Posts tonen met het label artikel voor andere media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label artikel voor andere media. Alle posts tonen

maandag 23 februari 2026

De eerste zin van De onvindbare stad van Yu Hua

在溪镇有一个人,他的财产在万亩荡。

Zài Xīzhèn yǒu yīge rén, tāde cáichǎn zài Wànmǔdàng.

In – Beekdorp – er is/er bestaat – een mens/man, zijn – bezittingen – in/bij – Tienduizend-[oppervlakte-eenheid]-moeras/broekland.

Deze rén is hoofdpersoon Lin Xiangfu, blijkt al snel, en de zin is een vooruitwijzing: het duurt nog heel wat jaren (en hoofdstukken) voor hij zich daadwerkelijk gevestigd heeft in Xizhen (in mijn vertaling houdt Beekdorp toch maar zijn Chinese naam) en die bezittingen heeft verworven.

Deze eerste zin is op zich niet ingewikkeld.

Lees op de site van boekhandel Athenaeum wat er wél ingewikkeld is aan het vertalen van De onvindbare stad, en hoe ik er toch in geslaagd ben.

vrijdag 28 maart 2025

Sterven omdat ze vrouw zijn

De stand van zaken in China, wat femicide betreft: volgens een studie uit 2017 worden er honderden vrouwen per jaar gedood door hun partner. Dit is nog los van een voorkeur voor zonen, waardoor veel meisjes niet eens geboren worden en er zo’n 110 jongens ter wereld komen tegen elke 100 meisjes; nog los van de vele gevallen van huiselijk geweld tegen vrouwen en meisjes; nog los van ontvoeringen van vrouwen om hen gevangen te houden als echtgenote van mannen die geen vrouw konden vinden (mede door dat tekort aan meisjes); en nog los van een stigma voor vrouwen die gescheiden zijn, niet op tijd trouwen of geen kinderen krijgen.

In de bundel Tien liefdes van de Chinese schrijfster Zhang Yueran staat een verhaal over zo’n vrouwenmoord: het ingehouden en daardoor alleen maar gruwelijker ‘De boot’. Een vader gaat met zijn dochtertje een dagje naar de zee. Ze gaan een boot bouwen voor mama, zegt hij tegen haar. Mama slaapt nu, maar we nemen haar mee naar zee, en dan zal ze laten zien hoe goed ze kan zwemmen. Papa praat lief tegen zijn dochtertje, maar geleidelijk wordt duidelijk wat er aan de hand is: mama wilde geen gezeglijke echtgenote zijn en ze wilde geen kind, ze wilde uitgaan en dansen. Papa had er genoeg van en heeft haar gedood (‘Leg dat mes maar neer, mijn kindje, het is erg scherp. Nee, niet likken! Dat rode spul is geen siroop.’), en eenmaal bij de zee legt hij haar in een kist en laat haar wegdrijven. Het dochtertje mag helpen: ‘Kom maar met papa mee. We gaan haar de zee op duwen.’

In andere verhalen in de bundel sterven nog meer jonge vrouwen omdat ze vrouw zijn. Maar niet altijd is het femicide in strikte zin, waarbij een man opzettelijk een vrouw doodt: Zhang Yueran kiest ook voor een andere benadering, met verhalen waarin het eerder om indirecte femicide gaat.

Lees de rest van mijn stuk over de dode meisjes in de verhalen van Zhang Yueran in Armada nr. 1 van 2025: Femicide en geweld tegen vrouwen in de literaire verbeelding.

vrijdag 13 december 2024

Het stadje Beekheem, vlakbij Groot-Broekland, in Zuid-China

Ik ben al een tijdje bezig met het vertalen van het boek Wencheng van Yu Hua, Nederlandse werktitel De onvindbare stad. Het gaat over een jonge man, een behoorlijk welgestelde boer die ergens in Noord-China woont. Op een dag komt er een jonge vrouw bij hem aan de deur: ze is op reis van haar geboorteplaats Wencheng naar de hoofdstad, maar de postkoets heeft panne, mag ze hier misschien logeren? Van het een komt het ander, ze worden verliefd, ze krijgen een kind… maar dan is de vrouw op een dag verdwenen. De man laat het er niet bij zitten: hij pakt zijn spullen en de baby en gaat op reis, op weg naar Wencheng om haar daar te zoeken.

Wencheng vindt hij niet, maar hij komt in het plaatsje Xizhen, dat er precies op lijkt, dus daar strijkt hij dan maar neer. Xizhen ligt niet ver van Shendian, en ook Shanghai ligt op nog bereisbare afstand. In de buurt liggen nog wat kleinere dorpen, zoals Wangzhuang en Xilicun.

Bent u al in de war? Die plaatsnamen betekenen allemaal iets, en soms is het best de moeite om ze te vertalen.

Lees hoe ik dat heb aangepakt in mijn artikel op Boekvertalers.nl. Het boek verschijnt als het goed is in 2025 bij De Geus.

vrijdag 24 maart 2023

In Taipei, maar niet van Taipei

Omslag van de tweetalige editie van Taipei People 

De titel van Taipeiers (Taibeiren 《台北人》) is geleend van het boek Dubliners van James Joyce, maar de centrale tragiek van Taipeiers is dat de personages juist géén Taipeiers zijn. Ze zijn Shanghainezen, Sichuanezen, ze komen uit Guilin in het zuiden, uit Beijing in het noorden. Ze wonen in Taipei, maar het is niet hun thuis. Hun thuis is elders.

De bundel Taipeiers (Taibeiren 《台北人》) van Pai Hsien-yung verscheen in 1971, nadat de verhalen vanaf 1966 los van elkaar waren gepubliceerd in het Taiwanese tijdschrift Moderne literatuur (Xiandai wenxue 現代文學). De titel van het boek is geleend van het boek Dubliners van James Joyce, maar de centrale tragiek van Taipeiers is dat de personages juist géén Taipeiers zijn. Ze zijn Shanghainezen, Sichuanezen, ze komen uit Guilin in het zuiden van China, uit Beijing in het noorden. Ze wonen in Taipei, hoofdstad van Taiwan, maar het is niet hun thuis. Hun thuis is elders.

Taiwan is tegenwoordig feitelijk een zelfstandig land, maar het is in de loop van zijn geschiedenis in vele verschillende handen geweest. Vanaf 1895 was het een Japanse kolonie. Nadat Japan in 1945 de Tweede Wereldoorlog had verloren, werd het eiland teruggegeven aan China. China, dat was op dat moment de Republiek China, geleid door Chiang Kai-shek en zijn nationalistische partij, de Kuomintang (KMT). Zo werd Taiwan dus onderdeel van de Republiek China.

De KMT was sinds 1927 in oorlog met de Chinese Communistische Partij (CCP). Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de twee kampen samen opgetrokken tegen de Japanners, maar toen die eenmaal verslagen waren, pakten ze hun burgeroorlog weer op. De CCP rukte overal op, de KMT moest zich steeds verder terugtrekken en begon met een grootschalige evacuatie naar een goed verdedigbaar stuk van de Republiek China: het eiland Taiwan. Ambtenaren, het leger, hun familieleden, overheidsreserves, de kunstschatten uit het Paleismuseum: allemaal werden ze naar Taiwan verscheept, om daar veilig af te wachten tot de KMT het vasteland zou heroveren.

Toen Mao Zedong in 1949 in Beijing de Volksrepubliek China uitriep, was op het heroveren van het vasteland voorlopig geen uitzicht meer. Van de Republiek China was nu alleen Taiwan nog over, waar Chiang Kai-shek en de zijnen regeerden. Alle contact met het Chinese vasteland was afgesneden.
 
Portret van auteur Pai Hsien-yung. Oudere Aziatische man, glimlachend, grijs haar, zittend voor een witte muur. Op de achtergrond een kalligrafieschilderij met de tekst Taibeiren en een schilderij van een plantje op een houten tafel.
Auteur Pai Hsien-yung
De verhalenbundel Taipeiers laat zien wat de gebeurtenissen met de evacués doen. Schrijver Pai Hsien-yung (1937), zelf ook kind van een uitgeweken KMT-generaal, portretteert in deze verhalen personages uit alle lagen van de bevolking, van een prostituee en een tuinman die het weinige wat ze van het leven te verwachten hadden teruggebracht zien worden tot nog minder, tot oud-generaals en dames uit de betere kringen die weliswaar nog altijd in weelde leven, maar elke dag voelen wat ze zijn kwijtgeraakt met hun oude land. Ze zijn afkomstig uit alle hoeken van China, hadden elk een andere plek in de maatschappij, een ander beroep, andere verwachtingen en teleurstellingen. Maar allemaal zijn ze even ontheemd.

De ik-persoon in ‘Eenzame bloem van de liefde’ (‘Gu lian hua’ 孤戀花) was in Shanghai prostituee/operazangeres en is in Taipei afgegleden tot een ordinair bordeel; als ze in Taipei opnieuw een leven voor zichzelf probeert op te bouwen, verliest ze ook haar nieuwe geliefde. De chique echtgenotes in ‘Herfstoverdenkingen’ (‘Qiu si’ 秋思) slijten hun dagen met roddelen en eindeloos mahjong spelen, maar mevrouw Hua is haar thuis en haar man verloren en heeft nu niets meer om naar uit te kijken in haar leven. Tuinman Wang Xiong in ‘Een zee van bloedrode azalea’s) (‘Na pian xue yiban hong de dujuanhua’ 那片血一般紅的杜鹃花) had in Hunan maar een heel simpel leven, in zijn dorp, met een gearrangeerde verloofde; weggerukt van het beetje wat hij had legt hij nu al zijn hoop en liefde in Taiwan, zodat hij zelfs na zijn dood nog naar het eiland blijft haken.

Als ze er al in slagen om hun oude leven te vergeten, is het door het kweken van heel veel eelt op hun ziel. Zhu Qing in ‘Een handvol groen’ (‘Yi ba qing’ 一把青) was in Nanjing de jonge bruid van een piloot en ging er bijna aan onderdoor toen hij omkwam bij gevechten in de oorlog. In Taipei begint ze een nieuw leven en krijgt ze zelfs weer kennis aan een nieuwe jonge piloot, maar als hij omkomt bij een oefening pakt ze bijna zonder enige hapering haar bezigheden weer op.

En zelfs de meest succesvolle, gevierde personages kijken met niet alleen nostalgie maar zelfs verdriet terug naar het verleden en het vasteland. Generaal Meng-yang in ‘Requiem van Liang Fu’ (‘Liangfu yin’ 梁父吟) wil na de herovering van het Chinese vasteland thuis worden herbegraven, maar tussen de regels door is wel te lezen dat hij en zijn oude strijdmakkers zelf misschien ook al weten dat dat niet zal gebeuren. Hun kinderen zijn naar Amerika vertrokken en hebben geen boodschap meer aan de Chinese cultuur en de waarden van hun vaders – de oude mannen zijn ook de volgende generatie kwijt. Toch gloort er voor generaal Pu nog hoop: zijn zoon heeft zijn kleinzoon teruggestuurd naar Taiwan, waar de oude man zich over het ventje heeft ontfermd. Hij spreekt nu weer Chinees en kan Tang-gedichten voordragen.

Veel migratieliteratuur, of ze nu over Amerika gaat, of Japan, of welk land dan ook, is optimistisch: hier in het nieuwe land gaan we het maken, of op zijn minst het beste ervan maken. De personages in Taipeiers zijn in zekere zin nog in hetzelfde land – de Republiek China – in dezelfde cultuur en onder dezelfde overheid. Taipei is van hen geworden, het wordt bestuurd door een KMT-regering en iedereen moet hun taal spreken. Desondanks kijken deze personages niet vooruit maar terug: naar vroeger, naar het Chinese vasteland, naar thuis, toen ze gevierd waren en succesvol, toen ze een veelbelovende toekomst zagen voor zichzelf, of een toekomst met de persoon van wie ze hielden. De grenzen van China zijn gaan schuiven, Taipei is van het ene land overgezet naar het andere, en de evacués wonen opeens op een plek die wel hun land is, maar niet hun thuis.

Besproken: Pai Hsien-yung 白先勇. Taipei People 台北人 – Chinese-English Bilingual Edition 中英對照, vertaald door Pai Hsien-yung en Patia Yasin (Hongkong: Chinese University Press, 2000).

Gebruikte literatuur:
Liu Jun 劉俊, Bei min qing huai: Bai Xianyong pingzhuan 悲憫情懷:白先勇評傳 (Medeleven en gevoelens: biografie van Pai Hsien-yung) (Taipei 台北: Erya 爾雅, 1995).
David Der-wei Wang (red.). A New Literary History of Modern China (Cambridge/Londen: Harvard University Press, 2017).

vrijdag 8 januari 2021

Het drielichamenprobleem – Liu Cixin

Het drielichamenprobleem

Een jonge Rode Gardiste wordt doodgeschoten door een lid van een vijandige factie, een professor wordt doodgeslagen voor de ogen van zijn familie, en zijn dochter Ye Wenjie wordt afgevoerd naar een afgelegen legerbasis, met de boodschap dat ze daar niet meer vandaan zal komen. ... 

Lang blijft onduidelijk wat de drie verhaallijnen van Het drielichamenprobleem met elkaar te maken hebben, maar dan brengt Liu Cixin ze bij elkaar en blijken ook schijnbaar onmogelijke gebeurtenissen geheel overtuigend en op grootse wijze verklaard te kunnen worden. De werkelijkheid die we zien is niet de enige werkelijkheid: een computerspel is niet zomaar een computerspel, een afgelegen onderzoeksbasis blijkt contact te kunnen leggen met buitenaards leven, en zelfs een waterstofatoom blijkt meer te kunnen zijn dan een piepklein waterstofatoom.

Lees de rest van mijn recensie van Het drielichamenprobleem op de website van Trouw.

vrijdag 25 september 2020

De liefde van een half leven – Eileen Chang

Foto van Eileen Chang in 1946
Een tijdje terug (meer dan anderhalf jaar geleden, zelfs) schreef ik een recensie over De liefde van een half leven van Eileen Chang, vertaald door Silvia Marijnissen, in de hoop dat mijn stuk kon worden geplaatst in een groot Nederlands dagblad. Ik was er wat te laat mee, het boek was al te lang uit, dus het dagblad heeft mijn stuk nooit geplaatst. 30 september a.s. is de honderdste geboortedag van Chang (30 september 1920 – 8 september 1995) – een goede gelegenheid om de recensie hier alsnog te publiceren.

---

Jongeman ontmoet meisje, jongeman wordt verliefd, meisje blijkt zijn gevoelens te beantwoorden en ze krijgen verkering. Hier en daar zijn natuurlijk wat hobbels, anders was er geen verhaal: Shijun komt uit een middenstandsgezin, Manzhen is armer; haar zus is zelfs prostituee, hoewel ze al vrij snel toch weet te trouwen met een bemiddeld man (die zijn oog vervolgens ook op Manzhen laat vallen); Shijun moet terug naar huis, in het verderaf gelegen Nanjing, als zijn vader ziek wordt en dan overlijdt; en Manzhen en Shijun zijn allebei zo terughoudend dat er soms misverstanden ontstaan tussen hen.

Zo kabbelt het boek een poos lang rustig voort, met steeds een nieuwe verwikkeling die onverwacht genoeg is om het boeiend te houden maar ook klein en herkenbaar genoeg om geloofwaardig te zijn. Chang komt hier naar voren als de Jane Austen van het Shanghai van de jaren ’30, met vrouwen in cheongsam en mannen in lange gewaden die voorzichtig flirtend om elkaar heen draaien. Gevoelens worden duidelijk niet door dramatische gebaren of grote woorden, maar door kleine details: een ijdel meisje ruïneert haar geborduurde schoenen als ze naar buiten rent om de hond tegen te houden, die anders misschien wel de man had gebeten die net bij haar op bezoek was. Verder is terughoudendheid een deugd en verlegenheid iets om aan te moedigen.

Op pagina één wordt al vermeld dat Manzhen en Shijun elkaar uiteindelijk niet zullen krijgen en de lezer leest nieuwsgierig verder om te zien waar hun relatie op zal stuklopen: zou Shijun uiteindelijk zwichten voor zijn familie, die Manzhen te min vindt? Zou Manzhen zwichten voor háár moeder, die vindt dat ze niet eindeloos moeten wachten met trouwen? Zou zij het uitmaken uit misplaatste trots, of hij uit misplaatste eigenwijsheid?

En dan wordt Manzhen opeens verraden door haar eigen familie en overkomt haar iets dat zo wreed en afgrijselijk is dat zelfs Shijun, die in dezelfde tijd en cultuur leeft als zij, zich het niet kan voorstellen. Als hij niets meer van haar hoort, denkt hij dat ze hem niet wil zien omdat ze ruzie hebben gehad. Ook voor de lezer is de gebeurtenis een schok: achteraf zijn er wel aanwijzingen geweest, maar op het moment zelf komt het volkomen onverwacht.

Eileen Chang (1920-1995) is een grote naam in de Chinese literatuur – ook in dat opzicht is ze te vergelijken met Jane Austen. Ze groeide op in Shanghai, een stad waarin Europese en Chinese culturen samenkomen: traditionele Chinese longtang naast de Franse en Duitse concessiewijken waar het Chinese recht niet gold. De eerste versie van De liefde van een half leven schreef ze al op haar negentiende, maar ze had op dat moment al meer meegemaakt dan veel andere mensen in hun hele leven. Changs overgrootvader was een hoog ambtenaar geweest onder de Qing-dynastie (1644-1911), haar vader was opiumverslaafd, haar moeder ging toen Eileen en haar broertje nog klein waren rustig in haar eentje een paar jaar in Europa wonen.

Op haar zeventiende werd Chang een half jaar lang door haar vader opgesloten in huis, omdat ze haar stiefmoeder niet wilde gehoorzamen. Ze werd uiteindelijk bevrijd door een dienstmeisje dat medelijden kreeg – een gebeurtenis die terugkomt in De liefde van een half leven, als Manzhen wordt geholpen door een arme vrouw die haar helemaal niet kent, en daarna langzaam weer weet op te krabbelen.

De jaren ’30 en ’40, waarin het boek speelt, brachten grote veranderingen in China: na de val van het keizerrijk in 1911 was er een republiek opgericht, overal werden nieuwe politieke ideeën besproken, de literatuur werd volledig vernieuwd en ook het dagelijks leven veranderde op allerlei manieren. Shijun, Manzhen en hun vrienden leven zichtbaar in een nieuwe tijd: ze maken uitstapjes met hun vrienden én vriendinnen, ze hebben zelf hun beroep gekozen, Manzhen is een vrouw met een eigen baan. Die vrijheid bestaat pas sinds heel kort – hun moeders krijgen in het boek niet eens een voornaam, zij hebben nooit eigen inkomen, een beroep of een keuze gehad in hun leven.

Maar als Manzhen wordt verraden, wordt in een klap duidelijk dat die nieuwe tijd nog niet helemaal is aangebroken. Het boek loopt opeens heel anders dan verwacht – dit is geen Jane Austen meer. Wat eerst een simpele liefdesgeschiedenis leek, blijkt een verhaal over lotsbestemming en keuzes: kies ik voor wat mijn familie van me verwacht of kies ik voor mezelf? Leg ik me neer bij het noodlot of blijf ik vechten? De personages maken allemaal een andere keuze, maar uiteindelijk wordt geen van hen echt gelukkig. De oorspronkelijke Chinese titel van dit boek laat zich vertalen als ‘voorbestemd om een half leven met elkaar te delen’ – aan het noodlot is soms niet te ontsnappen, sommige dingen zijn niet meer terug te draaien.

Een belangrijk boek, goed geschreven en dito vertaald, van een groot schrijfster. Dit is het eerste boek van Eileen Changs hand dat vertaald is in het Nederlands en het is te hopen dat er nog meer zullen volgen.

Besproken: De liefde van een half leven door Eileen Chang, vertaald door Silvia Marijnissen (Amsterdam: Arbeiderspers, 2018).

vrijdag 10 juli 2020

Avondeten met zijn zessen – Lu Min

Foto van auteur Lu Min met het boek
Lu Min met "Avondeten met zijn zessen"
Zes personages, zes hoofdstukken verteld rond steeds een van de personages: Lu Min (1973) vertelt in haar rijke roman Avondeten met zijn zessen een Chinese West Side Story tegen de achtergrond van de afbraak van de socialistische zware industrie in de jaren 1990.

Een samengesteld gezin

Na het overlijden van haar man, een boekhouder, begint Su Qin een relatie met fabrieksarbeider Ding Bogang, die na het overlijden van zijn vrouw ook alleen is achtergebleven. Elke woensdagavond slaapt ze bij hem, elke zaterdag eten zij en haar twee kinderen bij Ding Bogang en diens twee kinderen. Een gezellig samengesteld gezin wordt het niet: de kinderen hebben weinig met elkaar op. Oudste zoon Ding Chenggong trekt zich zoveel mogelijk terug in zijn kamertje en zegt geen boe of ba tijdens het eten; onnozele dochter Zhenzhen slaagt er vooral om altijd de verkeerde opmerking te maken; Su Qins dochter Xiaolan, die goed kan leren, heeft alleen maar aandacht voor haar boeken; en haar dikke zoontje Xiaobai, die heel erg zijn best doet de aandacht van zijn gedroomde ‘grote broer’ Ding Chenggong te trekken, kan de sfeer niet redden.

De relatie eindigt na een jaar of twee, maar het verhaal niet. Langzaam wordt duidelijk dat de belangrijkste relatie in dit boek niet die tussen Su Qin en Ding Bogang is, maar tussen Ding Chenggong en Xiaolan. Ding Chenggong – zijn naam betekent ook nog ‘Succes’ – was vroeger een wonderkind, maar na de dood van zijn moeder ging het niet meer goed op school. Dat de duik in zijn schoolprestaties samenviel met het overlijden van zijn moeder wordt alleen heel in het voorbijgaan vermeld, waarmee de oorzaak van de hele tragiek van zijn leven haast in een bijzin wordt afgedaan. Ding Chenggong gaat van school, is een poosje werkloos en vindt dan een baan als glasblazer. Zwaar en hard werk zonder veel uitzicht op beter.

Xiaolan daarentegen, dochter van redelijk hoopopgeleide ouders, kan goed leren en studeert zich ijverig naar de pedagogische universiteit, waarna ze een baan krijgt als lerares en trouwt met een veelbelovende jonge ondernemer. Maar al die tijd blijft ze omgaan met Ding Chenggong. Ze delen een belangrijk deel van hun jeugd, en hoewel zijn leven mislukt is en het hare juist steeds beter wordt, blijven ze dat in elkaar herkennen. Hij omarmt zijn mislukking en vestigt al zijn hoop op haar succes, zonder iets voor zichzelf te vragen, zij maakt alles (vooral hem) ondergeschikt aan een beter leven voor zichzelf. Totdat de leegte van haar welvarende bestaan Xiaolan op een dag naar de keel grijpt en ze besluit haar succes en welvaart op te geven en Ding Chenggong haar liefde te verklaren. Het loopt niet goed af, natuurlijk.

Anders dan veel Chinese boeken vertelt Lu Min niets over de ouders en grootouders van haar hoofdpersonen of hoe het de families is vergaan in de roerige afgelopen eeuw. Ze bakent haar aantal personages en vertelde tijd scherp af: zes personen (en niet meer dan twee bijpersonages), twee generaties, een verhaal dat loopt van het begin van de relatie tussen Su Qin en Ding Bogang tot kort na de rampzalige explosie op het centrale kruispunt. Geen grootouders, geen buren – zelfs de overleden echtgenote en echtgenoot leren we niet kennen en we horen niets over hun relatie met hun gezin. Zes personen, that’s it.

China als klassenmaatschappij

Officieel bestonden er natuurlijk geen klassen in het socialistische China, maar in de praktijk wel, zo laat deze roman duidelijk zien. De vriendin die Su Qin aan Ding Bogang voorstelt, had nooit verwacht dat ze werkelijk iets met hem zou beginnen: hij is een lompe arbeider met weinig culturele bagage, en ook nog alcoholist. Zijn dochter Zhenzhen weet economisch wat te klimmen, maar dan wel dankzij een echtgenoot die handelt in afval, rommel en puin (hij wordt er goed rijk mee). Ding Chenggong weet zich ondanks zijn intelligentie niet te ontworstelen aan zijn achtergrond.

Su Qins familie aan de andere kant doet het beter: Xiaolan doorloopt de hele middelbare school én de universiteit (maar daar stokt ze: haar cijfers zijn goed genoeg, maar voor een goede baan moet je ook extracurriculaire activiteiten hebben ontplooid en dat heeft ze niet). Xiaobai vertrekt op zijn zestiende naar een school in het zuiden en zet later een bloeiende internetwinkel op.

En dit alles speelt tegen de achtergrond van de kapitalisering van de jaren 1990. Nadat Deng Xiaoping in 1978 aan de macht kwam en de Chinese economie in snel tempo openstelde en privatiseerde, raakte de zware industrie al snel in het slop. Ding Bogang is een typische arbeider uit een voorbije tijd: hij werkt in een (vervuilende en ongezonde) fabriek, woont in een woongebouw van die fabriek, gaat voor zijn dementie naar het fabrieksziekenhuis, ziet uit naar een pensioen betaald door de fabriek… Maar met de privatisering is die industrie sterk veranderd: veel verlieslijdende fabrieken werden gesloten, veel arbeiders ontslagen (waardoor ze dus ook hun woning kwijtraakten), pensioenen werden niet meer uitbetaald. De teloorgang van Ding Bogang loopt gelijk met de teloorgang van de socialistische industrie. Uiteindelijk wandelt de demente Ding Bogang elke ochtend over het centrale kruispunt van de wijk, en is hij elke ochtend weer geschokt door alle veranderingen daar.

Avondeten met zijn zessen (六人晚餐, 2012) is nog niet vertaald (een Zweedse vertaling is in de maak). Een aantal korte verhalen van Lu Min is vertaald in het Engels. Deze roman is in 2017 verfilmd als Youth Dinner.

Deze recensie verscheen eerder op China2025.nl

vrijdag 22 mei 2020

Braised Pork – An Yu

Foto: Tibetaans dorp in de bergen
Een Tibetaans dorp in de bergen.
In Braised Pork van de in het Engels schrijvende Chinese schrijfster An Yu vindt hoofdpersoon Jia Jia op een dag opeens haar man dood in de badkuip, met naast hem een schets van een vismens: het gezicht van een man, het lichaam van een vis. Wat betekent dit allemaal, en hoe moet zij verder? Ze probeert het leven weer op te pakken: ze zoekt werk, verhuurt het appartement waarin ze met haar man woonde, ontmoet een nieuwe liefde – maar de vismens en zijn betekenis laten haar niet los. Om erachter te komen wat haar man kan hebben bewogen, besluit ze naar Tibet te gaan, naar de plekken waar hij ook kort voor zijn dood langs is gereisd.

Lees de rest van mijn recensie van Braised Pork op China2025.nl.

vrijdag 24 april 2020

Optekeningen van een vogelverschrikker – Sanmao

Sanmao en José.
Sanmao woonde met haar Spaanse man José een aantal jaar in de Westelijke Sahara, destijds een Spaanse kolonie. Zoals te lezen in Berichten werd het land in 1975 onafhankelijk, waarop het meteen werd ingelijfd door Marokko. De meeste Spanjaarden, zo ook Sanmao en José, ontvluchtten het land. Sanmao’s volgende boek Optekeningen van een vogelverschrikker speelt zich daarom grotendeels af op de Canarische Eilanden, waar de twee na hun vlucht neerstreken.

Lees de rest van mijn bespreking van Optekeningen van een vogelverschrikker op China2025.nl.