De bundel Taipeiers (Taibeiren 《台北人》) van Pai Hsien-yung verscheen in 1971, nadat de verhalen vanaf 1966 los van elkaar waren gepubliceerd in het Taiwanese tijdschrift Moderne literatuur (Xiandai wenxue 現代文學). De titel van het boek is geleend van het boek Dubliners van James Joyce, maar de centrale tragiek van Taipeiers is dat de personages juist géén Taipeiers zijn. Ze zijn Shanghainezen, Sichuanezen, ze komen uit Guilin in het zuiden van China, uit Beijing in het noorden. Ze wonen in Taipei, hoofdstad van Taiwan, maar het is niet hun thuis. Hun thuis is elders.
Taiwan is tegenwoordig feitelijk een zelfstandig land, maar het is in de loop van zijn geschiedenis in vele verschillende handen geweest. Vanaf 1895 was het een Japanse kolonie. Nadat Japan in 1945 de Tweede Wereldoorlog had verloren, werd het eiland teruggegeven aan China. China, dat was op dat moment de Republiek China, geleid door Chiang Kai-shek en zijn nationalistische partij, de Kuomintang (KMT). Zo werd Taiwan dus onderdeel van de Republiek China.
De KMT was sinds 1927 in oorlog met de Chinese Communistische Partij (CCP). Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de twee kampen samen opgetrokken tegen de Japanners, maar toen die eenmaal verslagen waren, pakten ze hun burgeroorlog weer op. De CCP rukte overal op, de KMT moest zich steeds verder terugtrekken en begon met een grootschalige evacuatie naar een goed verdedigbaar stuk van de Republiek China: het eiland Taiwan. Ambtenaren, het leger, hun familieleden, overheidsreserves, de kunstschatten uit het Paleismuseum: allemaal werden ze naar Taiwan verscheept, om daar veilig af te wachten tot de KMT het vasteland zou heroveren.
Toen Mao Zedong in 1949 in Beijing de Volksrepubliek China uitriep, was op het heroveren van het vasteland voorlopig geen uitzicht meer. Van de Republiek China was nu alleen Taiwan nog over, waar Chiang Kai-shek en de zijnen regeerden. Alle contact met het Chinese vasteland was afgesneden.
De verhalenbundel Taipeiers laat zien wat de gebeurtenissen met de evacués doen. Schrijver Pai Hsien-yung (1937), zelf ook kind van een uitgeweken KMT-generaal, portretteert in deze verhalen personages uit alle lagen van de bevolking, van een prostituee en een tuinman die het weinige wat ze van het leven te verwachten hadden teruggebracht zien worden tot nog minder, tot oud-generaals en dames uit de betere kringen die weliswaar nog altijd in weelde leven, maar elke dag voelen wat ze zijn kwijtgeraakt met hun oude land. Ze zijn afkomstig uit alle hoeken van China, hadden elk een andere plek in de maatschappij, een ander beroep, andere verwachtingen en teleurstellingen. Maar allemaal zijn ze even ontheemd.
De ik-persoon in ‘Eenzame bloem van de liefde’ (‘Gu lian hua’ 孤戀花) was in Shanghai prostituee/operazangeres en is in Taipei afgegleden tot een ordinair bordeel; als ze in Taipei opnieuw een leven voor zichzelf probeert op te bouwen, verliest ze ook haar nieuwe geliefde. De chique echtgenotes in ‘Herfstoverdenkingen’ (‘Qiu si’ 秋思) slijten hun dagen met roddelen en eindeloos mahjong spelen, maar mevrouw Hua is haar thuis en haar man verloren en heeft nu niets meer om naar uit te kijken in haar leven. Tuinman Wang Xiong in ‘Een zee van bloedrode azalea’s) (‘Na pian xue yiban hong de dujuanhua’ 那片血一般紅的杜鹃花) had in Hunan maar een heel simpel leven, in zijn dorp, met een gearrangeerde verloofde; weggerukt van het beetje wat hij had legt hij nu al zijn hoop en liefde in Taiwan, zodat hij zelfs na zijn dood nog naar het eiland blijft haken.
Als ze er al in slagen om hun oude leven te vergeten, is het door het kweken van heel veel eelt op hun ziel. Zhu Qing in ‘Een handvol groen’ (‘Yi ba qing’ 一把青) was in Nanjing de jonge bruid van een piloot en ging er bijna aan onderdoor toen hij omkwam bij gevechten in de oorlog. In Taipei begint ze een nieuw leven en krijgt ze zelfs weer kennis aan een nieuwe jonge piloot, maar als hij omkomt bij een oefening pakt ze bijna zonder enige hapering haar bezigheden weer op.
En zelfs de meest succesvolle, gevierde personages kijken met niet alleen nostalgie maar zelfs verdriet terug naar het verleden en het vasteland. Generaal Meng-yang in ‘Requiem van Liang Fu’ (‘Liangfu yin’ 梁父吟) wil na de herovering van het Chinese vasteland thuis worden herbegraven, maar tussen de regels door is wel te lezen dat hij en zijn oude strijdmakkers zelf misschien ook al weten dat dat niet zal gebeuren. Hun kinderen zijn naar Amerika vertrokken en hebben geen boodschap meer aan de Chinese cultuur en de waarden van hun vaders – de oude mannen zijn ook de volgende generatie kwijt. Toch gloort er voor generaal Pu nog hoop: zijn zoon heeft zijn kleinzoon teruggestuurd naar Taiwan, waar de oude man zich over het ventje heeft ontfermd. Hij spreekt nu weer Chinees en kan Tang-gedichten voordragen.
Veel migratieliteratuur, of ze nu over Amerika gaat, of Japan, of welk land dan ook, is optimistisch: hier in het nieuwe land gaan we het maken, of op zijn minst het beste ervan maken. De personages in Taipeiers zijn in zekere zin nog in hetzelfde land – de Republiek China – in dezelfde cultuur en onder dezelfde overheid. Taipei is van hen geworden, het wordt bestuurd door een KMT-regering en iedereen moet hun taal spreken. Desondanks kijken deze personages niet vooruit maar terug: naar vroeger, naar het Chinese vasteland, naar thuis, toen ze gevierd waren en succesvol, toen ze een veelbelovende toekomst zagen voor zichzelf, of een toekomst met de persoon van wie ze hielden. De grenzen van China zijn gaan schuiven, Taipei is van het ene land overgezet naar het andere, en de evacués wonen opeens op een plek die wel hun land is, maar niet hun thuis.
Besproken: Pai Hsien-yung 白先勇. Taipei People 台北人 – Chinese-English Bilingual Edition 中英對照, vertaald door Pai Hsien-yung en Patia Yasin (Hongkong: Chinese University Press, 2000).
Gebruikte literatuur:
Liu Jun 劉俊, Bei min qing huai: Bai Xianyong pingzhuan 悲憫情懷:白先勇評傳 (Medeleven en gevoelens: biografie van Pai Hsien-yung) (Taipei 台北: Erya 爾雅, 1995).
David Der-wei Wang (red.). A New Literary History of Modern China (Cambridge/Londen: Harvard University Press, 2017).
Dit artikel is verschenen in Armada nr 1 van 2023: Elf steden, vele grenzen.
