vrijdag 7 juni 2024

Doe die geit weg

 Er is een verhaal/anekdote/parabel over een man die bij de rabbi komt om raad. Rabbi, ik weet het allemaal niet meer, zegt hij. Ik woon met mijn vrouw, mijn zes kinderen en mijn schoonmoeder op een tochtige zolderkamer. Overal hangt was en ik werk van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat maar we hebben nooit genoeg geld en nooit genoeg eten. Mijn kinderen jengelen, mijn vrouw klaagt en mijn schoonmoeder jammert. Wat moet ik doen?

En de rabbi zegt, Neem een geit.

De man vindt het wat vreemd, maar hij heeft vertrouwen in de wijsheid van de rabbi, dus hij koopt een geit. Nu heeft hij verse melk voor de kinderen, maar verder is het natuurlijk een ramp: de geit knabbelt aan de was en pist en schijt overal. Dus al snel gaat de man terug naar de rabbi. Rabbi, nou ben ik helemaal ten einde raad. Mijn kinderen hebben nog steeds elke dag honger, de geit vreet gaten in al onze kleren, mijn schoonmoeder is ziek van het stof en de stank en mijn vrouw klaagt nu ook nog over alle geitenpoep.

En de rabbi krabt op zijn hoofd, kijkt de man aan en zegt: Doe die geit weg.

Vijf identieke geiten achter elkaar

Er staat een interessant vertaalproject op stapel, waarvoor een collega in contact staat met de initiatiefnemers in Azië, en ik help mee met de voorbereidingen. Meer nieuws volgt te zijner tijd, het is een mooi project dat interessante boeken (meervoud!) gaat opleveren. Als onderdeel van de voorbereidingen moeten de collega en ik een en ander lezen. Onder andere academische artikelen van tientallen pagina’s, in het Chinees.

Nou lees ik de meeste Chinese literatuur best vlot, maar academische artikelen zijn natuurlijk andere koek, zeker aangezien ik al jaren niet meer zo academisch bezig ben. Maar goed, ik zette me eraan, elke dag een stukje, tien pagina’s, als ik dat niet haalde twee pagina’s, één pagina, een paar keer per dag een paar alinea’s desnoods… Ik kon er niet omheen, ik moest erdóórheen, sprak ik mezelf toe. Zo worstelde ik in de loop van vele weken drie artikelen door.

De collega sprak nog eens met het instituut in Azië. Die kwamen met nieuwe informatie (nieuw voor ons, althans): niet de academische artikelen zouden vertaald worden, maar nog te schrijven essays gebaséérd op die artikelen. Bovendien was het onderwerp dat ik voor mijn rekening had genomen niet geselecteerd om te worden vertaald. Ik had me dus voor niks door ruim honderd pagina’s academisch Chinees heen geworsteld.

Ik zou daar kwaad om kunnen zijn: hadden ze dat niet wat eerder kunnen zeggen? In plaats daarvan was ik de volgende ochtend bij het wakker worden helemaal blij en opgetogen: ik hoefde geen lange academische artikelen meer door te worstelen! Nog dagenlang heb ik me elke ochtend verheugd op het níet hoeven lezen van die teksten.

vrijdag 5 januari 2024

Wat is er dit jaar verschenen: 2023

Het is weer een goed jaar geweest voor Chinese literatuur in Nederlandse vertaling, en dat is een overzicht waard. Ik gebruik de term ‘Chinese literatuur’ voor het gemak maar even in de allerbreedst mogelijke zin, dus in deze lijst niet alleen proza dat in China in het Mandarijn is geschreven door een Han-Chinese auteur, maar ook bijvoorbeeld poëzie uit Taiwan en een roman geschreven in Xinjiang en vertaald uit het Oeigoers.

Fictie

De klacht van de buffel
Diverse auteurs
Vertaling Wilt Idema

China heeft geen grote traditie van dierenverhalen, maar Wilt Idema heeft er in dit boek toch een aantal bij elkaar gebracht. De buffel uit de titel beklaagt zich omdat hij na een heel leven belangeloos hard werken zomaar geslacht wordt. De muizen en de katten voeren oorlog nadat de katten de muizenbruiloft wreed hebben verstoord. De zwaluw keert terug naar zijn nest en treft daar een mussen-familie aan die niet van plan is te vertrekken, zodat de feniks recht moet spreken in deze gevoelige kwestie. Stuk voor stuk fijn vertaald en uitstekend ingeleid.

Hormonen in de nacht
Lu Min
Verschillende vertalers, onder redactie van Annelous Stiggelbout

Tien verhalen over heel gewone mensen, wier heel gewone leven ontspoort door kleine obstakels – vaak veroorzaakt door op hol geslagen hormonen. Nog meer dan over seks gaan deze verhalen over de tijd, verval en de onvermijdelijke dood, maar dan wel met humor en enige absurde situaties.

Het Confucius Instituut Groningen heeft deze bundel mogelijk gemaakt: deze bundels zijn een doorgaand project, waarbij een verhalenbundel van een auteur wordt vertaald door verschillende vertalers, ervaren en minder ervaren, onder redactie van een ervaren vertaler. Doordat China op slot was naar aanleiding van de covid-pandemie kon Lu Min helaas niet naar Nederland komen, maar we hebben haar wel per Zoom vragen kunnen stellen. Twee jaar geleden is dankzij dit project de dichtbundel Ik schrijf gedichten omdat ik een toeval ben verschenen, van Wang Jiaxin, en hopelijk kunnen we komend jaar weer iets moois maken.

De achterstraten
Perhat Tursun
Vertaald via het Engels door Irwan Droog

‘Het boek volgt een naamloze Oeigoerse man die Ürümqi komt. In zijn zoektocht naar een kamer, een plek om de nachten door te brengen, ontmoet hij niets dan koude blikken en afwijzing. Hij zwerft door de achterstraten en dwaalt door de eeuwige dichte mist die de stad teistert.’

Misschien wel de eerste Oeigoerse roman die ooit in het Nederlands verschenen is. Mooi dat uitgeverij Jurgen Maas haar werkgebied verder uitbreidt hiermee. Schrijver Perhat Tursun is, met vele van zijn volksgenoten, inmiddels in een strafkamp verdwenen; de anonieme Oeigoerse vertaler die Perhats Engelse vertaler assisteerde ook.

Notities van een theoreticus
Shi Tiesheng
Vertaling Mark Leenhouts

'Voor Shi Tiesheng, als gerolstoeld schrijver, is lichamelijke beperking altijd een uitgangspunt geweest voor bespiegelingen over het menselijke gebrek in het algemeen. "Hardop nadenkend" laat hij in dit eigenzinnige zelfportret zijn eigen herinneringen samenvloeien met herinneringen aan een handvol anderen, mensen van wie hij het leven op verschillende manieren door het lot getekend ziet.' Een van de meest geliefde schrijvers van China, nu eindelijk eens uitgebreid in het Nederlands vertaald.

De spijker
Zhang Yueran
Vertaling Annelous Stiggelbout

Li Jiaqi komt na achttien jaar afwezigheid weer terug in de wijk waar ze is opgegroeid, en ontmoet daar haar jeugdvriend Cheng Gong weer. In een lange donkere nacht vertellen ze elkaar over hun jeugd en hoe het hen sindsdien vergaan is, en langzaam wordt duidelijk hoe het lot van hun families met elkaar verbonden is door gruweldaden begaan tijdens de Culturele Revolutie, en hoe die ook henzelf nog altijd tekenen. Een van de beste boeken van het jaar volgens Volkskrant én NRC én FD.


Poëzie

Silvia Marijnissen bouwt nog altijd onvermoeibaar voort aan een breed oeuvre van poëzievertalingen uit het Chinees, en dankzij haar inspanningen zijn dit jaar verschenen:

Als ijzer zo stil
Zheng Xiaoqiong
Vertaling Silvia Marijnissen

Zheng Xiaoqiong was zelf migrantarbeidster: ze heeft jarenlang in fabrieken in Zuid-China gewerkt. Nu schrijft ze over migrantarbeiders, en dan vooral de vrouwen onder hen. De compassie en het engagement is duidelijk te lezen in haar gedichten en ze wil met haar poëzie de omstandigheden tonen waarin onze spullen gemaakt worden. Ze toont in haar poëzie de menselijkheid van de arbeiders, hun dromen en wensen, hun ideeën over hun werk en de spullen die ze maken, maar ze is zich ook zeer bewust van het grotere plaatje: milieuverontreiniging door fabrieken; de disruptie van gemeenschappen door de industrialisatie; de kloof tussen arm en rijk, niet alleen in China, maar ook elders in de wereld, en het daaruit voortkomend populisme en conservatisme.

Levenslijn
Yinni
Vertaling Silvia Marijnissen

'Veel gedichten van Yinni zijn absurdistisch, recht voor de raap, humoristisch, en richten zich op de absurditeit en tegenstrijdigheden van het moderne leven. Poëzie is voor haar essentieel om te overleven, zoals blijkt uit het voorwoord van haar vijfde dichtbundel: ‘Voor ik poëzie begon te schrijven was ik slechts een rondtrekkend lijk.’ Haar zeer persoonlijke werk is wars van conventies, en haar ontluisterende observaties, emoties, verwarring, pijn, boosheid, zwakheden of verwondering tonen een moeizame relatie met de wereld. De personages die Yinni ons voorschotelt zijn dan ook vaak onaangepast of voelen zich verloren in een wereld waarvan de ‘regels’ hen ontgaan.'


Kinderboeken

Duan Xuefei, Het groene land
Jin Xiaoyu, De appelboom van opa Knor
Chen Zhou, Wat eten we vandaag?
Cedar Wang (Wang Zihuan), Codebreker Charlotte
Wen Ermin, Bootje van papier
Liu Hao, De worstelaars van het grasland

Kinderboekenuitgeverij Clavis geeft nu al best een tijd elk jaar weer een stapeltje Chinese kinderboeken uit, vooral prentenboeken. De oogst aan onderwerpen is dit jaar is weer divers: van een Mongoolse worstelaar tot een geheimzinnige code uit de Tweede Wereldoorlog tot een boom met lekkere appels. Jammer wel dat ik nergens kon terugvinden wie deze boeken in het Nederlands heeft vertaald, het staat zelfs niet in het colofon. (Misschien Lise Merken, sinologe die bij Clavis verantwoordelijk is voor de buitenlandse rechten?) 

*** 

Zelf vertaal ik langzaam maar gestaag verder aan Wencheng, de nieuwste van de beroemde schrijver Yu Hua. Hij is nog lang niet af, maar hij komt!

vrijdag 13 oktober 2023

De straf van Hua – Feng Jicai

Hua Xiayu, pas afgestudeerd aan de kunstacademie, wil verder in de kunsten – maar in plaats daarvan wordt hij te werk gesteld in een porseleinfabriek in een afgelegen regio. Hij gaat aan het werk, trouwt een lieve vrouw, maar dan komt de Culturele Revolutie en hij wordt wreed mishandeld en uiteindelijk te werk gesteld in een mijn verderop. Zijn vrouw aborteert hun ongeboren kind en scheidt van hem. Hua Xiayu ontdekt in de buurt van de mijn allerlei prachtige volkskunst. Uiteindelijk eindigt de Culturele Revolutie en kan hij terug naar de porseleinfabriek, waar zijn grootste kwelgeest nog altijd manager is. Maar hij geeft de moed niet op en blijft gewijd aan de kunsten.

Omslag van De straf van Hua. Illustratie van twee mensen: links een man in het blauw, met een witte punthoed op en een penseel in zijn hand. Hij kijkt ongelukkig. Rechts een vrouw in een groene jurk, ze kijkt gesloten. Midden onder een wollige zwarte hond.
Omslag van De straf van Hua
Om eerst maar even een stokpaardje te bereiden: Vrouwen komen er niet erg goed vanaf in De straf van Hua. Als Hua Xiayu in politieke problemen komt, aborteert zijn vrouw Luo Junjun zoals gezegd hun kind en scheidt ze van hem. Hij ontmoet haar later opnieuw en oordeelt dat het licht uit haar ogen is. Ze is ‘praktisch geworden’, en dat kan niet meer teruggedraaid worden. Je kan je afvragen onder wat voor druk zij is gezet, en of Xiayu redelijkerwijs een andere keus van haar had kunnen verwachten. Eerder leren we al dat ze behalve een tante geen familie heeft. (Over vriendinnen of vrienden lezen we niets.) Kon ze het zich veroorloven iets anders te doen dan praktisch worden? De eerdere vriendin van de hoofdpersoon blijkt de oorzaak van zijn vervolging. Ze had het niet gemeen bedoeld, maar ze had gerapporteerd over politiek ongewenste twijfels die hij tijdens hun verkering tegen haar had uitgesproken. De vrouwen in dit boek verraden de hoofdpersoon en keren hem de rug toe.

Ander detail dat me skeptisch deed kijken: als de hoofdpersoon Junjun voor het eerst ontmoet, gaat dat zo: ‘Ik herinner me … dat ik veel gepraat heb, maar ik herinner me niet waarover. … Zij zei bijna niets. Een licht als van een schoon beekje na het smelten van de sneeuw glinsterde in haar omfloerste ogen. Haar wimpers waren lang, zacht en dicht ingeplant, ze deden denken aan dons.’ Er is een slag mannen dat een uur tegen een vrouw aan kan praten over zichzelf en zaken die hij interessant vindt, en dan achteraf vindt dat hij zo’n goed gesprek met haar heeft gevoerd en haar beslist vaker wil zien. Gelukkig dat Xiayu bij latere ontmoetingen ook haar waardering van kunst en literatuur erg fijn vindt.

Zwartwitfoto van schrijver Feng Jicai, zittend achter een bureau met allerhande schrijf- en tekenparafernalia. Feng kijkt in de camera.
Schrijver Feng Jicai
Hua Xiayu maakt allerlei ellende door, maar onder alle omstandigheden vindt hij steeds weer inspiratie en hoop voor de toekomst. Het verhaal is een raamvertelling: de eerste ik-persoon is een schrijver die de hoofdpersoon ontmoet in de trein. Aardige keuze, die het verhaal inderdaad net wat interessanter maakt. De verteller van de raamvertelling overdenkt aan het eind van het boek de levenslust van Hua Xiayu en anderen die net als hij veel geleden hebben: ‘De laatste jaren heb ik op mijn reizen heel wat van deze mensen ontmoet. Zij hebben al het leed van de wereld meegemaakt. Aan de oppervlakte is daar echter geen spoor van te zien. … Hun ogen en hun hart houden zij niettemin hardnekkig gericht op het leven!’ Dat is een fijne conclusie, maar ook wat al te optimistisch, lijkt me. Om te beginnen zullen de mensen die zich wel van het leven hebben beroofd (of die zijn doodgeslagen) niet bij de verteller in de treincoupé komen zitten. De oorspronkelijke titel van het boek is Ganxie shenghuo, iets als ‘dank voor het leven’ of ‘dankjewel, leven’ of iets vrijer vertaald, ‘goddank leef ik’; misschien dat de auteur zichzelf (en zijn lezers) moed inspreekt, wil inspireren om het leven ondanks alles wat er gebeurd is hoopvol tegemoet te treden.

Interessant genoeg is dit boek gepresenteerd als een kinderboek (uitgebracht door een kinderboekenuitgeverij, deed mee aan de Kinderjury 1995). De lengte (99 pagina’s) past goed bij een kinderboek en een trouwe hond speelt een rol in het verhaal, maar verder zijn de hoofdpersonen allemaal volwassenen, is de inhoud behoorlijk volwassen, en is ook het taalgebruik niet per se simpel. Maar misschien hadden kinderen in de jaren 1990 geen moeite met langere woorden, veel culturele verwijzingen en zware volwassen thema’s.

Al met al een heel goed, duidelijk voorbeeld van littekenliteratuur. De vertaling van Elly Hagenaar is van 1994, het origineel van 1985 – precies de periode dat er veel van dit soort verhalen naar buiten kwamen, waarin schrijvers de ellende van de Culturele Revolutie in literatuur verwerkten. Prima geschreven boek, prima vertaald.

Besproken: De straf van Hua door Feng Jicai, vertaald door Elly Hagenaar (Amsterdam: Leopold, 1994).

vrijdag 25 augustus 2023

De klacht van de buffel

Idema flikt 't 'm weer. De klacht van de buffel is weer eens een heel fijn, leesbaar boek met teksten waarvan je van je leven niet zou hebben bedacht dat je erop zat te wachten, om er dan met zo’n bundel als deze achter te komen dat je dus met veel plezier eeuwenoude Chinese berijmde toneelstukken zit te lezen.

Ik heb meer van Idema’s werk. In de jaren 1990, toen ik op de middelbare school zat en al geïnteresseerd begon te raken in China, kreeg ik zijn boeken soms kado en las ik stiekem tijdens de geschiedenis- of economieles oude Chinese verhalen. Voor mijn studie kocht ik de Spiegel van de Klassieke Chinese poëzie, en tijdens (maar niet eens voor) mijn studie De onthoofde feministe. Ook koop ik zijn boeken nog wel eens bij antiquaren of tweedehandswinkels. Zo zat ik dus een tijdje terug te lezen in Vermaning van een dode hond, ook al oude toneelteksten, en ontdekte ik dat dat boek, Idema’s eerste, volgend jaar vijftig jaar oud is. Al vijftig jaar maakt deze professor, die het met zijn werk aan ’s werelds beroemdste universiteiten en alle Engelstalige academische werken die hij heeft geschreven toch druk genoeg moet hebben gehad, voor het Nederlandse leespubliek vlot leesbare en nuttig be-eindnote Nederlandse vertalingen. Beseffen we wel hoezeer we het daarmee getroffen hebben? Moet deze man niet een keer een of andere vaderlandse prijs winnen voor zijn werk?

De klacht van de buffel is een bundel met vier hoofdstukken, waarbij in elk een ander dier of groepje dieren centraal staat: zwaluw en mus, buffel en wolf, muis en kat, en een clubje insecten. Elk hoofdstuk begint met een inleiding over de schrijver van de stukken, de geschiedenis van het vertelde verhaal, informatie over hoe het toneelstuk op de planken werd gezet (want het zijn allemaal stukken die bedoeld waren om te worden opgevoerd), het soort gedicht… Je onthoudt het niet per se allemaal, maar het is wel allemaal enorm interessant en heel toegankelijk opgeschreven. En vervolgens ook nog eens met een keurige wetenschappelijke bronvermelding in de eindnoot, en een verantwoording van welke tekst de vertaler heeft aangehouden voor zijn vertaling. Ik vermoed dat het aantal lezers dat het origineel erop na zal willen slaan op één hand te tellen is, maar die paar lezers weten dan dus wel precies welk boek ze moeten hebben.

De klacht van de buffel uit de titel gaat over de ondankbare manier waarop hij behandeld wordt: trouw beploegt hij het land en doet hij allerlei ander zwaar werk, dankzij zijn inspanningen kan zijn baas en diens gezin welvarend leven, maar als hij oud wordt, laat die baas hem zomaar slachten. Dat thema komt terug in het verhaal over de wolf van Zhongshan. Die wolf wordt door jagers achterna gezeten, en een filosoof die toevallig voorbij komt wil hem wel redden door hem te verbergen in zijn boekentas. De jagers rijden onverrichter zake verder, maar als de wolf eenmaal weer veilig en wel uit de tas is, wil hij de filosoof opeten. De filosoof weet de wolf over te halen eerst drie oude wezens om hun oordeel te vragen. Dat worden een boom, een buffel en een oude man. Die laatste redt de filosoof met een list het leven. Want de boom en de buffel zijn het met de wolf eens: ondank is ’s werelds loon, dus de wolf kan zijn redder best opeten.

Het verhaal van de wolf van Zhongshan doet een beetje denken aan dat van de schorpioen en de kikker. De schorpioen wil een rivier oversteken, maar hij kan niet zwemmen. De kikker wil hem op zich wel helpen, maar, zegt hij, straks steek je me nog dood. Nee joh, zegt de schorpioen, dan verdrink ik toch zelf ook? Daar zit wat in, vindt de kikker, en ze gaan op weg. Halverwege de rivier steekt de schorpioen de kikker. Waarom doe je dat nou, zegt de kikker, stervend en zinkend. Het is nou eenmaal mijn aard, zegt de schorpioen. Ook daar is ondank ’s werelds loon.


Japanse prent van een veldslag tussen muizen en katten. De muizen, linksboven, rennen weg; de katten, rechtsonder, rukken op. Alle strijders zijn in traditionele Japanse wapenrustig, de katten hebben een hoge gele vlag met Japanse tekst.
De oorlog tussen de muizen en de katten.
(Prent uit 1859 van Yoshitoshi Tsukioka,
hier gevonden.)

Het verhaal over muis en kat gaat over de oorlog tussen de muizen en de katten, die begint met de muizenbruiloft die bruut wordt overvallen door katten. Idema sprak laatst op de presentatie van het nieuwste nummer van tijdschrift Zemzem, en vertelde daar over de muizenbruiloft en de oorlog. Het verhaal is eeuwenlang in een heel groot deel van de wereld bekend geweest – van het oude Egypte tot Perzië tot dus China en Japan – en tot in de middeleeuwen hing er in West-Europa in elke herberg wel een afbeelding van de muizenbruiloft of de oorlog tussen katten en muizen. En nu is het verhaal, in Nederland althans, geheel vergeten. Heel bijzonder, zoiets. Hoeveel verhalen zijn we nog meer vergeten, en hoeveel verhalen zijn in grote delen van de wereld bekend maar toevallig niet bij ons?

Maar dit verhaal is dankzij Idema dan toch weer terug in Nederland, samen met de andere intrigerende fabels in dit boek, in een vertaling geschikt voor leek en expert en iedereen die daartussen zit.

Besproken: De klacht van de buffel en andere klassieke Chinese dierenfabels, vertaald en toegelicht door Wilt L. Idema (Amsterdam: Athenaeum, 2023).

Ook genoemd:
Spiegel van de klassieke Chinese poëzie, van het Boek der Oden tot de Qing-dynastie, samengesteld en vertaald door W.L. Idema (Amsterdam: Meulenhoff, 2000).
De onthoofde feministie: Leven en werk van schrijvende vrouwen in het Chinese keizerrijk van de vroege tweede eeuw v.Chr. tot de eerste jaren van de twintigste eeuw, door W.L. Idema (Amsterdam: Atlas, 1999).
Vermaning door een dode hond: vier Chinese komedies uit het eind van de dertiende eeuw, vertaald en ingeleid door W.L. Idema en D.R. Jonker (Amsterdam: Arbeiderspers, 1974).

Aanvulling: Maghiel van Crevel merkte in een Facebook-reactie op dat Wilt Idema in 1992 de Nijhoffprijs heeft gewonnen (zijn dankwoord is te lezen op VertaalVerhaal.nl). De vaderlandse prijs voor zijn werk heeft hij dus al gekregen, dat is mooi.

vrijdag 31 december 2021

Wat is er dit jaar verschenen: 2021

2021 was een goed jaar voor Chinese literatuur en poëzie in Nederlandse vertaling. Een goed najaar, vooral. Wat is er uitgekomen, in tamelijk willekeurige volgorde:

De droom van de rode kamer
Cao Xueqin
Vertaling Mark Leenhouts, Anne Sytske Keijser en  Silvia Marijnissen

Hét grote Chineseliteratuurnieuws van het jaar, of zelfs van de eeuw tot nu toe: de eerste integrale vertaling rechtstreeks uit het Chinees in het Nederlands van de Droom van de rode kamer is – eindelijk – af! Vertalers Silvia Marijnissen, Mark Leenhouts en Anne Sytske Keijser hebben er twaalf of dertien jaar (afhankelijk van wie je het vraagt) aan gewerkt en wij, de geïnteresseerde lezers, hebben er al die tijd geduldig op gewacht, en nu is het boek er dan.

Het vier delen dikke boek vertelt over de wederwaardigheden van (vooral) de jonge Jia Baoyu en zijn nichtjes, alle telgen uit de rijke familie Jia. Baoyu moet eigenlijk hard studeren, zodat hij net als zijn vader en ooms ambtenaar kan worden en de rijkdom en macht van de familie Jia voort kan zetten, maar liever gaat hij op bezoek bij zijn nichtjes of dolt hij met zijn dienstmeisjes. Tegelijk is het geheel een boeddhistische allegorie: uiteindelijk is alles leegte en ijdelheid. 

De presentatie van het boek, met interessante inleiding door Anne Sytske Keijser, is op YouTube terug te kijken.

Vooral dankzij de inspanningen van Silvia Marijnissen verschijnen er de laatste paar jaar opvallend veel bundels uit het Chinees vertaalde poëzie. Vorig jaar kregen we Yang Mu en Ye Mimi, dit jaar:

Ik schrijf gedichten omdat ik een toeval ben
Jidi Majia
Vertaling Silvia Marijnissen

Jidi Majia (1961) behoort tot de Nuosu, een minderheidsvolk uit de provincie Sichuan. Hij werd bekend met zijn poëzie die stevig geworteld is in de tradities van zijn volk. 

Jidi Majia presenteert ons begripvolle gedichten voor de contingentie die de mens heet te zijn. Wat geluk is, wat lijden, dat moet iedere mens zelf maar uitvinden; het is, zo schrijft hij, niet aan de dichter dat uit te leggen. Daarmee keert hij heus zijn rug niet naar de maatschappij, want geluk en lijden zijn wel degelijk te benoemen.’

Een asgrauwe dageraad
Wang Jiaxin
Verschillende vertalers onder redactie van Silvia Marijnissen

In zijn hele werk is een voorliefde te zien voor het kleine, voor alledaagse details en gebeurtenissen, die Wang een bredere, algemenere waarde geeft. Door die aandacht voor het kleine klinken zijn gedichten vaak bescheiden, en dat wordt versterkt door de rustige toon van de gedichten die beschouwend, bijna vertellend is. Hij schuwt grote woorden en mijdt abstracties. Vrijwel alles is wat het is, wat overigens niet wil zeggen dat er geen diepere, metaforische betekenis achter zijn regels schuilt. Maar hij past geen kunstgrepen toe, laat zich niet verleiden tot woordspelletjes noch tot hermetische beeldspraak.’

Deze bundel is verschenen met subsidie van het Confucius-instituut van Groningen, en vertaald door verschillende vertalers, ervaren en minder ervaren, onder redactie van Silvia Marijnissen. Het Confucius-instituut Groningen heeft na sluiting van het Leidse Confucius-instituut het project van vertaalde bundels overgenomen. In samenwerking met het Leidse instituut zijn eerder verhalenbundels van Su Tong, Bi Feiyu, Xu Zechen en Zhang Yueran verschenen. Deze bundel van Wang Jiaxin is de eerste dichtbundel in de serie. De volgende wordt weer een prozabundel, met werk van Lu Min.

1000 jaar vreugde en verdriet
Ai Weiwei
Vertaling Koos Mebius en Gertie Mulder

De memoires van de bekende kunstenaar en activist Ai Weiwei. Ai Weiwei woont al jaren in Europa, dit boek is (naar ik heb begrepen in overleg met Ai zelf) vertaald uit het Engels en bovendien eerder non-fictie dan literatuur, maar ik zet ‘m wel in deze lijst, mede omdat dankzij de verschijning van Ai Weiwei’s memoires ook het werk van zijn vader, de dichter Ai Qing, nu in vertaling is verschenen:

Sneeuw valt op het land van China
Ai Qing
Vertaling Daan Bronkhorst

Tegelijk met Ai Weiwei’s boek, waarin hij veel schrijft over zijn vader, heeft uitgeverij Lebowski gedichten van Ai Qing uitgegeven, vertaald door Daan Bronkhorst. Van Ai Qing (1910-1996), een van de beroemdste dichters van zijn tijd, waren tot nu toe maar een paar gedichten in Nederlandse vertaling verschenen, dus het is een goede zaak dat er nu een hele bundel van zijn hand te lezen is.

Daan Bronkhorst heeft al heel wat bundels Chinese en andere poëzie vertaald en geredigeerd, goed om te zien dat hij daar na zijn pensioen gewoon mee doorgaat.

Drie lichamen-trilogie
Liu Cixin
Vertaling via het Engels door Eisso Post en Richard Heufkens

In 2020 verscheen deel 1, Het drielichamenprobleem, en dit jaar zijn vrij rap na elkaar de andere twee delen van deze groots opgezette trilogie verschenen. De bewoners van de planeet Trisolaris hebben het bestaan van de Aarde ontdekt door toedoen van een in de mensheid teleurgestelde Chinese wetenschapper. Hun eigen planeet is door de drie eromheencirkelende zonnen instabiel en moeilijk bewoonbaar, dus ze gaan op weg om de Aarde over te nemen. De Aardbewoners ontdekken dit en zetten zich aan de taak om de aanval af te slaan. 

Het is jammer dat deze boeken niet rechtstreeks uit het Chinees zijn vertaald, maar haastig uit het Engels. Evengoed is het verhaal zeer het lezen waard, Liu zet een grootse visie neer.

Gezangen van Chu
Qu Yuan
Vertaling Jeroen Struive

In De gezangen van Chu komt China tot leven. Dit ruim tweeduizend jaar oude klassieke werk bevat een verzameling gedichten en liederen van uiteenlopende toon en inhoud, grotendeels geschreven door de beroemde dichter Qu Yuan, die nog jaarlijks in de Chinese wereld geëerd wordt tijdens het Drakenbootfestival.’ 

Ook dit boek is verschenen met steun van het Confucius-instituut Groningen. Echt mooi dat dat instuut zo literair actief is.



Van mijzelf zou De spijker van Zhang Yueran dit najaar verschijnen. Het zou uitkomen in oktober, nee toch november, papiertekort, boekhandels dicht, het werd doorgeschoven naar januari, en het is nu weer verder uitgesteld. De nieuwe verschijningsdatum is nog onbekend, maar de vertaling is af, de drukproeven zijn nagekeken, dus het boek komt. Ik houd u op de hoogte.

vrijdag 2 april 2021

De laatste dochter van het geluk – Yan Geling

Witte man met Chinese prostituee, dat thema is vaker vertoond. De oerversie is misschien wel The World of Suzie Wong, maar dat is beslist niet de enige. In De laatste dochter van het geluk heet de Chinese prostituee Fusang en leeft ze in het Chinatown van San Fransisco, begin twintigste eeuw. Maar dit verhaal is heel anders dan de meeste boeken in dit thema.

Boek De laatste dochter van het geluk door Geling Yan
De laatste dochter van het geluk

Fusang is niet echt een menselijk personage, ze heeft mythische proporties. Wat anderen ook van haar nemen, zij geeft het van harte weg. Wat anderen haar ook willen aandoen, zij loopt het tegemoet. Ze ondergaat haar ellendige lot niet, ze neemt het bij de hand. Ze is moeder en hoer tegelijk, martelares en verlosser, en haar verhaal omlijst al het geweld waar een Chinese in de VS maar mee te maken krijgt.

Haar landgenoten mishandelen haar: van haar schoonmoeder die haar met de handschoen laat trouwen (of met de haan, in dit geval) om haar als huissloof te kunnen inzetten, tot haar kidnappers, tot de mensensmokkelaars en vrouwenhandelaren, de hoerenmadammen, de mannen die haar misbruiken… Geen onrecht dat haar niet wordt aangedaan, en zij blijft glimlachen.

De blanke* Amerikanen discrimineren intussen de Chinezen: ze worden vernederd, uitgebuit, mishandeld, gelyncht, hun huizen worden in brand gestoken, ze krijgen de schuld van al wat misgaat in de maatschappij. De paar personages die Fusang of haar landgenoten willen helpen, worden evengoed gemotiveerd door vreemdelingenhaat. De nonnen van de Reddingsmaatschappij willen het liefst alle Chinese cultuur uit hun ‘geredde’ Chinese meisjes slaan.

Interessant verschil tussen de Chinezen en de blanken in dit boek is overigens dat de Chinezen die Fusang geweld aandoen, haar wel steeds te eten geven. Het stel dat Fusang ontvoert uit haar dorp biedt haar een portie rijst aan, die ze met smaak naar binnen werkt. Haar madam bewaart een vette vissenkop voor haar, ook al krijgt ze steeds geen klanten. In het ‘hospitaal’ waar ze wordt achtergelaten om te sterven, krijgt ze wel nog een halve kom rijst.

Fusangs blanke minnaar Chris, telg uit een rijke familie, zou in veel van dit soort boeken de good guy zijn, de ridder op het witte paard (letterlijk – Chris rijdt graag paard) die het meisje uit het leven redt, waarop ze samen nog lang en gelukkig etcetera. Maar ook Chris’ houding is een vorm van geweld tegen haar: hij projecteert al zijn exotische lusten op deze mooie hoer met wie hij niet eens kan praten, en ziet haar nooit voor wie ze zelf is. Hij zou het liefst alle Chinezen in San Fransisco verdrijven en vernietigen om haar van hen te redden. En dat is nog los van het letterlijke geweld dat hij haar aandoet.

Waarmee haar andere minnaar, bad guy Dayong, een Chinees met vijf werpmessen in zijn bezit, die in elke criminele activiteit in Chinatown wel een vinger in de pap heeft en voor wie blanken al even bang zijn als Chinezen, op een bepaalde manier de good guy wordt, omdat hij haar laat zijn wie ze is: een godin die alles geeft en iedereen vergeeft, een soort heilige, een bodhisattva bijna.

De geschiedenis van Fusang is gevat in een raamvertelling, waarin een Chinese in de jaren ‘90, getrouwd met een blanke Amerikaan, zich verdiept in het leven van deze legendarische prostituee en maar al te veel herkent: het onbegrip, en het geweld tegen de Chinezen in de VS. Dat is nu, weer dertig jaar later, helaas nog altijd onverminderd actueel.

Besproken: De laatste dochter van het geluk door Yan Geling, vertaald door Marc van der Meer (Amsterdam: Cargo, 2002).

Ook genoemd: The World of Suzie Wong door Richard Mason (Collins, 1957).

* Het vertaalde boek (uitgekomen in 2002, dus voor de blank/wit-discussie) gebruikt consequent ‘blank’. Ik volg in deze recensie de woordkeus in het boek.

vrijdag 12 februari 2021

Friday Five: Boeken die beginnen met een S

Friday Five is een ding, ontdek ik vandaag: een andere boekblogger noemt elke week een categorie en dan maak je daar een blogje over. Deze week: boeken die met een S beginnen. Daar gaan we dan, een divers lijstje:

Spiegel van de klassieke Chinese poëzie, verzameld en vertaald door W.L. Idema
Standaardwerk van enorme waarde. In dit boek staat niet álle klassieke Chinese poëzie, maar wel ontzettend veel, en uit de gehele periode van het Boek der oden tot en met de Qing-dynastie, waarna men vooral moderne poëzie ging schrijven. Het is dus allemaal oud, maar veel ervan heeft niets aan herkenbaarheid ingeboet. Bespiegelingen over landschappen, over reizen, over ouder worden, over het plezier dat een klein dochtertje in huis brengt en het diepe verdriet als ze overlijdt.

Spannend spel van Wang Shuo (vertaald door Jan Willem van Bragt en Yuhong Gong)
Fang Yan wordt van moord beschuldigd en moet uitzoeken wat er gebeurd is, maar verder neemt hij zichzelf en het leven niet al te serieus. Roman met veel geouwehoer, drinken, roken en naar vrouwen kijken. Nogal lang geleden dat ik hem gelezen heb, maar ik herinner me 1) dat oorzaak en gevolg, en heden en verleden, omgekeerd worden verteld, waardoor je uiteindelijk wel weet hoe het allemaal zat maar het tegelijk niet helemaal begrijpt; en 2) de vrij meesterlijk vertaalde bijnaam van een vrouwelijk personage: Pleegzuster Bloedgeil.

Shanghai baby van Wei Hui (vertaald via het Frans door Eveline Renes en Dorli Huvers)

Shanghai baby
Coco, alter ego van de schrijfster zelf, fladdert door het Shanghainese nachtleven van de jaren ‘90, doet het niet met haar impotente Chinese vriend maar wel met een brute Duitser.

Wei Hui is vooral de moeite waard omdat ze schreef over een leven dat kort daarvoor helemaal niet bestond. In de jaren ‘60 en ‘70 waren de Chinezen verwikkeld in de verwoestende Culturele Revolutie, in de jaren ‘80 waren ze druk doende economisch uit het dal te klimmen, en in de jaren ‘90 pas kwam er een behoorlijke hoeveelheid glamour, merknamen en vrije seks beschikbaar. Dat is het leven waar Wei Hui over schrijft, en al leest het vreselijk oppervlakkig, het is alleen al om die reden de moeite waard.

Schemering boven Shanghai
Schemering boven Shanghai van Yue Tao (vertaald door mij)
Na een jarenlang verblijf in Nederland is Lan teruggekeerd naar Shanghai, waar ze is opgegroeid. Ze heeft haar ouders nooit gekend, ze is grootgebracht door haar oom en tante. Terug in Shanghai komt ze opnieuw in contact met oude vrienden en begint ze in haar verleden te graven. Wie waren haar ouders eigenlijk, wat is er in de Culturele Revolutie voorgevallen waar niemand meer over wil praten, en wat heeft een geheimzinnig oud boek over krekelvechten daarmee te maken?

Een fijn boek, vol mysteries die stukje bij beetje worden opgehelderd. Je staat het hele boek lang achter de hoofdpersoon, ook al lijkt die soms niet zo sympathiek. Destijds leek me dat een tekortkoming, maar Yue Tao heeft intussen haar tweede boek geschreven, waarin we Lan beter leren kennen, en daarin blijken haar minder sympathieke trekjes juist bijzonder interessant uit te pakken.

De spijker van Zhang Yueran (wordt vertaald door mij)
De spijker

Na achttien jaar te zijn weggeweest is Li Jiaqi terug in de wijk in Jinan waar ze is opgegroeid, en ziet ze daar ook haar jeugdvriendje Cheng Gong terug. Ze raken in gesprek en vertellen elkaar over hun leven. Gaandeweg wordt duidelijk hoe hun families aan elkaar verbonden zijn door een misdaad uit de Culturele Revolutie, waarbij de opa van Cheng Gong in coma is geraakt nadat hem een spijker door het hoofd is geslagen.

Mooi literair boek: alles grijpt in elkaar, soms in de grotere lijnen, soms juist in de details. Hier en daar herinneren Jiaqi en Cheng Gong zich de gebeurtenissen verschillend, of blijkt dat ze dingen heel anders beleefd hebben, en dat geeft het boek nog meer diepte.

Voila, vijf boeken die beginnen met een S. Nu maar weer aan het werk, want ik ben nog lang niet klaar met het vertalen van dat vijfde boek.

Boeken:
W.L. Idema, Spiegel van de klassieke Chinese poëzie, van het Boek der oden tot de Qing-dynastie (Amsterdam: Meulenhoff, 1993).
Wei Hui, Shanghai baby, vertaald via het Frans door Eveline Renes en Dorli Huvers (Amsterdam: Contact, 2001).
Wang Shuo, Spannend spel, vertaald door Jan Willem van Bragt en Yuhong Gong (Breda: De Geus, 1997).
Yue Tao, Schemering boven Shanghai, vertaald door Annelous Stiggelbout (Breda: De Geus, 2015; herdruk Lierderholthuis: Leonon, 2019).
Zhang Yueran, De spijker, vertaald door Annelous Stiggelbout (in voorbereiding, verwacht later in 2021 bij Prometheus).