Posts tonen met het label vertalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vertalen. Alle posts tonen

maandag 23 februari 2026

De eerste zin van De onvindbare stad van Yu Hua

在溪镇有一个人,他的财产在万亩荡。

Zài Xīzhèn yǒu yīge rén, tāde cáichǎn zài Wànmǔdàng.

In – Beekdorp – er is/er bestaat – een mens/man, zijn – bezittingen – in/bij – Tienduizend-[oppervlakte-eenheid]-moeras/broekland.

Deze rén is hoofdpersoon Lin Xiangfu, blijkt al snel, en de zin is een vooruitwijzing: het duurt nog heel wat jaren (en hoofdstukken) voor hij zich daadwerkelijk gevestigd heeft in Xizhen (in mijn vertaling houdt Beekdorp toch maar zijn Chinese naam) en die bezittingen heeft verworven.

Deze eerste zin is op zich niet ingewikkeld.

Lees op de site van boekhandel Athenaeum wat er wél ingewikkeld is aan het vertalen van De onvindbare stad, en hoe ik er toch in geslaagd ben.

vrijdag 11 december 2020

Broeders van het Groene Woud

Ik ben bezig met de vertaling van de nieuwste roman van Zhang Yueran, die De spijker zal heten (eerdere werktitel was Cocon), en daarbij loop ik (uiteraard) regelmatig tegen lastige vertaalkwesties aan. Bijvoorbeeld als Zhang schrijft over de spelletjes van de twee hoofdpersonen.

Chinese editie van De spijker,

Twee kinderen zijn op zoek zijn naar een plek om ongestoord eindeloos te kunnen spelen. Buiten, in het compound waar ze wonen, worden ze overal weggejaagd, maar dan heeft de ene de oplossing: zijn opa, die in vegetatieve toestand is, ligt in zijn eentje op een ziekenhuiskamer. Dáár kunnen ze terecht! Zo gezegd, zo gedaan. En opa wordt al snel onderdeel van hun spel (ja, dat is wat macaber).

In die kamer bedachten we een aantal nieuwe spelletjes, waarin mijn vegetatieve opa een onmisbaar rekwisiet was.

Weet je nog hoe we hem een keer van top tot teen in verband hadden gewikkeld, als een mummie? Dat was een flinke klus, we zijn er een hele zaterdagmiddag mee bezig geweest. Je had stiekem verband meegenomen van huis, maar helaas was het niet genoeg: toen we bij zijn benen aankwamen, moesten we ons behelpen met restjes stof van mijn oma’s naaiwerk. Opa zag eruit als een bonte papegaai. Jij en ik waren grafrovers uit een ver land die naar Egypte waren gereisd en in een grafkelder deze vreemde mummie ontdekten.

Op een andere middag zetten we hem rechtop, zijn bovenlichaam ondersteund door een krukje, en schreven we zijn rug helemaal vol met karakters. Karakters die we zelf samenstelden uit onderdelen van andere karakters, niemand in de hele wereld kon ze lezen. We deden of dat het zeldzame handboek was van een langverloren kungfu-traditie. Deze keer waren we twee rondreizende 侠客 die verdwaald waren in een geheimzinnige tunnel, waar we de tekst ontdekten op een mensenhuid.

En daar stuitte ik op een lastig woord, want wat doe je met 侠客 xiake?

Lees op het Boekvertalers-blog hoe ik deze vertaalkwestie heb opgelost.

donderdag 10 september 2020

Wat te doen met 'shangren'?

Ik ben bezig met de vertaling van de nieuwste roman van Zhang Yueran, werktitel Cocon. Zhang schrijft over de vader van haar hoofdpersoon, die handel gaat drijven. Het is de vroege jaren 1990, de vrije markt is voorzichtig teruggekeerd in China en de hoofdpersoon, Li Jiaqi, is trots en blij:

Klassieke Chinese
shangren, met
abacus
Elke keer als ik [de woorden ‘zwendel’ of ‘zwarthandel’] hoorde, verbeterde ik het bij mezelf: papa was een shangren. In 1990 was shangren nog een ouderwets woord dat chique klonk. Ik had nog nooit een shangren gezien – ik dacht niet dat je de mensen die bij de schoolpoort kleefrijstrolletjes en stickers met stripfiguren verkochten zo kon noemen, dat waren gewoon venters. Ik kende het woord shangren omdat het vaak voorkwam in sprookjes. De hoofdpersoon in de sprookjes was vaak de dochter van een shangren die een leven in weelde leidde, niet veel anders dan een prinses. Ze kwamen altijd in de problemen door hun schoonheid en onschuld, maar aan het eind verscheen er altijd een dappere en knappe jongeman die hen redde uit hun netelige situatie. Het lot was hen altijd onverwoestbaar goed gezind, alsof hun vader god van tevoren vast had omgekocht. Ik was dus dolblij dat ik ook de dochter van een shangren zou worden, het leek alsof ik daarmee een nieuw levenslot kreeg.

Het lastige hier is dat shangren 商人, letterlijk 'handel-persoon', in het Chinees verschillende nuances heeft. Tegenwoordig is de bekendste betekenis 'zakenman' (of 'zakenlui' in meervoud): mensen die strak in het pak in hoge kantoorgebouwen vette deals sluiten en dan het vliegtuig pakken naar hun volgende afspraak. De papa in dit boek is een shangren op veel kleinere schaal: hij reist met tassen vol donsjassen en leren jacks op Rusland om zijn waar te slijten op de perrons waar de Trans-Mongolische trein even stopt. En voor de kleine Li Jiaqi heeft het woord weer een andere lading: zij kent de shangren als een koopman in de sprookjes.

In het Chinees is dat dus allemaal één woord, dat ook nog eens ;ouderwets en chique' is, maar in het Nederlands is goede raad duur want daar hebben wij heel verschillende termen voor.. Een moderne contractensluiter in een kantoorgebouw is geen koopman, een man die met een paar turkentassen in de trein stapt in de hoop wat roebels te verdienen is geen zakenman, en een sprookjesfiguur kan wel een handelaar zijn, maar koopman is toch het eerste wat in je opkomt. 'Ondernemer'? Nee, dat zijn ze ook niet alledrie.

Dus hoe los ik dat op? Na veel wikken en wegen en raadplegen van naslagwerken op zoek naar het juiste synoniem besloot ik dat ik maar een beetje moet smokkelen, om in elk geval de inhoud goed weer te geven:

Moderne shangren, met aktetas

Elke keer als ik [de woorden ‘zwendel’ of ‘zwarthandel’] hoorde, verbeterde ik ze bij mezelf: papa was een koopman, een zakenman. In 1990 waren dat nog woorden die heel chique klonken. Ik had nog nooit iemand gezien die je zo kon noemen – ik dacht niet dat je de mensen die bij de schoolpoort kleefrijstrolletjes en stickers met stripfiguren verkochten ‘zakenman’ of ‘koopman’ waren, dat waren gewoon venters. Ik kende het woord ‘koopman’ omdat het vaak voorkwam in sprookjes. De hoofdpersonen in de sprookjes waren vaak koopmansdochters die leefde in weelde, bijna als een prinses. Ze kwamen in de problemen door hun schoonheid en onschuld, maar aan het eind verscheen er altijd een knappe, dappere jongeman als hun redder in nood. Het lot was hen altijd onverwoestbaar goed gezind, alsof hun vader god van tevoren had omgekocht. Ik was dus dolblij dat ik ook een koopmansdochter zou worden, alsof ik daarmee een nieuw levenslot kreeg.
Hier en daar is shangren dubbel vertaald als 'een koopman, een zakenman', hier en daar is het handig weggelaten, en de sprookjesfiguur wordt zo naadloos een 'koopman'. We geloven Li Jiaqi maar gewoon als ze zegt dat het destijds 'chique' klonk, maar 'ouderwets' red je in het Nederlands niet, dus dat is weggelaten. Perfect is het niet (want we hebben nou eenmaal niet dat ene woord dat al die nuances beslaat), maar het kan er best mee door.