn de hoofdpersonen allemaal volwassenen, is de inhoud behoorlijk volwassen, en is ook het taalgebruik niet per se simpel. Maar misschien hadden kinderen in de jaren 1990 geen moeite met langere woorden, veel culturele verwijzingen en zware volwassen thema’s.

Al met al een heel goed, duidelijk voorbeeld van littekenliteratuur. De vertaling van Elly Hagenaar is van 1994, het origineel van 1985 – precies de periode dat er veel van dit soort verhalen naar buiten kwamen, waarin schrijvers de ellende van de Culturele Revolutie in literatuur verwerkten. Prima geschreven boek, prima vertaald.

Besproken: De straf van Hua door Feng Jicai, vertaald door Elly Hagenaar (Amsterdam: Leopold, 1994).

vrijdag 25 augustus 2023

De klacht van de buffel

Idema flikt 't 'm weer. De klacht van de buffel is weer eens een heel fijn, leesbaar boek met teksten waarvan je van je leven niet zou hebben bedacht dat je erop zat te wachten, om er dan met zo’n bundel als deze achter te komen dat je dus met veel plezier eeuwenoude Chinese berijmde toneelstukken zit te lezen.

Ik heb meer van Idema’s werk. In de jaren 1990, toen ik op de middelbare school zat en al geïnteresseerd begon te raken in China, kreeg ik zijn boeken soms kado en las ik stiekem tijdens de geschiedenis- of economieles oude Chinese verhalen. Voor mijn studie kocht ik de Spiegel van de Klassieke Chinese poëzie, en tijdens (maar niet eens voor) mijn studie De onthoofde feministe. Ook koop ik zijn boeken nog wel eens bij antiquaren of tweedehandswinkels. Zo zat ik dus een tijdje terug te lezen in Vermaning van een dode hond, ook al oude toneelteksten, en ontdekte ik dat dat boek, Idema’s eerste, volgend jaar vijftig jaar oud is. Al vijftig jaar maakt deze professor, die het met zijn werk aan ’s werelds beroemdste universiteiten en alle Engelstalige academische werken die hij heeft geschreven toch druk genoeg moet hebben gehad, voor het Nederlandse leespubliek vlot leesbare en nuttig be-eindnote Nederlandse vertalingen. Beseffen we wel hoezeer we het daarmee getroffen hebben? Moet deze man niet een keer een of andere vaderlandse prijs winnen voor zijn werk?

De klacht van de buffel is een bundel met vier hoofdstukken, waarbij in elk een ander dier of groepje dieren centraal staat: zwaluw en mus, buffel en wolf, muis en kat, en een clubje insecten. Elk hoofdstuk begint met een inleiding over de schrijver van de stukken, de geschiedenis van het vertelde verhaal, informatie over hoe het toneelstuk op de planken werd gezet (want het zijn allemaal stukken die bedoeld waren om te worden opgevoerd), het soort gedicht… Je onthoudt het niet per se allemaal, maar het is wel allemaal enorm interessant en heel toegankelijk opgeschreven. En vervolgens ook nog eens met een keurige wetenschappelijke bronvermelding in de eindnoot, en een verantwoording van welke tekst de vertaler heeft aangehouden voor zijn vertaling. Ik vermoed dat het aantal lezers dat het origineel erop na zal willen slaan op één hand te tellen is, maar die paar lezers weten dan dus wel precies welk boek ze moeten hebben.

De klacht van de buffel uit de titel gaat over de ondankbare manier waarop hij behandeld wordt: trouw beploegt hij het land en doet hij allerlei ander zwaar werk, dankzij zijn inspanningen kan zijn baas en diens gezin welvarend leven, maar als hij oud wordt, laat die baas hem zomaar slachten. Dat thema komt terug in het verhaal over de wolf van Zhongshan. Die wolf wordt door jagers achterna gezeten, en een filosoof die toevallig voorbij komt wil hem wel redden door hem te verbergen in zijn boekentas. De jagers rijden onverrichter zake verder, maar als de wolf eenmaal weer veilig en wel uit de tas is, wil hij de filosoof opeten. De filosoof weet de wolf over te halen eerst drie oude wezens om hun oordeel te vragen. Dat worden een boom, een buffel en een oude man. Die laatste redt de filosoof met een list het leven. Want de boom en de buffel zijn het met de wolf eens: ondank is ’s werelds loon, dus de wolf kan zijn redder best opeten.

Het verhaal van de wolf van Zhongshan doet een beetje denken aan dat van de schorpioen en de kikker. De schorpioen wil een rivier oversteken, maar hij kan niet zwemmen. De kikker wil hem op zich wel helpen, maar, zegt hij, straks steek je me nog dood. Nee joh, zegt de schorpioen, dan verdrink ik toch zelf ook? Daar zit wat in, vindt de kikker, en ze gaan op weg. Halverwege de rivier steekt de schorpioen de kikker. Waarom doe je dat nou, zegt de kikker, stervend en zinkend. Het is nou eenmaal mijn aard, zegt de schorpioen. Ook daar is ondank ’s werelds loon.


Japanse prent van een veldslag tussen muizen en katten. De muizen, linksboven, rennen weg; de katten, rechtsonder, rukken op. Alle strijders zijn in traditionele Japanse wapenrustig, de katten hebben een hoge gele vlag met Japanse tekst.
De oorlog tussen de muizen en de katten.
(Prent uit 1859 van Yoshitoshi Tsukioka,
hier gevonden.)

Het verhaal over muis en kat gaat over de oorlog tussen de muizen en de katten, die begint met de muizenbruiloft die bruut wordt overvallen door katten. Idema sprak laatst op de presentatie van het nieuwste nummer van tijdschrift Zemzem, en vertelde daar over de muizenbruiloft en de oorlog. Het verhaal is eeuwenlang in een heel groot deel van de wereld bekend geweest – van het oude Egypte tot Perzië tot dus China en Japan – en tot in de middeleeuwen hing er in West-Europa in elke herberg wel een afbeelding van de muizenbruiloft of de oorlog tussen katten en muizen. En nu is het verhaal, in Nederland althans, geheel vergeten. Heel bijzonder, zoiets. Hoeveel verhalen zijn we nog meer vergeten, en hoeveel verhalen zijn in grote delen van de wereld bekend maar toevallig niet bij ons?

Maar dit verhaal is dankzij Idema dan toch weer terug in Nederland, samen met de andere intrigerende fabels in dit boek, in een vertaling geschikt voor leek en expert en iedereen die daartussen zit.

Besproken: De klacht van de buffel en andere klassieke Chinese dierenfabels, vertaald en toegelicht door Wilt L. Idema (Amsterdam: Athenaeum, 2023).

Ook genoemd:
Spiegel van de klassieke Chinese poëzie, van het Boek der Oden tot de Qing-dynastie, samengesteld en vertaald door W.L. Idema (Amsterdam: Meulenhoff, 2000).
De onthoofde feministie: Leven en werk van schrijvende vrouwen in het Chinese keizerrijk van de vroege tweede eeuw v.Chr. tot de eerste jaren van de twintigste eeuw, door W.L. Idema (Amsterdam: Atlas, 1999).
Vermaning door een dode hond: vier Chinese komedies uit het eind van de dertiende eeuw, vertaald en ingeleid door W.L. Idema en D.R. Jonker (Amsterdam: Arbeiderspers, 1974).

Aanvulling: Maghiel van Crevel merkte in een Facebook-reactie op dat Wilt Idema in 1992 de Nijhoffprijs heeft gewonnen (zijn dankwoord is te lezen op VertaalVerhaal.nl). De vaderlandse prijs voor zijn werk heeft hij dus al gekregen, dat is mooi.

vrijdag 31 december 2021

Wat is er dit jaar verschenen: 2021

2021 was een goed jaar voor Chinese literatuur en poëzie in Nederlandse vertaling. Een goed najaar, vooral. Wat is er uitgekomen, in tamelijk willekeurige volgorde:

De droom van de rode kamer
Cao Xueqin
Vertaling Mark Leenhouts, Anne Sytske Keijser en  Silvia Marijnissen

Hét grote Chineseliteratuurnieuws van het jaar, of zelfs van de eeuw tot nu toe: de eerste integrale vertaling rechtstreeks uit het Chinees in het Nederlands van de Droom van de rode kamer is – eindelijk – af! Vertalers Silvia Marijnissen, Mark Leenhouts en Anne Sytske Keijser hebben er twaalf of dertien jaar (afhankelijk van wie je het vraagt) aan gewerkt en wij, de geïnteresseerde lezers, hebben er al die tijd geduldig op gewacht, en nu is het boek er dan.

Het vier delen dikke boek vertelt over de wederwaardigheden van (vooral) de jonge Jia Baoyu en zijn nichtjes, alle telgen uit de rijke familie Jia. Baoyu moet eigenlijk hard studeren, zodat hij net als zijn vader en ooms ambtenaar kan worden en de rijkdom en macht van de familie Jia voort kan zetten, maar liever gaat hij op bezoek bij zijn nichtjes of dolt hij met zijn dienstmeisjes. Tegelijk is het geheel een boeddhistische allegorie: uiteindelijk is alles leegte en ijdelheid. 

De presentatie van het boek, met interessante inleiding door Anne Sytske Keijser, is op YouTube terug te kijken.

Vooral dankzij de inspanningen van Silvia Marijnissen verschijnen er de laatste paar jaar opvallend veel bundels uit het Chinees vertaalde poëzie. Vorig jaar kregen we Yang Mu en Ye Mimi, dit jaar:

Ik schrijf gedichten omdat ik een toeval ben
Jidi Majia
Vertaling Silvia Marijnissen

Jidi Majia (1961) behoort tot de Nuosu, een minderheidsvolk uit de provincie Sichuan. Hij werd bekend met zijn poëzie die stevig geworteld is in de tradities van zijn volk. 

Jidi Majia presenteert ons begripvolle gedichten voor de contingentie die de mens heet te zijn. Wat geluk is, wat lijden, dat moet iedere mens zelf maar uitvinden; het is, zo schrijft hij, niet aan de dichter dat uit te leggen. Daarmee keert hij heus zijn rug niet naar de maatschappij, want geluk en lijden zijn wel degelijk te benoemen.’

Een asgrauwe dageraad
Wang Jiaxin
Verschillende vertalers onder redactie van Silvia Marijnissen

In zijn hele werk is een voorliefde te zien voor het kleine, voor alledaagse details en gebeurtenissen, die Wang een bredere, algemenere waarde geeft. Door die aandacht voor het kleine klinken zijn gedichten vaak bescheiden, en dat wordt versterkt door de rustige toon van de gedichten die beschouwend, bijna vertellend is. Hij schuwt grote woorden en mijdt abstracties. Vrijwel alles is wat het is, wat overigens niet wil zeggen dat er geen diepere, metaforische betekenis achter zijn regels schuilt. Maar hij past geen kunstgrepen toe, laat zich niet verleiden tot woordspelletjes noch tot hermetische beeldspraak.’

Deze bundel is verschenen met subsidie van het Confucius-instituut van Groningen, en vertaald door verschillende vertalers, ervaren en minder ervaren, onder redactie van Silvia Marijnissen. Het Confucius-instituut Groningen heeft na sluiting van het Leidse Confucius-instituut het project van vertaalde bundels overgenomen. In samenwerking met het Leidse instituut zijn eerder verhalenbundels van Su Tong, Bi Feiyu, Xu Zechen en Zhang Yueran verschenen. Deze bundel van Wang Jiaxin is de eerste dichtbundel in de serie. De volgende wordt weer een prozabundel, met werk van Lu Min.

1000 jaar vreugde en verdriet
Ai Weiwei
Vertaling Koos Mebius en Gertie Mulder

De memoires van de bekende kunstenaar en activist Ai Weiwei. Ai Weiwei woont al jaren in Europa, dit boek is (naar ik heb begrepen in overleg met Ai zelf) vertaald uit het Engels en bovendien eerder non-fictie dan literatuur, maar ik zet ‘m wel in deze lijst, mede omdat dankzij de verschijning van Ai Weiwei’s memoires ook het werk van zijn vader, de dichter Ai Qing, nu in vertaling is verschenen:

Sneeuw valt op het land van China
Ai Qing
Vertaling Daan Bronkhorst

Tegelijk met Ai Weiwei’s boek, waarin hij veel schrijft over zijn vader, heeft uitgeverij Lebowski gedichten van Ai Qing uitgegeven, vertaald door Daan Bronkhorst. Van Ai Qing (1910-1996), een van de beroemdste dichters van zijn tijd, waren tot nu toe maar een paar gedichten in Nederlandse vertaling verschenen, dus het is een goede zaak dat er nu een hele bundel van zijn hand te lezen is.

Daan Bronkhorst heeft al heel wat bundels Chinese en andere poëzie vertaald en geredigeerd, goed om te zien dat hij daar na zijn pensioen gewoon mee doorgaat.

Drie lichamen-trilogie
Liu Cixin
Vertaling via het Engels door Eisso Post en Richard Heufkens

In 2020 verscheen deel 1, Het drielichamenprobleem, en dit jaar zijn vrij rap na elkaar de andere twee delen van deze groots opgezette trilogie verschenen. De bewoners van de planeet Trisolaris hebben het bestaan van de Aarde ontdekt door toedoen van een in de mensheid teleurgestelde Chinese wetenschapper. Hun eigen planeet is door de drie eromheencirkelende zonnen instabiel en moeilijk bewoonbaar, dus ze gaan op weg om de Aarde over te nemen. De Aardbewoners ontdekken dit en zetten zich aan de taak om de aanval af te slaan. 

Het is jammer dat deze boeken niet rechtstreeks uit het Chinees zijn vertaald, maar haastig uit het Engels. Evengoed is het verhaal zeer het lezen waard, Liu zet een grootse visie neer.

Gezangen van Chu
Qu Yuan
Vertaling Jeroen Struive

In De gezangen van Chu komt China tot leven. Dit ruim tweeduizend jaar oude klassieke werk bevat een verzameling gedichten en liederen van uiteenlopende toon en inhoud, grotendeels geschreven door de beroemde dichter Qu Yuan, die nog jaarlijks in de Chinese wereld geëerd wordt tijdens het Drakenbootfestival.’ 

Ook dit boek is verschenen met steun van het Confucius-instituut Groningen. Echt mooi dat dat instuut zo literair actief is.



Van mijzelf zou De spijker van Zhang Yueran dit najaar verschijnen. Het zou uitkomen in oktober, nee toch november, papiertekort, boekhandels dicht, het werd doorgeschoven naar januari, en het is nu weer verder uitgesteld. De nieuwe verschijningsdatum is nog onbekend, maar de vertaling is af, de drukproeven zijn nagekeken, dus het boek komt. Ik houd u op de hoogte.

vrijdag 2 april 2021

De laatste dochter van het geluk – Yan Geling

Witte man met Chinese prostituee, dat thema is vaker vertoond. De oerversie is misschien wel The World of Suzie Wong, maar dat is beslist niet de enige. In De laatste dochter van het geluk heet de Chinese prostituee Fusang en leeft ze in het Chinatown van San Fransisco, begin twintigste eeuw. Maar dit verhaal is heel anders dan de meeste boeken in dit thema.

Boek De laatste dochter van het geluk door Geling Yan
De laatste dochter van het geluk

Fusang is niet echt een menselijk personage, ze heeft mythische proporties. Wat anderen ook van haar nemen, zij geeft het van harte weg. Wat anderen haar ook willen aandoen, zij loopt het tegemoet. Ze ondergaat haar ellendige lot niet, ze neemt het bij de hand. Ze is moeder en hoer tegelijk, martelares en verlosser, en haar verhaal omlijst al het geweld waar een Chinese in de VS maar mee te maken krijgt.

Haar landgenoten mishandelen haar: van haar schoonmoeder die haar met de handschoen laat trouwen (of met de haan, in dit geval) om haar als huissloof te kunnen inzetten, tot haar kidnappers, tot de mensensmokkelaars en vrouwenhandelaren, de hoerenmadammen, de mannen die haar misbruiken… Geen onrecht dat haar niet wordt aangedaan, en zij blijft glimlachen.

De blanke* Amerikanen discrimineren intussen de Chinezen: ze worden vernederd, uitgebuit, mishandeld, gelyncht, hun huizen worden in brand gestoken, ze krijgen de schuld van al wat misgaat in de maatschappij. De paar personages die Fusang of haar landgenoten willen helpen, worden evengoed gemotiveerd door vreemdelingenhaat. De nonnen van de Reddingsmaatschappij willen het liefst alle Chinese cultuur uit hun ‘geredde’ Chinese meisjes slaan.

Interessant verschil tussen de Chinezen en de blanken in dit boek is overigens dat de Chinezen die Fusang geweld aandoen, haar wel steeds te eten geven. Het stel dat Fusang ontvoert uit haar dorp biedt haar een portie rijst aan, die ze met smaak naar binnen werkt. Haar madam bewaart een vette vissenkop voor haar, ook al krijgt ze steeds geen klanten. In het ‘hospitaal’ waar ze wordt achtergelaten om te sterven, krijgt ze wel nog een halve kom rijst.

Fusangs blanke minnaar Chris, telg uit een rijke familie, zou in veel van dit soort boeken de good guy zijn, de ridder op het witte paard (letterlijk – Chris rijdt graag paard) die het meisje uit het leven redt, waarop ze samen nog lang en gelukkig etcetera. Maar ook Chris’ houding is een vorm van geweld tegen haar: hij projecteert al zijn exotische lusten op deze mooie hoer met wie hij niet eens kan praten, en ziet haar nooit voor wie ze zelf is. Hij zou het liefst alle Chinezen in San Fransisco verdrijven en vernietigen om haar van hen te redden. En dat is nog los van het letterlijke geweld dat hij haar aandoet.

Waarmee haar andere minnaar, bad guy Dayong, een Chinees met vijf werpmessen in zijn bezit, die in elke criminele activiteit in Chinatown wel een vinger in de pap heeft en voor wie blanken al even bang zijn als Chinezen, op een bepaalde manier de good guy wordt, omdat hij haar laat zijn wie ze is: een godin die alles geeft en iedereen vergeeft, een soort heilige, een bodhisattva bijna.

De geschiedenis van Fusang is gevat in een raamvertelling, waarin een Chinese in de jaren ‘90, getrouwd met een blanke Amerikaan, zich verdiept in het leven van deze legendarische prostituee en maar al te veel herkent: het onbegrip, en het geweld tegen de Chinezen in de VS. Dat is nu, weer dertig jaar later, helaas nog altijd onverminderd actueel.

Besproken: De laatste dochter van het geluk door Yan Geling, vertaald door Marc van der Meer (Amsterdam: Cargo, 2002).

Ook genoemd: The World of Suzie Wong door Richard Mason (Collins, 1957).

* Het vertaalde boek (uitgekomen in 2002, dus voor de blank/wit-discussie) gebruikt consequent ‘blank’. Ik volg in deze recensie de woordkeus in het boek.

vrijdag 12 februari 2021

Friday Five: Boeken die beginnen met een S

Friday Five is een ding, ontdek ik vandaag: een andere boekblogger noemt elke week een categorie en dan maak je daar een blogje over. Deze week: boeken die met een S beginnen. Daar gaan we dan, een divers lijstje:

Spiegel van de klassieke Chinese poëzie, verzameld en vertaald door W.L. Idema
Standaardwerk van enorme waarde. In dit boek staat niet álle klassieke Chinese poëzie, maar wel ontzettend veel, en uit de gehele periode van het Boek der oden tot en met de Qing-dynastie, waarna men vooral moderne poëzie ging schrijven. Het is dus allemaal oud, maar veel ervan heeft niets aan herkenbaarheid ingeboet. Bespiegelingen over landschappen, over reizen, over ouder worden, over het plezier dat een klein dochtertje in huis brengt en het diepe verdriet als ze overlijdt.

Spannend spel van Wang Shuo (vertaald door Jan Willem van Bragt en Yuhong Gong)
Fang Yan wordt van moord beschuldigd en moet uitzoeken wat er gebeurd is, maar verder neemt hij zichzelf en het leven niet al te serieus. Roman met veel geouwehoer, drinken, roken en naar vrouwen kijken. Nogal lang geleden dat ik hem gelezen heb, maar ik herinner me 1) dat oorzaak en gevolg, en heden en verleden, omgekeerd worden verteld, waardoor je uiteindelijk wel weet hoe het allemaal zat maar het tegelijk niet helemaal begrijpt; en 2) de vrij meesterlijk vertaalde bijnaam van een vrouwelijk personage: Pleegzuster Bloedgeil.

Shanghai baby van Wei Hui (vertaald via het Frans door Eveline Renes en Dorli Huvers)

Shanghai baby
Coco, alter ego van de schrijfster zelf, fladdert door het Shanghainese nachtleven van de jaren ‘90, doet het niet met haar impotente Chinese vriend maar wel met een brute Duitser.

Wei Hui is vooral de moeite waard omdat ze schreef over een leven dat kort daarvoor helemaal niet bestond. In de jaren ‘60 en ‘70 waren de Chinezen verwikkeld in de verwoestende Culturele Revolutie, in de jaren ‘80 waren ze druk doende economisch uit het dal te klimmen, en in de jaren ‘90 pas kwam er een behoorlijke hoeveelheid glamour, merknamen en vrije seks beschikbaar. Dat is het leven waar Wei Hui over schrijft, en al leest het vreselijk oppervlakkig, het is alleen al om die reden de moeite waard.

Schemering boven Shanghai
Schemering boven Shanghai van Yue Tao (vertaald door mij)
Na een jarenlang verblijf in Nederland is Lan teruggekeerd naar Shanghai, waar ze is opgegroeid. Ze heeft haar ouders nooit gekend, ze is grootgebracht door haar oom en tante. Terug in Shanghai komt ze opnieuw in contact met oude vrienden en begint ze in haar verleden te graven. Wie waren haar ouders eigenlijk, wat is er in de Culturele Revolutie voorgevallen waar niemand meer over wil praten, en wat heeft een geheimzinnig oud boek over krekelvechten daarmee te maken?

Een fijn boek, vol mysteries die stukje bij beetje worden opgehelderd. Je staat het hele boek lang achter de hoofdpersoon, ook al lijkt die soms niet zo sympathiek. Destijds leek me dat een tekortkoming, maar Yue Tao heeft intussen haar tweede boek geschreven, waarin we Lan beter leren kennen, en daarin blijken haar minder sympathieke trekjes juist bijzonder interessant uit te pakken.

De spijker van Zhang Yueran (wordt vertaald door mij)
De spijker

Na achttien jaar te zijn weggeweest is Li Jiaqi terug in de wijk in Jinan waar ze is opgegroeid, en ziet ze daar ook haar jeugdvriendje Cheng Gong terug. Ze raken in gesprek en vertellen elkaar over hun leven. Gaandeweg wordt duidelijk hoe hun families aan elkaar verbonden zijn door een misdaad uit de Culturele Revolutie, waarbij de opa van Cheng Gong in coma is geraakt nadat hem een spijker door het hoofd is geslagen.

Mooi literair boek: alles grijpt in elkaar, soms in de grotere lijnen, soms juist in de details. Hier en daar herinneren Jiaqi en Cheng Gong zich de gebeurtenissen verschillend, of blijkt dat ze dingen heel anders beleefd hebben, en dat geeft het boek nog meer diepte.

Voila, vijf boeken die beginnen met een S. Nu maar weer aan het werk, want ik ben nog lang niet klaar met het vertalen van dat vijfde boek.

Boeken:
W.L. Idema, Spiegel van de klassieke Chinese poëzie, van het Boek der oden tot de Qing-dynastie (Amsterdam: Meulenhoff, 1993).
Wei Hui, Shanghai baby, vertaald via het Frans door Eveline Renes en Dorli Huvers (Amsterdam: Contact, 2001).
Wang Shuo, Spannend spel, vertaald door Jan Willem van Bragt en Yuhong Gong (Breda: De Geus, 1997).
Yue Tao, Schemering boven Shanghai, vertaald door Annelous Stiggelbout (Breda: De Geus, 2015; herdruk Lierderholthuis: Leonon, 2019).
Zhang Yueran, De spijker, vertaald door Annelous Stiggelbout (in voorbereiding, verwacht later in 2021 bij Prometheus).

vrijdag 20 november 2020

Broers – Yu Hua

Ik had Broers nog nooit opengedaan, maar ik wist twee dingen over de inhoud: er wordt naar vrouwenkonten gegluurd op een openbaar toilet en er wordt een missverkiezing voor maagden georganiseerd, beide door de hoofdpersoon. Dat waren blijkbaar de meest opvallende kenmerken van het werk en in zo’n seksistisch verhaal had ik weinig trek.

Maar goed, ik bezit het boek wel en het is werkelijk een báksteen, niet minder dan 861 pagina’s en ruim 7 centimeter dik, dus toen ik een paar weken leestijd overhad besloot ik het dan maar te gaan lezen, dan was meteen mijn nog-te-lezen-stapel een flink stuk dunner.

Het is inderdaad seksistisch en vol geweld, zoals je wel meer ziet bij Chinese schrijvers van die generatie. (Yu Hua is van 1960.) Het belangrijkste vrouwelijke personage, Lin Hong, ‘het mooiste meisje van het stadje’, krijgt van verschillende personages (maar vooral hoofdpersoon Kaalkop Li) zo’n beetje alle seksuele ellende over zich heen die een vrouw kan meemaken. Ze wordt begluurd op de wc, haar kont wordt uitgebreid besproken met elke geile bok die erover horen wil, ze wordt gestalkt en lastiggevallen en nog meer gestalkt. Dan trouwt ze met de andere hoofdpersoon, Song Gang, en heeft ze een poosje rust als ze met hem een fijn leven leidt. Vervolgens wordt ze weer eindeloos seksueel geïntimideerd, nu door haar baas; en uiteindelijk wordt ze verkracht door Kaalkop Li. Aan het eind van het boek is ze een succesvol hoerenmadam. Er zal wel een moraal aan dat slot zitten.

Verder is er nog Moeder Su, wier partner haar met een onecht kind heeft laten zitten. Later treft die dochter bijna hetzelfde lot. En er is de maagden-missverkiezing, wat an sich al seksistisch genoeg is, maar de maagden worden ook nog door de gehele mannelijke bevolking van het dorp betast en beknepen en om de verkiezing te winnen moeten ze met de tienkoppige jury en/of Kaalkop Li naar bed. Na inbrengen van een nep-maagdenvlies natuurlijk.

Dan het geweld: de vader van Song Gang, toonbeeld van mannelijke deugd Song Fanping, wordt tijdens de Culturele Revolutie op bloedige wijze gelyncht. Zijn lijk ligt een poos op straat tot de broertjes Kaalkop Li en Song Gang het vinden, het wordt naar huis gebracht, enfin het is een gore ellende. Een van de schuldigen pleegt later zelfmoord door zichzelf met een baksteen een spijker door de schedel te slaan. (Tussen haakjes: wat is dat met spijkers door schedels? Er zitten er twee in Nagels in Ning-tsjo en ook al een in De spijker, het boek van Zhang Yueran dat ik nu aan het vertalen ben.) Door het boek heen worden er regelmatig mensen om vrij weinig in elkaar geslagen, steeds weer. Song Gang pleegt aan het eind zelfmoord door voor een trein te gaan liggen, die hem finaal doormidden rijdt.

Yu Hua in Leiden, april 2018.
Vlnr: Mark Leenhouts, ik (tolk), Yu Hua.

Deugt er dan helemaal niks aan dit boek? Jawel, dat dan weer wel. Het is hilarisch geschreven. De lotgevallen en schavuitenstreken van broertjes Kaalkop Li en Song Gang zijn een genot om te lezen. De manier waarop Kaalkop Li van mislukking in succes rolt en van succes in mislukking, soms door zijn eigen inspanningen, soms door puur geluk en meestal op absurde wijze, zijn geweldig. Het boek is episodisch opgebouwd, het bestaat grotendeels uit losse verhalen: Kaalkop Li maakt een succes van de sociale werkplaats; Song Gang krijgt verkering met Lin Hong; Kaalkop Li wordt een lokale en dan een landelijke en dan een internationale afvalmagnaat; heel het mannelijk deel van het stadje Liuzhen loopt in tweedehands Japanse pakken en vermaakt zich met de achternamen die daarin geborduurd zijn; Zhou You verkoopt kunst-maagdenvliezen; en nog veel meer. De verhalen geven steeds een mooi beeld van een stadje in China in een bepaalde tijd, of juist in de overgang van de ene tijd naar de andere. Alle verhalen worden naadloos aaneen geregen met de levens van Kaalkop Li en Song Gang. Al met al is Broers zeer goed geschreven en opgebouwd, en de meeste van de deelverhalen zijn een plezier om te lezen.

Het boek is ook werkelijk meesterlijk vertaald: alle retorische herhalingen die Yu Hua gebruikt en die in het Chinees meestal veel beter werken dan in het Nederlands zijn in de vertaling behouden en op een manier dat ze werken. Jan De Meyer is erin geslaagd heel dicht bij het Chinees te blijven en tegelijk een fantastische Nederlandse tekst af te leveren en dat is geen sinecure. Om de boel goed gaande te houden staat alle uitleg in eindnoten, en hoewel ik daar meestal geen voorstander van ben pakt het in dit geval goed uit.

Dus ja, seksistisch, gewelddadig, en tegelijk: ja, het is niet voor niks dat dit boek zo bekend en populair is.

Besproken: Broers door Yu Hua, vertaald door Jan De Meyer (Breda: De Geus, 2012).

vrijdag 25 september 2020

De liefde van een half leven – Eileen Chang

Foto van Eileen Chang in 1946
Een tijdje terug (meer dan anderhalf jaar geleden, zelfs) schreef ik een recensie over De liefde van een half leven van Eileen Chang, vertaald door Silvia Marijnissen, in de hoop dat mijn stuk kon worden geplaatst in een groot Nederlands dagblad. Ik was er wat te laat mee, het boek was al te lang uit, dus het dagblad heeft mijn stuk nooit geplaatst. 30 september a.s. is de honderdste geboortedag van Chang (30 september 1920 – 8 september 1995) – een goede gelegenheid om de recensie hier alsnog te publiceren.

---

Jongeman ontmoet meisje, jongeman wordt verliefd, meisje blijkt zijn gevoelens te beantwoorden en ze krijgen verkering. Hier en daar zijn natuurlijk wat hobbels, anders was er geen verhaal: Shijun komt uit een middenstandsgezin, Manzhen is armer; haar zus is zelfs prostituee, hoewel ze al vrij snel toch weet te trouwen met een bemiddeld man (die zijn oog vervolgens ook op Manzhen laat vallen); Shijun moet terug naar huis, in het verderaf gelegen Nanjing, als zijn vader ziek wordt en dan overlijdt; en Manzhen en Shijun zijn allebei zo terughoudend dat er soms misverstanden ontstaan tussen hen.

Zo kabbelt het boek een poos lang rustig voort, met steeds een nieuwe verwikkeling die onverwacht genoeg is om het boeiend te houden maar ook klein en herkenbaar genoeg om geloofwaardig te zijn. Chang komt hier naar voren als de Jane Austen van het Shanghai van de jaren ’30, met vrouwen in cheongsam en mannen in lange gewaden die voorzichtig flirtend om elkaar heen draaien. Gevoelens worden duidelijk niet door dramatische gebaren of grote woorden, maar door kleine details: een ijdel meisje ruïneert haar geborduurde schoenen als ze naar buiten rent om de hond tegen te houden, die anders misschien wel de man had gebeten die net bij haar op bezoek was. Verder is terughoudendheid een deugd en verlegenheid iets om aan te moedigen.

Op pagina één wordt al vermeld dat Manzhen en Shijun elkaar uiteindelijk niet zullen krijgen en de lezer leest nieuwsgierig verder om te zien waar hun relatie op zal stuklopen: zou Shijun uiteindelijk zwichten voor zijn familie, die Manzhen te min vindt? Zou Manzhen zwichten voor háár moeder, die vindt dat ze niet eindeloos moeten wachten met trouwen? Zou zij het uitmaken uit misplaatste trots, of hij uit misplaatste eigenwijsheid?

En dan wordt Manzhen opeens verraden door haar eigen familie en overkomt haar iets dat zo wreed en afgrijselijk is dat zelfs Shijun, die in dezelfde tijd en cultuur leeft als zij, zich het niet kan voorstellen. Als hij niets meer van haar hoort, denkt hij dat ze hem niet wil zien omdat ze ruzie hebben gehad. Ook voor de lezer is de gebeurtenis een schok: achteraf zijn er wel aanwijzingen geweest, maar op het moment zelf komt het volkomen onverwacht.

Eileen Chang (1920-1995) is een grote naam in de Chinese literatuur – ook in dat opzicht is ze te vergelijken met Jane Austen. Ze groeide op in Shanghai, een stad waarin Europese en Chinese culturen samenkomen: traditionele Chinese longtang naast de Franse en Duitse concessiewijken waar het Chinese recht niet gold. De eerste versie van De liefde van een half leven schreef ze al op haar negentiende, maar ze had op dat moment al meer meegemaakt dan veel andere mensen in hun hele leven. Changs overgrootvader was een hoog ambtenaar geweest onder de Qing-dynastie (1644-1911), haar vader was opiumverslaafd, haar moeder ging toen Eileen en haar broertje nog klein waren rustig in haar eentje een paar jaar in Europa wonen.

Op haar zeventiende werd Chang een half jaar lang door haar vader opgesloten in huis, omdat ze haar stiefmoeder niet wilde gehoorzamen. Ze werd uiteindelijk bevrijd door een dienstmeisje dat medelijden kreeg – een gebeurtenis die terugkomt in De liefde van een half leven, als Manzhen wordt geholpen door een arme vrouw die haar helemaal niet kent, en daarna langzaam weer weet op te krabbelen.

De jaren ’30 en ’40, waarin het boek speelt, brachten grote veranderingen in China: na de val van het keizerrijk in 1911 was er een republiek opgericht, overal werden nieuwe politieke ideeën besproken, de literatuur werd volledig vernieuwd en ook het dagelijks leven veranderde op allerlei manieren. Shijun, Manzhen en hun vrienden leven zichtbaar in een nieuwe tijd: ze maken uitstapjes met hun vrienden én vriendinnen, ze hebben zelf hun beroep gekozen, Manzhen is een vrouw met een eigen baan. Die vrijheid bestaat pas sinds heel kort – hun moeders krijgen in het boek niet eens een voornaam, zij hebben nooit eigen inkomen, een beroep of een keuze gehad in hun leven.

Maar als Manzhen wordt verraden, wordt in een klap duidelijk dat die nieuwe tijd nog niet helemaal is aangebroken. Het boek loopt opeens heel anders dan verwacht – dit is geen Jane Austen meer. Wat eerst een simpele liefdesgeschiedenis leek, blijkt een verhaal over lotsbestemming en keuzes: kies ik voor wat mijn familie van me verwacht of kies ik voor mezelf? Leg ik me neer bij het noodlot of blijf ik vechten? De personages maken allemaal een andere keuze, maar uiteindelijk wordt geen van hen echt gelukkig. De oorspronkelijke Chinese titel van dit boek laat zich vertalen als ‘voorbestemd om een half leven met elkaar te delen’ – aan het noodlot is soms niet te ontsnappen, sommige dingen zijn niet meer terug te draaien.

Een belangrijk boek, goed geschreven en dito vertaald, van een groot schrijfster. Dit is het eerste boek van Eileen Changs hand dat vertaald is in het Nederlands en het is te hopen dat er nog meer zullen volgen.

Besproken: De liefde van een half leven door Eileen Chang, vertaald door Silvia Marijnissen (Amsterdam: Arbeiderspers, 2018).

donderdag 10 september 2020

Wat te doen met 'shangren'?

Ik ben bezig met de vertaling van de nieuwste roman van Zhang Yueran, werktitel Cocon. Zhang schrijft over de vader van haar hoofdpersoon, die handel gaat drijven. Het is de vroege jaren 1990, de vrije markt is voorzichtig teruggekeerd in China en de hoofdpersoon, Li Jiaqi, is trots en blij:

Klassieke Chinese
shangren, met
abacus
Elke keer als ik [de woorden ‘zwendel’ of ‘zwarthandel’] hoorde, verbeterde ik het bij mezelf: papa was een shangren. In 1990 was shangren nog een ouderwets woord dat chique klonk. Ik had nog nooit een shangren gezien – ik dacht niet dat je de mensen die bij de schoolpoort kleefrijstrolletjes en stickers met stripfiguren verkochten zo kon noemen, dat waren gewoon venters. Ik kende het woord shangren omdat het vaak voorkwam in sprookjes. De hoofdpersoon in de sprookjes was vaak de dochter van een shangren die een leven in weelde leidde, niet veel anders dan een prinses. Ze kwamen altijd in de problemen door hun schoonheid en onschuld, maar aan het eind verscheen er altijd een dappere en knappe jongeman die hen redde uit hun netelige situatie. Het lot was hen altijd onverwoestbaar goed gezind, alsof hun vader god van tevoren vast had omgekocht. Ik was dus dolblij dat ik ook de dochter van een shangren zou worden, het leek alsof ik daarmee een nieuw levenslot kreeg.

Het lastige hier is dat shangren 商人, letterlijk 'handel-persoon', in het Chinees verschillende nuances heeft. Tegenwoordig is de bekendste betekenis 'zakenman' (of 'zakenlui' in meervoud): mensen die strak in het pak in hoge kantoorgebouwen vette deals sluiten en dan het vliegtuig pakken naar hun volgende afspraak. De papa in dit boek is een shangren op veel kleinere schaal: hij reist met tassen vol donsjassen en leren jacks op Rusland om zijn waar te slijten op de perrons waar de Trans-Mongolische trein even stopt. En voor de kleine Li Jiaqi heeft het woord weer een andere lading: zij kent de shangren als een koopman in de sprookjes.

In het Chinees is dat dus allemaal één woord, dat ook nog eens ;ouderwets en chique' is, maar in het Nederlands is goede raad duur want daar hebben wij heel verschillende termen voor.. Een moderne contractensluiter in een kantoorgebouw is geen koopman, een man die met een paar turkentassen in de trein stapt in de hoop wat roebels te verdienen is geen zakenman, en een sprookjesfiguur kan wel een handelaar zijn, maar koopman is toch het eerste wat in je opkomt. 'Ondernemer'? Nee, dat zijn ze ook niet alledrie.

Dus hoe los ik dat op? Na veel wikken en wegen en raadplegen van naslagwerken op zoek naar het juiste synoniem besloot ik dat ik maar een beetje moet smokkelen, om in elk geval de inhoud goed weer te geven:

Moderne shangren, met aktetas

Elke keer als ik [de woorden ‘zwendel’ of ‘zwarthandel’] hoorde, verbeterde ik ze bij mezelf: papa was een koopman, een zakenman. In 1990 waren dat nog woorden die heel chique klonken. Ik had nog nooit iemand gezien die je zo kon noemen – ik dacht niet dat je de mensen die bij de schoolpoort kleefrijstrolletjes en stickers met stripfiguren verkochten ‘zakenman’ of ‘koopman’ waren, dat waren gewoon venters. Ik kende het woord ‘koopman’ omdat het vaak voorkwam in sprookjes. De hoofdpersonen in de sprookjes waren vaak koopmansdochters die leefde in weelde, bijna als een prinses. Ze kwamen in de problemen door hun schoonheid en onschuld, maar aan het eind verscheen er altijd een knappe, dappere jongeman als hun redder in nood. Het lot was hen altijd onverwoestbaar goed gezind, alsof hun vader god van tevoren had omgekocht. Ik was dus dolblij dat ik ook een koopmansdochter zou worden, alsof ik daarmee een nieuw levenslot kreeg.
Hier en daar is shangren dubbel vertaald als 'een koopman, een zakenman', hier en daar is het handig weggelaten, en de sprookjesfiguur wordt zo naadloos een 'koopman'. We geloven Li Jiaqi maar gewoon als ze zegt dat het destijds 'chique' klonk, maar 'ouderwets' red je in het Nederlands niet, dus dat is weggelaten. Perfect is het niet (want we hebben nou eenmaal niet dat ene woord dat al die nuances beslaat), maar het kan er best mee door.