vrijdag 4 september 2026

Voor we monsters werden – Katniss Hsiao

De laatste tijd wordt steeds meer vertaalde Chinese* literatuur besproken door recensenten die niet zelf uit de hoek van de Chinese literatuur of de sinologie komen, en dat levert goede en interessante recensies op. Die recensenten (hier in het NRC bijvoorbeeld, of hier in de Volkskrant) hebben verstand van literatuur, maar nog niet speciaal van Chinese, dus ze doen eerst goed hun huiswerk: ze lezen zich in en kunnen dan uitleggen dat Chinese literatuur over het algemeen niet plotgedreven is, zoals de westerse, maar meer cyclisch of episodisch. Een gegeven of een idee wordt steeds omgekeerd, gespiegeld, benaderd vanuit verschillende perspectieven. Het verhaal gaat niet zozeer ergens naartoe maar draait ergens omheen. Zie de Droom van de rode kamer voor een oud klassiek voorbeeld, of Huize Zwaan voor een nieuw modern.

Niet naar een ontknoping toe, maar episodisch dus. Maar hoe moet dat dan bij een detectiveroman, die naar westers idee toch hoort te beginnen met een moord en te eindigen met het uitvinden van whodunnit en whydunnit? Hoe dat uitpakt zien we bij Katniss Hsiao.

De opzet: Yang Ning werkt bij een bedrijf dat plaatsen delict schoonmaakt. Kamers waar een moord of zelfmoord of ander afschuwelijk ongeluk is gebeurd. Op een dag neemt ze wat overhaast een opdracht aan en maakt ze een kamer schoon die, zo blijkt achteraf al snel, nog niet door de politie was onderzocht. Yang Ning heeft dus sporen van een misdaad uitgewist en wordt nu zelf verdacht van de moord op de bewuste jonge vrouw. Ze ziet maar één uitweg: zelf op zoek gaan naar de moordenaar.

Yang Ning heeft een speciale gave: een extreem sterk reukvermogen. Helaas is ze dat kwijtgeraakt na de zelfmoord van haar broertje Yang Han. Het verlies is een traumarespons, en nu komt haar reukvermogen alleen nog maar terug als ze op een plaats delict is, voor haar werk bijvoorbeeld, waar het trauma in de lucht hangt. (De eerdere scènes waar wordt verteld hóé goed ze wel niet kan ruiken zijn zeer vermakelijk en ik hoopte het hele boek lang dat iets haar zou triggeren waardoor ze het terugkreeg.) Haar reukvermogen helpt haar bij de moordzaak, want ondanks haar grondige schoonmaakwerk is er in de gordijnen nog een vleugje parfum blijven hangen.

Dat is het plot-aspect. Het cyclische aspect zit in de pogingen die Yang Ning onderneemt om de moordenaar te vinden. Een episode gaat over hoe ze probeert erachter te komen wat voor luchtje er in de gordijnen hing (en daarin slaagt). Maar de meeste episodes gaan over kapotte gezinnen en gebroken mensen – monsters, zo je wil, van verschillende soorten.

Yang Ning weet de hulp te verkrijgen van veroordeeld seriemoordenaar Cheng Chun-chin, inmiddels uit de gevangenis en net als zij begiftigd met een extreem goede neus. De twee draaien om elkaar heen om iets van de ander te leren of te verkrijgen zonder zelf teveel weg te geven. In een tussenhoofdstuk wordt Chengs leven beschreven, hoe hij nooit zijn draai kon vinden en hoe dat uiteindelijk uitliep op moorden.

Cheng laat nergens het achterste van zijn tong zien en blijft steeds een sluimerend gevaar, maar hij zet Yang Ning toch op een veelbelovend spoor: er zijn meerdere zelfmoorden geweest – of waren het toch moorden? – die iets gemeen hebben met deze laatste. Als Yang Ning dieper in het leven van de slachtoffers graaft, komt ze een pedofiel op het spoor die kinderen verkracht. Ook zijn leven wordt beschreven in een tussenhoofdstuk: hoe hij zijn geaardheid ontdekt, hoe hij die probeert te onderdrukken, poogt een relatie met een meisje gaande te houden, daar niet in slaagt, uiteindelijk toch weet te trouwen en twee kinderen krijgt, maar intussen nog altijd af en toe een kind misbruikt en vermoordt.

Yang Ning begint steeds sterker te vermoeden – of wil ze zichzelf ervan overtuigen? – dat de dood van haar broertje Yang Han geen zelfmoord was maar ook een moord. Ze reist terug naar haar ouderlijk huis, dat ze na de middelbare school zo snel mogelijk had ontvlucht, om daar naar aanwijzingen te zoeken. In flashbacks lezen we over haar jeugd: haar vader die haar moeder had laten zitten, haar moeder die helemaal geen kind had gewild, of in elk geval nog niet, hoe moeder de kinderen Yang Ning en Yang Han verwaarloost. Moeder zegt daadwerkelijk eens tegen de kleine Yang Ning dat ze wilde dat die nooit geboren was. Geen wonder dat Yang Ning slechts met fysieke tegenzin teruggaat.

In haar ouderlijk huis ontdekt ze tussen de spullen van haar broertje inderdaad een aanwijzing die haar op het spoor zet van de werkelijke moordenaar, en ook over zijn leven lezen we: hoe zijn moeder van zijn tweelingbroer hield, maar niet van hem, hoe hij met Das Parfum-technieken de geur van zijn broer weet te bottelen om zo de liefde van zijn moeder proberen te winnen. Uiteindelijk pleegt de tweelingbroer zelfmoord.

Maar ook het leven van hún moeder is traumatisch geweest: na een moeizame start in de grote stad ontmoet ze een lieve mecanicien, met wie ze trouwt, maar nog als ze zwanger is van hun tweeling worden ze samen aangereden door een truck. Hij is dood, zij gehandicapt, en moet nu vanuit een rolstoel voor haar pasgeboren tweeling zorgen.

Trauma brengt trauma voort, een kapot gezin zorgt voor weer nieuwe kapotte gezinnen, en dat is tussen het bloed, de narigheid en de vele doden het eigenlijke onderwerp van deze gruweldetective.

Is dit een goed boek: ja. Het thema wordt zorgvuldig uitgewerkt, voor elk personage en elke verwikkeling neemt Hsiao ruim de tijd, en er volgen steeds nieuwe verwikkelingen die je doen doorlezen. Is dit een leuk boek: nee. Narigheid, de ene pagina na de andere. Moet u dit boek lezen: ja, absuluut, als u graag narigheid en horror leest.

Besproken: Voor we monsters werden 《成為怪物以前》 door Katniss Hsiao 蕭瑋萱 (Nieuw Taipei 新台北市: Ink 印刻, 2022). Nog geen Nederlandse vertaling, wel een Duitse: Das Parfüm des Todes, vertaald door Karin Betz.

* Ik gebruik ‘Chinees’ hier in de betekenis ‘behorende tot de culturele traditie die uit China stamt’, niet in de betekenis ‘behorende bij de Volksrepubliek China’. We hebben in het Nederlands nou eenmaal geen verschillende woorden voor 华 en 中国. 

vrijdag 5 juni 2026

Wat namen zeggen in Het diner... van Chang Kuo-li

Omslag van de roman Het diner van Zhang Daqian en Zhang Xueliang
Ik ben bezig in de roman 《張大千與張學良的晚宴》 Het diner van Zhang Daqian en Zhang Xueliang van 張國立 Chang Kuo-li. Op een of andere manier had ik in mijn hoofd dat dit boek zou gaan over de onvervaarde krijgsheer Zhang Xueliang in Noord-China tijdens de burgeroorlog, maar het blijkt te gaan over de tachtigjarige Zhang Xueliang onder huisarrest in Taipei. Evengoed is het een leuk boek.

Ik ben veel Taiwanese literatuur aan het lezen de laatste tijd, en toevallig of niet, het zijn eigenlijk allemaal boeken met een Taiwanees perspectief: personages wier familie al vele generaties in Taiwan woont, die afkomstig zijn uit niet al te rijke gezinnen in kleine dorpen, die Taiwanees (Hokkien) praten met hun ouders. Dit boek zit juist heel erg in het Vastelander-perspectief en dat is voor de afwisseling interessant.

Nog afgezien van de setting en het verhaal kan je het zien aan de namen. Te beginnen met de naam van de auteur: 張 Chang komt wel voor in Taiwan, maar is in China veel algemener. 國 Kuo, land, is de Republiek China, gesticht door Sun Yat-sen en lange tijd geleid door Chiang Kai-shek. In die wereld is Taiwan geen 國.

De personages in het boek hebben familienamen als 張 Zhang (de twee titelpersonages), 王 Wang, 李 Li en 于 Yu – niet dat een Taiwanees niet zo kan heten, maar minder vaak. Taiwanezen heten 陳 Chen en 林 Lin.

Een schooljongen heeft de naam 台生 Tai-sheng gekregen, ‘geboren op Taiwan’. Onmiskenbaar het soort naam dat een van het Chinese vasteland gevluchte familie geeft aan een telg die, hoe ongebruikelijk, wordt geboren op dit verre vreemde eiland. Dat legde schrijfster Lung Ying-tai 龍應台, die ook al zo’n naam heeft, uit in haar 《大江大海》. Een Taiwanese familie noemt haar kind niet ‘geboren in Taiwan’, want in zo’n familie worden al generaties lang alle kinderen geboren in Taiwan, dat is niet iets bijzonders wat je speciaal in de naam moet vastleggen.

(Tijdens mijn eigen tijd in Taiwan ben ik een keer een jongeman tegengekomen die in het Chinees Tai-sheng heette. Zijn vader was dan weer Amerikaan, zodat de jongeman een Engelse achternaam had. Door puur toeval was dat een achternaam die werkelijk perfect paste bij zijn Chinese eigennaam: Mainland. Maar dat terzijde.)

De hoofdpersoon van het boek is een jonge vrouw die namens de geheime politie het vertrouwen moet winnen van Zhang Xueliang, zodat de overheid een oogje op hem kan houden. Zij heet 如雪 Ju-hsueh, ‘[puur en rein] als sneeuw’. Hier in Taiwan hebben we helemaal geen sneeuw, merkt haar nieuwe baas op als hij haar voor het eerst ontmoet. Waar komt je familie vandaan? Uit Noord-China, blijkt. Haar vaders familie dan, want haar moeder is een Taiwanese Hakka.

Boek: Het diner van Zhang Daqian en Zhang Xueliang 《張大千與張學良的晚宴》 door Chang Kuo-li 張國立 (Taipei 台北: Ink 印刻, 2014).

Ook genoemd:
De rivier is breed, de zee is groot: 1949 《大江大海一九四九》 van Lung Ying-tai 龍應台 (Taipei 台北: 天下 Tianxia, 2009).

maandag 23 februari 2026

De eerste zin van De onvindbare stad van Yu Hua

在溪镇有一个人,他的财产在万亩荡。

Zài Xīzhèn yǒu yīge rén, tāde cáichǎn zài Wànmǔdàng.

In – Beekdorp – er is/er bestaat – een mens/man, zijn – bezittingen – in/bij – Tienduizend-[oppervlakte-eenheid]-moeras/broekland.

Deze rén is hoofdpersoon Lin Xiangfu, blijkt al snel, en de zin is een vooruitwijzing: het duurt nog heel wat jaren (en hoofdstukken) voor hij zich daadwerkelijk gevestigd heeft in Xizhen (in mijn vertaling houdt Beekdorp toch maar zijn Chinese naam) en die bezittingen heeft verworven.

Deze eerste zin is op zich niet ingewikkeld.

Lees op de site van boekhandel Athenaeum wat er wél ingewikkeld is aan het vertalen van De onvindbare stad, en hoe ik er toch in geslaagd ben.

vrijdag 26 december 2025

Wat is er dit jaar verschenen: 2025

Het is een goed jaar geweest voor de literatuur vertaald uit het Chinees (en alsof dat niet genoeg is, belooft volgend jaar ook weer een goed jaar te worden.) Wat een diverse verzameling ook: niet alleen fictie en poëzie, maar ook memoires en filosofie deze keer.

Het grote nieuws was natuurlijk de Nijhoff-prijs voor Mark Leenhouts, voor zijn vele en zeer goede literaire vertalingen uit het Chinees. Van hedendaagse tot klassieke literatuur en nu zelfs de adviezen en filosofie van Sunzi, hij kan het allemaal. In de masterclass die hij gaf naar aanleiding van de toekenning van de prijs werd weer eens duidelijk hoe goed Leenhouts erin is om mooi Chinees over te zetten naar mooi Nederlands, zo vrij als nodig en zo precies als mogelijk.

Fictie

Huize Zwaan
Zhang Yueran
Vertaling Annelous Stiggelbout

Kindermeisje Yu Ling beraamt met haar vriend een plan: ze zullen het zoontje van de rijke familie waarvoor ze werkt ontvoeren en met het losgeld samen een fijn leven gaan leiden. Maar halverwege de ontvoering krijgt Yu Ling bericht dat vader is opgepakt. Moeder heeft ook al de wijk genomen, dus nu is er niemand meer om losgeld te betalen – en überhaupt niemand meer om voor het jongetje te zorgen.
Vanuit dat gegeven onderzoekt Zhang Yueran klassenverschillen in de Chinese maatschappij, en ook de positie van vrouwen (zowel rijk als arm, beide niet te benijden), van huispersoneel… Weer een heel rijk boek.
 
Ik heb dit boek in één ruk uitgelezen en vervolgens ook in één ruk uitvertaald. Binnen nauwelijks een half jaar nadat ik begon met vertalen lag het in de winkel, zo snel is het nog nooit gegaan.

Verhalen bij het snuiten van de lamp
Qu You, Li Changqi, Shao Jingzhan
Vertaling Piet Rombouts

Een dozijn verzamelde chuanqi, klassieke Chinese wonderverhalen. Geesten, spoken en andere bovennatuurlijke zaken, het boek is in de Ming-dynastie zelfs een poosje verboden geweest voor zulke ongepaste inhoud.

Filosofie


De kunst van het oorlogvoeren
Sunzi
Vertaling Mark Leenhouts

‘Alles staat erin, alleen de atoombom niet’, placht mijn docent B.J. Mansvelt Beck te zeggen over Sunzi’s klassieker. Er zijn al vele, vele, vele vertalingen en interpretaties van, zijn tips worden niet alleen gelezen door militairen: er is ook Sun Tzu voor managers, Sun Tzu voor advocaten, Sun Tzu voor vrouwen, en dat is nog maar de eerste pagina van zoekresultaten op bol.com.
Maar dit is de eerste keer dat deze belangrijke klassieker integraal rechtstreeks naar het Nederlands is vertaald. En Sunzi is niet alleen praktisch, maar ook beschouwend: ‘Het uitgangspunt van zijn betoog is zelfs dat fysieke oorlog in feite zo lang mogelijk vermeden moet worden, alleen al om verspilling van kracht, mensen en middelen tegen te gaan. Er zit een taoïstische, door de natuur ingegeven kant aan die instelling, evenals aan de afwezigheid van een beroep op de confucianistische deugd of de heroïek van het slagveld.’

Maak kennis met Laozi
Vertaling Jan De Meyer

Nog een klassieker: de Daodejing, ook wel de Laozi. Adviezen aan de heerser van een land, maar Laozi's filosofie is ook van nut voor het gewone leven. Net als Sunzi al vele malen vertaald, en net als Sunzi lang niet altijd met de zorgvuldigheid die nodig zijn voor een echte goede vertaling. Dus het is mooi dat deze er is: de eerste vertaling rechtstreeks naar het Nederlands naar de commentaren van Sima Chengzhen, door sinoloog, filosoof en eminent vertaler Jan De Meyer.

‘Het sterke van de tekst is dat hij levenswijsheid bevat voor iedereen. Het gaat steeds over het cultiveren van iets wat al in jezelf aanwezig is – worden wat je diep vanbinnen al bent. Het geluk zit in het cultiveren van het talent dat in je zit. En iedereen heeft zo’n talent,' zegt De Meyer erover.

Meester Guans Technieken van het hart
Vertaling Carlo Hover

De Guanzi, traditioneel toegeschreven aan filosoof en staatsman Guan Zhong, handelt over de ideeën over politieke economie die zich ontwikkelde tijdens de periode van Lente en Herfst. De Guanzi behandelt allerlei uiteenlopende onderwerpen; dit boek is een vertaling van de vier verhandelingen over de 'technieken van het hart' (心術).
 
‘De hier vertaalde geschriften over de technieken van het hart schetsen vanuit een vooral daoïstische invalshoek een sterk lichamelijke psychologie van zelfcultivering en politiek bestuur. Dat vertoont kenmerken van wat we tegenwoordig 'biopolitiek' noemen. De vertaling en analyse van deze teksten wil die bron ontsluiten en verkennen wat die ons hier en nu misschien nog te zeggen heeft.’

Memoires

Hu Anyan
Vertaling Silvia Marijnissen

Hu Anyan bezorgt, zoals de titel al zegt, pakketjes, en heeft daarvoor en daarna ook allerlei andere laagbetaalde baantjes, maar wat hij echt wil is schrijven. Zijn boek over zijn verschillende banen sloeg zeer aan bij de Chinese lezers en is nu ook in het Nederlands te lezen. Ik heb het nog niet gelezen, maar ben benieuwd of er parallellen zijn met de uitbuiterij in Nederland: hoe is het hier voor de pakketbezorgers, distributiecentrummedewerkers, fruitplukkers en andere laagbetaalde arbeidsmigranten?

Louis Hothothot

Chinees-Nederlandse filmmaker Louis Hothothot kijkt terug op zijn jeugd: hij was het tweede kind, de zoon zo felbegeerd dat zijn ouders daarvoor de regels van het eenkindbeleid wilden breken, maar wat betekende dat voor hem, en zijn oudere zus? Vertaald door Céline Linssen, in samenspraak met de auteur.  

Poëzie

Dochters
Ling Yu
Vertaling Silvia Marijnissen

Silvia Marijnissen komt ook dit jaar met een bundel uit het Chinees vertaalde poëzie, deze keer werk van de Taiwanese Ling Yu. ‘In een nu eens vertellende en dan weer spaarzame, bijna minimalistisch stijl wisselt ze herinneringen aan haar moeder en haar eigen jeugd af met meer filosofische bespiegelingen. Bedachtzaam en gevoelig onderzoekt ze wat het betekent om een vrouw te zijn in een patriarchale maatschappij.’

Nu in paperback

Berg en water
Vertaling Silvia Marijnissen

Een collectie klassieke Chinese landschapspoëzie, oorspronkelijk verschenen in 2013 en nu in paperback verkrijgbaar.


De droom van de rode kamer
Cao Xueqin
Vertaling Silvia Marijnissen, Anne Sytske Keijser en Mark Leenhouts

Het was dé literaire gebeurtenis van 2021: de eerste integrale vertaling rechtstreeks uit het Chinees van deze klassieker. Jia Baoyu, telg van een rijke en machtige familie, groeit met zijn nichtjes op in een prachtige tuin en verspilt zijn tijd met lezen, poëzie schrijven en partijtjes. Maar er zitten nog veel meer lagen in deze roman.
Deze magistrale vertaling was ook nog heel mooi uitgegeven, met vier gebonden delen in cassette. Aan de andere kant is het voordeel van deze paperback-uitgave dat hij niet alleen veertig euro goedkoper is, maar ook dunner, dus dan blijft er ruimte over in de boekenkast voor nog meer mooie boeken.

En dat is 'm voor dit jaar! Ook met dank aan Audrey Heijns, die Verretaal beheert en me daardoor elk jaar kan wijzen op titels die ik gemist heb voor deze lijst.

2026 belooft opnieuw een mooi jaar te worden: we trappen af met De onvindbare stad van Yu Hua (eindelijk verschijnt-ie dan!), gaan meteen verder met een serie van drie bundels uit en over Taiwan, en dan kunnen we alvast wachten op nog drie Taiwanese romans die as we speak worden vertaald. En dat zijn alleen nog maar de projecten die al in de pijplijn zitten en waarvan ik gehoord heb.

vrijdag 28 maart 2025

Sterven omdat ze vrouw zijn

De stand van zaken in China, wat femicide betreft: volgens een studie uit 2017 worden er honderden vrouwen per jaar gedood door hun partner. Dit is nog los van een voorkeur voor zonen, waardoor veel meisjes niet eens geboren worden en er zo’n 110 jongens ter wereld komen tegen elke 100 meisjes; nog los van de vele gevallen van huiselijk geweld tegen vrouwen en meisjes; nog los van ontvoeringen van vrouwen om hen gevangen te houden als echtgenote van mannen die geen vrouw konden vinden (mede door dat tekort aan meisjes); en nog los van een stigma voor vrouwen die gescheiden zijn, niet op tijd trouwen of geen kinderen krijgen.

In de bundel Tien liefdes van de Chinese schrijfster Zhang Yueran staat een verhaal over zo’n vrouwenmoord: het ingehouden en daardoor alleen maar gruwelijker ‘De boot’. Een vader gaat met zijn dochtertje een dagje naar de zee. Ze gaan een boot bouwen voor mama, zegt hij tegen haar. Mama slaapt nu, maar we nemen haar mee naar zee, en dan zal ze laten zien hoe goed ze kan zwemmen. Papa praat lief tegen zijn dochtertje, maar geleidelijk wordt duidelijk wat er aan de hand is: mama wilde geen gezeglijke echtgenote zijn en ze wilde geen kind, ze wilde uitgaan en dansen. Papa had er genoeg van en heeft haar gedood (‘Leg dat mes maar neer, mijn kindje, het is erg scherp. Nee, niet likken! Dat rode spul is geen siroop.’), en eenmaal bij de zee legt hij haar in een kist en laat haar wegdrijven. Het dochtertje mag helpen: ‘Kom maar met papa mee. We gaan haar de zee op duwen.’

In andere verhalen in de bundel sterven nog meer jonge vrouwen omdat ze vrouw zijn. Maar niet altijd is het femicide in strikte zin, waarbij een man opzettelijk een vrouw doodt: Zhang Yueran kiest ook voor een andere benadering, met verhalen waarin het eerder om indirecte femicide gaat.

Lees de rest van mijn stuk over de dode meisjes in de verhalen van Zhang Yueran in Armada nr. 1 van 2025: Femicide en geweld tegen vrouwen in de literaire verbeelding.

vrijdag 27 december 2024

Wat is er dit jaar verschenen: 2024

Niet zo bijster veel, blijkt! Net genoeg om dit een lijstje te noemen.

Poëzie

Omslag van De nachtwaker, met een portret van de dichter.
De nachtwaker 
Yu Kwang-chung
Vertaling Silvia Marijnissen

Silvia Marijnissen bouwt nog altijd gestaag voort aan haar groeiende oeuvre vertaalde Chineestalige poëzie. De oogst van dit jaar is deze bundel van Yu Kwang-chung. Geboren in Nanjing, ontheemd door de Chinese burgeroorlog en uiteindelijk in Taiwan terechtgekomen, zoals velen in zijn generatie. 'Het existentiële drama van de hele generatie schrijvers die China rond 1949-1950 verliet en zich in Taiwan vestigde, leidde tot een gevoel van ontheemding dat Yu Kwang-chung nooit meer heeft verlaten. ... Het heeft gedichten opgeleverd die net zoals de klassieke poëzie getuigenis afleggen van de tijd waarin hij leefde.'

Vijf gedichten van Liu Xia in Terras
Vertaling Daan Bronkhorst

Ook Daan Bronkhorst vertaalt al jaren poëzie, uit het Chinees en andere talen, onder andere voor verschillende bundels voor Amnesty. Voor Terras nr. 25 vertaalde hij vijf gedichten van Liu Xia: 'Een vogel en nog een vogel', 'Zwart zeil', 'Tirade', 'Fragment 8' en 'Niets te zeggen'. De Chinese dichteres en kunstenares Liu Xia is ook bekend als de weduwe van Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo. Na jaren onder huisarrest te hebben geleefd kon ze in 2018 uitwijken naar Berlijn, waar ze nog steeds woont.

Proza

Afbeelding van het omslag van Gesprekken bij het groene traliewerk
Gesprekken bij het groene traliewerk

Liu Fu
Vertaling Piet Rombouts

Ten slotte Piet Rombouts: ook al jaren actief, maar bijna in het geheim. Rombouts heeft in eigen beheer al een hele lijst boeken uitgegeven: een aantal nieuwe verhalen van Rechter Tie, en allerlei vertalingen van oudere teksten, van Feng Menglong tot Lei Jin – maar dan moet je wel weten dat ze er zijn, want ze worden nergens besproken (jammer eigenlijk), ze hebben geen website, en je moet haast de vertaler kennen om te weten dat ze bestaan.

Gelukkig zijn ze wel gewoon te koop, en bij Libris zijn het voorwoord en het eerste verhaal in te zien. Gesprekken bij het groene traliewerk bevat eenentwintig zogenoemde chuanqi, een soort sprookjes uit het oude China, vaak met bovennatuurlijke elementen, en anekdotes van beroemde literaten en staatslieden. De meeste verhalen dateren uit de 11de eeuw of vroeger.

Over auteur Liu Fu is weinig bekend. Wel weten we dat hij in de 11e eeuw leefde, tijdens de Noordelijke Song-dynastie, en dus heel iemand anders is dan Liu Fu alias Liu Bannong, vernieuwend schrijver uit de vroege 20e eeuw, die naast zijn proza, poëzie en vertalingen ook het karakter 她 voor 'zij/haar' heeft uitgevonden, en meteen een pophit schreef met dat karakter erin.

Kinderboeken

Uitgeverij Clavis bracht elk jaar wel een stapeltje kinderboeken uit, maar dit jaar kon ik niets vinden. Hopelijk heb ik niet goed genoeg gezocht, of is het een tijdelijke pauze.

En dat is alles voor dit jaar. Heb ik iets gemist, laat het me dan vooral weten.

Voor volgend jaar is een rijkere oogst te verwachten. Silvia Marijnissen is voor de verandering bezig met proza, ikzelf heb eindelijk De onvindbare stad van Yu Hua ingeleverd en ben alweer bezig aan het nieuwe boek van Zhang Yueran, en daarnaast zijn er plannen voor meerdere verhalenbundels die volgend jaar zouden moeten verschijnen.

vrijdag 13 december 2024

Het stadje Beekheem, vlakbij Groot-Broekland, in Zuid-China

Ik ben al een tijdje bezig met het vertalen van het boek Wencheng van Yu Hua, Nederlandse werktitel De onvindbare stad. Het gaat over een jonge man, een behoorlijk welgestelde boer die ergens in Noord-China woont. Op een dag komt er een jonge vrouw bij hem aan de deur: ze is op reis van haar geboorteplaats Wencheng naar de hoofdstad, maar de postkoets heeft panne, mag ze hier misschien logeren? Van het een komt het ander, ze worden verliefd, ze krijgen een kind… maar dan is de vrouw op een dag verdwenen. De man laat het er niet bij zitten: hij pakt zijn spullen en de baby en gaat op reis, op weg naar Wencheng om haar daar te zoeken.

Wencheng vindt hij niet, maar hij komt in het plaatsje Xizhen, dat er precies op lijkt, dus daar strijkt hij dan maar neer. Xizhen ligt niet ver van Shendian, en ook Shanghai ligt op nog bereisbare afstand. In de buurt liggen nog wat kleinere dorpen, zoals Wangzhuang en Xilicun.

Bent u al in de war? Die plaatsnamen betekenen allemaal iets, en soms is het best de moeite om ze te vertalen.

Lees hoe ik dat heb aangepakt in mijn artikel op Boekvertalers.nl. Het boek verschijnt als het goed is in 2025 bij De Geus.

vrijdag 7 juni 2024

Doe die geit weg

Er is een verhaal/anekdote/parabel over een man die bij de rabbi komt om raad. Rabbi, ik weet het allemaal niet meer, zegt hij. Ik woon met mijn vrouw, mijn zes kinderen en mijn schoonmoeder op een tochtige zolderkamer. Overal hangt was en ik werk van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat maar we hebben nooit genoeg geld en nooit genoeg eten. Mijn kinderen jengelen, mijn vrouw klaagt en mijn schoonmoeder jammert. Wat moet ik doen?

En de rabbi zegt, Neem een geit.

De man vindt het wat vreemd, maar hij heeft vertrouwen in de wijsheid van de rabbi, dus hij koopt een geit. Nu heeft hij verse melk voor de kinderen, maar verder is het natuurlijk een ramp: de geit knabbelt aan de was en pist en schijt overal. Dus al snel gaat de man terug naar de rabbi. Rabbi, nou ben ik helemaal ten einde raad. Mijn kinderen hebben nog steeds elke dag honger, de geit vreet gaten in al onze kleren, mijn schoonmoeder is ziek van het stof en de stank en mijn vrouw klaagt nu ook nog over alle geitenpoep.

En de rabbi krabt op zijn hoofd, kijkt de man aan en zegt: Doe die geit weg.

Vijf identieke geiten achter elkaar

Er staat een interessant vertaalproject op stapel, waarvoor een collega in contact staat met de initiatiefnemers in Azië, en ik help mee met de voorbereidingen. Meer nieuws volgt te zijner tijd, het is een mooi project dat interessante boeken (meervoud!) gaat opleveren. Als onderdeel van de voorbereidingen moeten de collega en ik een en ander lezen. Onder andere academische artikelen van tientallen pagina’s, in het Chinees.

Nou lees ik de meeste Chinese literatuur best vlot, maar academische artikelen zijn natuurlijk andere koek, zeker aangezien ik al jaren niet meer zo academisch bezig ben. Maar goed, ik zette me eraan, elke dag een stukje, tien pagina’s, als ik dat niet haalde twee pagina’s, één pagina, een paar keer per dag een paar alinea’s desnoods… Ik kon er niet omheen, ik moest erdóórheen, sprak ik mezelf toe. Zo worstelde ik in de loop van vele weken drie artikelen door.

De collega sprak nog eens met het instituut in Azië. Die kwamen met nieuwe informatie (nieuw voor ons, althans): niet de academische artikelen zouden vertaald worden, maar nog te schrijven essays gebaséérd op die artikelen. Bovendien was het onderwerp dat ik voor mijn rekening had genomen niet geselecteerd om te worden vertaald. Ik had me dus voor niks door ruim honderd pagina’s academisch Chinees heen geworsteld.

Ik zou daar kwaad om kunnen zijn: hadden ze dat niet wat eerder kunnen zeggen? In plaats daarvan was ik de volgende ochtend bij het wakker worden helemaal blij en opgetogen: ik hoefde geen lange academische artikelen meer door te worstelen! Nog dagenlang heb ik me elke ochtend verheugd op het níet hoeven lezen van die teksten.

vrijdag 5 januari 2024

Wat is er dit jaar verschenen: 2023

Het is weer een goed jaar geweest voor Chinese literatuur in Nederlandse vertaling, en dat is een overzicht waard. Ik gebruik de term ‘Chinese literatuur’ voor het gemak maar even in de allerbreedst mogelijke zin, dus in deze lijst niet alleen proza dat in China in het Mandarijn is geschreven door een Han-Chinese auteur, maar ook bijvoorbeeld poëzie uit Taiwan en een roman geschreven in Xinjiang en vertaald uit het Oeigoers.

Fictie

De klacht van de buffel
Diverse auteurs
Vertaling Wilt Idema

China heeft geen grote traditie van dierenverhalen, maar Wilt Idema heeft er in dit boek toch een aantal bij elkaar gebracht. De buffel uit de titel beklaagt zich omdat hij na een heel leven belangeloos hard werken zomaar geslacht wordt. De muizen en de katten voeren oorlog nadat de katten de muizenbruiloft wreed hebben verstoord. De zwaluw keert terug naar zijn nest en treft daar een mussen-familie aan die niet van plan is te vertrekken, zodat de feniks recht moet spreken in deze gevoelige kwestie. Stuk voor stuk fijn vertaald en uitstekend ingeleid.

Hormonen in de nacht
Lu Min
Verschillende vertalers, onder redactie van Annelous Stiggelbout

Tien verhalen over heel gewone mensen, wier heel gewone leven ontspoort door kleine obstakels – vaak veroorzaakt door op hol geslagen hormonen. Nog meer dan over seks gaan deze verhalen over de tijd, verval en de onvermijdelijke dood, maar dan wel met humor en enige absurde situaties.

Het Confucius Instituut Groningen heeft deze bundel mogelijk gemaakt: deze bundels zijn een doorgaand project, waarbij een verhalenbundel van een auteur wordt vertaald door verschillende vertalers, ervaren en minder ervaren, onder redactie van een ervaren vertaler. Doordat China op slot was naar aanleiding van de covid-pandemie kon Lu Min helaas niet naar Nederland komen, maar we hebben haar wel per Zoom vragen kunnen stellen. Twee jaar geleden is dankzij dit project de dichtbundel Ik schrijf gedichten omdat ik een toeval ben verschenen, van Wang Jiaxin, en hopelijk kunnen we komend jaar weer iets moois maken.

De achterstraten
Perhat Tursun
Vertaald via het Engels door Irwan Droog

‘Het boek volgt een naamloze Oeigoerse man die Ürümqi komt. In zijn zoektocht naar een kamer, een plek om de nachten door te brengen, ontmoet hij niets dan koude blikken en afwijzing. Hij zwerft door de achterstraten en dwaalt door de eeuwige dichte mist die de stad teistert.’

Misschien wel de eerste Oeigoerse roman die ooit in het Nederlands verschenen is. Mooi dat uitgeverij Jurgen Maas haar werkgebied verder uitbreidt hiermee. Schrijver Perhat Tursun is, met vele van zijn volksgenoten, inmiddels in een strafkamp verdwenen; de anonieme Oeigoerse vertaler die Perhats Engelse vertaler assisteerde ook.

Notities van een theoreticus
Shi Tiesheng
Vertaling Mark Leenhouts

'Voor Shi Tiesheng, als gerolstoeld schrijver, is lichamelijke beperking altijd een uitgangspunt geweest voor bespiegelingen over het menselijke gebrek in het algemeen. "Hardop nadenkend" laat hij in dit eigenzinnige zelfportret zijn eigen herinneringen samenvloeien met herinneringen aan een handvol anderen, mensen van wie hij het leven op verschillende manieren door het lot getekend ziet.' Een van de meest geliefde schrijvers van China, nu eindelijk eens uitgebreid in het Nederlands vertaald.

De spijker
Zhang Yueran
Vertaling Annelous Stiggelbout

Li Jiaqi komt na achttien jaar afwezigheid weer terug in de wijk waar ze is opgegroeid, en ontmoet daar haar jeugdvriend Cheng Gong weer. In een lange donkere nacht vertellen ze elkaar over hun jeugd en hoe het hen sindsdien vergaan is, en langzaam wordt duidelijk hoe het lot van hun families met elkaar verbonden is door gruweldaden begaan tijdens de Culturele Revolutie, en hoe die ook henzelf nog altijd tekenen. Een van de beste boeken van het jaar volgens Volkskrant én NRC én FD.


Poëzie

Silvia Marijnissen bouwt nog altijd onvermoeibaar voort aan een breed oeuvre van poëzievertalingen uit het Chinees, en dankzij haar inspanningen zijn dit jaar verschenen:

Als ijzer zo stil
Zheng Xiaoqiong
Vertaling Silvia Marijnissen

Zheng Xiaoqiong was zelf migrantarbeidster: ze heeft jarenlang in fabrieken in Zuid-China gewerkt. Nu schrijft ze over migrantarbeiders, en dan vooral de vrouwen onder hen. De compassie en het engagement is duidelijk te lezen in haar gedichten en ze wil met haar poëzie de omstandigheden tonen waarin onze spullen gemaakt worden. Ze toont in haar poëzie de menselijkheid van de arbeiders, hun dromen en wensen, hun ideeën over hun werk en de spullen die ze maken, maar ze is zich ook zeer bewust van het grotere plaatje: milieuverontreiniging door fabrieken; de disruptie van gemeenschappen door de industrialisatie; de kloof tussen arm en rijk, niet alleen in China, maar ook elders in de wereld, en het daaruit voortkomend populisme en conservatisme.

Levenslijn
Yinni
Vertaling Silvia Marijnissen

'Veel gedichten van Yinni zijn absurdistisch, recht voor de raap, humoristisch, en richten zich op de absurditeit en tegenstrijdigheden van het moderne leven. Poëzie is voor haar essentieel om te overleven, zoals blijkt uit het voorwoord van haar vijfde dichtbundel: ‘Voor ik poëzie begon te schrijven was ik slechts een rondtrekkend lijk.’ Haar zeer persoonlijke werk is wars van conventies, en haar ontluisterende observaties, emoties, verwarring, pijn, boosheid, zwakheden of verwondering tonen een moeizame relatie met de wereld. De personages die Yinni ons voorschotelt zijn dan ook vaak onaangepast of voelen zich verloren in een wereld waarvan de ‘regels’ hen ontgaan.'


Kinderboeken

Duan Xuefei, Het groene land
Jin Xiaoyu, De appelboom van opa Knor
Chen Zhou, Wat eten we vandaag?
Cedar Wang (Wang Zihuan), Codebreker Charlotte
Wen Ermin, Bootje van papier
Liu Hao, De worstelaars van het grasland

Kinderboekenuitgeverij Clavis geeft nu al best een tijd elk jaar weer een stapeltje Chinese kinderboeken uit, vooral prentenboeken. De oogst aan onderwerpen is dit jaar is weer divers: van een Mongoolse worstelaar tot een geheimzinnige code uit de Tweede Wereldoorlog tot een boom met lekkere appels. Jammer wel dat ik nergens kon terugvinden wie deze boeken in het Nederlands heeft vertaald, het staat zelfs niet in het colofon. (Misschien Lise Merken, sinologe die bij Clavis verantwoordelijk is voor de buitenlandse rechten?) 

*** 

Zelf vertaal ik langzaam maar gestaag verder aan Wencheng, de nieuwste van de beroemde schrijver Yu Hua. Hij is nog lang niet af, maar hij komt!

vrijdag 13 oktober 2023

De straf van Hua – Feng Jicai

Hua Xiayu, pas afgestudeerd aan de kunstacademie, wil verder in de kunsten – maar in plaats daarvan wordt hij te werk gesteld in een porseleinfabriek in een afgelegen regio. Hij gaat aan het werk, trouwt een lieve vrouw, maar dan komt de Culturele Revolutie en hij wordt wreed mishandeld en uiteindelijk te werk gesteld in een mijn verderop. Zijn vrouw aborteert hun ongeboren kind en scheidt van hem. Hua Xiayu ontdekt in de buurt van de mijn allerlei prachtige volkskunst. Uiteindelijk eindigt de Culturele Revolutie en kan hij terug naar de porseleinfabriek, waar zijn grootste kwelgeest nog altijd manager is. Maar hij geeft de moed niet op en blijft gewijd aan de kunsten.

Omslag van De straf van Hua. Illustratie van twee mensen: links een man in het blauw, met een witte punthoed op en een penseel in zijn hand. Hij kijkt ongelukkig. Rechts een vrouw in een groene jurk, ze kijkt gesloten. Midden onder een wollige zwarte hond.
Omslag van De straf van Hua
Om eerst maar even een stokpaardje te bereiden: Vrouwen komen er niet erg goed vanaf in De straf van Hua. Als Hua Xiayu in politieke problemen komt, aborteert zijn vrouw Luo Junjun zoals gezegd hun kind en scheidt ze van hem. Hij ontmoet haar later opnieuw en oordeelt dat het licht uit haar ogen is. Ze is ‘praktisch geworden’, en dat kan niet meer teruggedraaid worden. Je kan je afvragen onder wat voor druk zij is gezet, en of Xiayu redelijkerwijs een andere keus van haar had kunnen verwachten. Eerder leren we al dat ze behalve een tante geen familie heeft. (Over vriendinnen of vrienden lezen we niets.) Kon ze het zich veroorloven iets anders te doen dan praktisch worden? De eerdere vriendin van de hoofdpersoon blijkt de oorzaak van zijn vervolging. Ze had het niet gemeen bedoeld, maar ze had gerapporteerd over politiek ongewenste twijfels die hij tijdens hun verkering tegen haar had uitgesproken. De vrouwen in dit boek verraden de hoofdpersoon en keren hem de rug toe.

Ander detail dat me skeptisch deed kijken: als de hoofdpersoon Junjun voor het eerst ontmoet, gaat dat zo: ‘Ik herinner me … dat ik veel gepraat heb, maar ik herinner me niet waarover. … Zij zei bijna niets. Een licht als van een schoon beekje na het smelten van de sneeuw glinsterde in haar omfloerste ogen. Haar wimpers waren lang, zacht en dicht ingeplant, ze deden denken aan dons.’ Er is een slag mannen dat een uur tegen een vrouw aan kan praten over zichzelf en zaken die hij interessant vindt, en dan achteraf vindt dat hij zo’n goed gesprek met haar heeft gevoerd en haar beslist vaker wil zien. Gelukkig dat Xiayu bij latere ontmoetingen ook haar waardering van kunst en literatuur erg fijn vindt.

Zwartwitfoto van schrijver Feng Jicai, zittend achter een bureau met allerhande schrijf- en tekenparafernalia. Feng kijkt in de camera.
Schrijver Feng Jicai
Hua Xiayu maakt allerlei ellende door, maar onder alle omstandigheden vindt hij steeds weer inspiratie en hoop voor de toekomst. Het verhaal is een raamvertelling: de eerste ik-persoon is een schrijver die de hoofdpersoon ontmoet in de trein. Aardige keuze, die het verhaal inderdaad net wat interessanter maakt. De verteller van de raamvertelling overdenkt aan het eind van het boek de levenslust van Hua Xiayu en anderen die net als hij veel geleden hebben: ‘De laatste jaren heb ik op mijn reizen heel wat van deze mensen ontmoet. Zij hebben al het leed van de wereld meegemaakt. Aan de oppervlakte is daar echter geen spoor van te zien. … Hun ogen en hun hart houden zij niettemin hardnekkig gericht op het leven!’ Dat is een fijne conclusie, maar ook wat al te optimistisch, lijkt me. Om te beginnen zullen de mensen die zich wel van het leven hebben beroofd (of die zijn doodgeslagen) niet bij de verteller in de treincoupé komen zitten. De oorspronkelijke titel van het boek is Ganxie shenghuo, iets als ‘dank voor het leven’ of ‘dankjewel, leven’ of iets vrijer vertaald, ‘goddank leef ik’; misschien dat de auteur zichzelf (en zijn lezers) moed inspreekt, wil inspireren om het leven ondanks alles wat er gebeurd is hoopvol tegemoet te treden.

Interessant genoeg is dit boek gepresenteerd als een kinderboek (uitgebracht door een kinderboekenuitgeverij, deed mee aan de Kinderjury 1995). De lengte (99 pagina’s) past goed bij een kinderboek en een trouwe hond speelt een rol in het verhaal, maar verder zijn de hoofdpersonen allemaal volwassenen, is de inhoud behoorlijk volwassen, en is ook het taalgebruik niet per se simpel. Maar misschien hadden kinderen in de jaren 1990 geen moeite met langere woorden, veel culturele verwijzingen en zware volwassen thema’s.

Al met al een heel goed, duidelijk voorbeeld van littekenliteratuur. De vertaling van Elly Hagenaar is van 1994, het origineel van 1985 – precies de periode dat er veel van dit soort verhalen naar buiten kwamen, waarin schrijvers de ellende van de Culturele Revolutie in literatuur verwerkten. Prima geschreven boek, prima vertaald.

Besproken: De straf van Hua door Feng Jicai, vertaald door Elly Hagenaar (Amsterdam: Leopold, 1994).

vrijdag 25 augustus 2023

De klacht van de buffel

Idema flikt 't 'm weer. De klacht van de buffel is weer eens een heel fijn, leesbaar boek met teksten waarvan je van je leven niet zou hebben bedacht dat je erop zat te wachten, om er dan met zo’n bundel als deze achter te komen dat je dus met veel plezier eeuwenoude Chinese berijmde toneelstukken zit te lezen.

Ik heb meer van Idema’s werk. In de jaren 1990, toen ik op de middelbare school zat en al geïnteresseerd begon te raken in China, kreeg ik zijn boeken soms kado en las ik stiekem tijdens de geschiedenis- of economieles oude Chinese verhalen. Voor mijn studie kocht ik de Spiegel van de Klassieke Chinese poëzie, en tijdens (maar niet eens voor) mijn studie De onthoofde feministe. Ook koop ik zijn boeken nog wel eens bij antiquaren of tweedehandswinkels. Zo zat ik dus een tijdje terug te lezen in Vermaning van een dode hond, ook al oude toneelteksten, en ontdekte ik dat dat boek, Idema’s eerste, volgend jaar vijftig jaar oud is. Al vijftig jaar maakt deze professor, die het met zijn werk aan ’s werelds beroemdste universiteiten en alle Engelstalige academische werken die hij heeft geschreven toch druk genoeg moet hebben gehad, voor het Nederlandse leespubliek vlot leesbare en nuttig be-eindnote Nederlandse vertalingen. Beseffen we wel hoezeer we het daarmee getroffen hebben? Moet deze man niet een keer een of andere vaderlandse prijs winnen voor zijn werk?

De klacht van de buffel is een bundel met vier hoofdstukken, waarbij in elk een ander dier of groepje dieren centraal staat: zwaluw en mus, buffel en wolf, muis en kat, en een clubje insecten. Elk hoofdstuk begint met een inleiding over de schrijver van de stukken, de geschiedenis van het vertelde verhaal, informatie over hoe het toneelstuk op de planken werd gezet (want het zijn allemaal stukken die bedoeld waren om te worden opgevoerd), het soort gedicht… Je onthoudt het niet per se allemaal, maar het is wel allemaal enorm interessant en heel toegankelijk opgeschreven. En vervolgens ook nog eens met een keurige wetenschappelijke bronvermelding in de eindnoot, en een verantwoording van welke tekst de vertaler heeft aangehouden voor zijn vertaling. Ik vermoed dat het aantal lezers dat het origineel erop na zal willen slaan op één hand te tellen is, maar die paar lezers weten dan dus wel precies welk boek ze moeten hebben.

De klacht van de buffel uit de titel gaat over de ondankbare manier waarop hij behandeld wordt: trouw beploegt hij het land en doet hij allerlei ander zwaar werk, dankzij zijn inspanningen kan zijn baas en diens gezin welvarend leven, maar als hij oud wordt, laat die baas hem zomaar slachten. Dat thema komt terug in het verhaal over de wolf van Zhongshan. Die wolf wordt door jagers achterna gezeten, en een filosoof die toevallig voorbij komt wil hem wel redden door hem te verbergen in zijn boekentas. De jagers rijden onverrichter zake verder, maar als de wolf eenmaal weer veilig en wel uit de tas is, wil hij de filosoof opeten. De filosoof weet de wolf over te halen eerst drie oude wezens om hun oordeel te vragen. Dat worden een boom, een buffel en een oude man. Die laatste redt de filosoof met een list het leven. Want de boom en de buffel zijn het met de wolf eens: ondank is ’s werelds loon, dus de wolf kan zijn redder best opeten.

Het verhaal van de wolf van Zhongshan doet een beetje denken aan dat van de schorpioen en de kikker. De schorpioen wil een rivier oversteken, maar hij kan niet zwemmen. De kikker wil hem op zich wel helpen, maar, zegt hij, straks steek je me nog dood. Nee joh, zegt de schorpioen, dan verdrink ik toch zelf ook? Daar zit wat in, vindt de kikker, en ze gaan op weg. Halverwege de rivier steekt de schorpioen de kikker. Waarom doe je dat nou, zegt de kikker, stervend en zinkend. Het is nou eenmaal mijn aard, zegt de schorpioen. Ook daar is ondank ’s werelds loon.


Japanse prent van een veldslag tussen muizen en katten. De muizen, linksboven, rennen weg; de katten, rechtsonder, rukken op. Alle strijders zijn in traditionele Japanse wapenrustig, de katten hebben een hoge gele vlag met Japanse tekst.
De oorlog tussen de muizen en de katten.
(Prent uit 1859 van Yoshitoshi Tsukioka,
hier gevonden.)

Het verhaal over muis en kat gaat over de oorlog tussen de muizen en de katten, die begint met de muizenbruiloft die bruut wordt overvallen door katten. Idema sprak laatst op de presentatie van het nieuwste nummer van tijdschrift Zemzem, en vertelde daar over de muizenbruiloft en de oorlog. Het verhaal is eeuwenlang in een heel groot deel van de wereld bekend geweest – van het oude Egypte tot Perzië tot dus China en Japan – en tot in de middeleeuwen hing er in West-Europa in elke herberg wel een afbeelding van de muizenbruiloft of de oorlog tussen katten en muizen. En nu is het verhaal, in Nederland althans, geheel vergeten. Heel bijzonder, zoiets. Hoeveel verhalen zijn we nog meer vergeten, en hoeveel verhalen zijn in grote delen van de wereld bekend maar toevallig niet bij ons?

Maar dit verhaal is dankzij Idema dan toch weer terug in Nederland, samen met de andere intrigerende fabels in dit boek, in een vertaling geschikt voor leek en expert en iedereen die daartussen zit.

Besproken: De klacht van de buffel en andere klassieke Chinese dierenfabels, vertaald en toegelicht door Wilt L. Idema (Amsterdam: Athenaeum, 2023).

Ook genoemd:
Spiegel van de klassieke Chinese poëzie, van het Boek der Oden tot de Qing-dynastie, samengesteld en vertaald door W.L. Idema (Amsterdam: Meulenhoff, 2000).
De onthoofde feministie: Leven en werk van schrijvende vrouwen in het Chinese keizerrijk van de vroege tweede eeuw v.Chr. tot de eerste jaren van de twintigste eeuw, door W.L. Idema (Amsterdam: Atlas, 1999).
Vermaning door een dode hond: vier Chinese komedies uit het eind van de dertiende eeuw, vertaald en ingeleid door W.L. Idema en D.R. Jonker (Amsterdam: Arbeiderspers, 1974).

Aanvulling: Maghiel van Crevel merkte in een Facebook-reactie op dat Wilt Idema in 1992 de Nijhoffprijs heeft gewonnen (zijn dankwoord is te lezen op VertaalVerhaal.nl). De vaderlandse prijs voor zijn werk heeft hij dus al gekregen, dat is mooi.

vrijdag 24 maart 2023

In Taipei, maar niet van Taipei

Omslag van de tweetalige editie van Taipei People 

De titel van Taipeiers (Taibeiren 《台北人》) is geleend van het boek Dubliners van James Joyce, maar de centrale tragiek van Taipeiers is dat de personages juist géén Taipeiers zijn. Ze zijn Shanghainezen, Sichuanezen, ze komen uit Guilin in het zuiden, uit Beijing in het noorden. Ze wonen in Taipei, maar het is niet hun thuis. Hun thuis is elders.

De bundel Taipeiers (Taibeiren 《台北人》) van Pai Hsien-yung verscheen in 1971, nadat de verhalen vanaf 1966 los van elkaar waren gepubliceerd in het Taiwanese tijdschrift Moderne literatuur (Xiandai wenxue 現代文學). De titel van het boek is geleend van het boek Dubliners van James Joyce, maar de centrale tragiek van Taipeiers is dat de personages juist géén Taipeiers zijn. Ze zijn Shanghainezen, Sichuanezen, ze komen uit Guilin in het zuiden van China, uit Beijing in het noorden. Ze wonen in Taipei, hoofdstad van Taiwan, maar het is niet hun thuis. Hun thuis is elders.

Taiwan is tegenwoordig feitelijk een zelfstandig land, maar het is in de loop van zijn geschiedenis in vele verschillende handen geweest. Vanaf 1895 was het een Japanse kolonie. Nadat Japan in 1945 de Tweede Wereldoorlog had verloren, werd het eiland teruggegeven aan China. China, dat was op dat moment de Republiek China, geleid door Chiang Kai-shek en zijn nationalistische partij, de Kuomintang (KMT). Zo werd Taiwan dus onderdeel van de Republiek China.

De KMT was sinds 1927 in oorlog met de Chinese Communistische Partij (CCP). Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden de twee kampen samen opgetrokken tegen de Japanners, maar toen die eenmaal verslagen waren, pakten ze hun burgeroorlog weer op. De CCP rukte overal op, de KMT moest zich steeds verder terugtrekken en begon met een grootschalige evacuatie naar een goed verdedigbaar stuk van de Republiek China: het eiland Taiwan. Ambtenaren, het leger, hun familieleden, overheidsreserves, de kunstschatten uit het Paleismuseum: allemaal werden ze naar Taiwan verscheept, om daar veilig af te wachten tot de KMT het vasteland zou heroveren.

Toen Mao Zedong in 1949 in Beijing de Volksrepubliek China uitriep, was op het heroveren van het vasteland voorlopig geen uitzicht meer. Van de Republiek China was nu alleen Taiwan nog over, waar Chiang Kai-shek en de zijnen regeerden. Alle contact met het Chinese vasteland was afgesneden.
 
Portret van auteur Pai Hsien-yung. Oudere Aziatische man, glimlachend, grijs haar, zittend voor een witte muur. Op de achtergrond een kalligrafieschilderij met de tekst Taibeiren en een schilderij van een plantje op een houten tafel.
Auteur Pai Hsien-yung
De verhalenbundel Taipeiers laat zien wat de gebeurtenissen met de evacués doen. Schrijver Pai Hsien-yung (1937), zelf ook kind van een uitgeweken KMT-generaal, portretteert in deze verhalen personages uit alle lagen van de bevolking, van een prostituee en een tuinman die het weinige wat ze van het leven te verwachten hadden teruggebracht zien worden tot nog minder, tot oud-generaals en dames uit de betere kringen die weliswaar nog altijd in weelde leven, maar elke dag voelen wat ze zijn kwijtgeraakt met hun oude land. Ze zijn afkomstig uit alle hoeken van China, hadden elk een andere plek in de maatschappij, een ander beroep, andere verwachtingen en teleurstellingen. Maar allemaal zijn ze even ontheemd.

De ik-persoon in ‘Eenzame bloem van de liefde’ (‘Gu lian hua’ 孤戀花) was in Shanghai prostituee/operazangeres en is in Taipei afgegleden tot een ordinair bordeel; als ze in Taipei opnieuw een leven voor zichzelf probeert op te bouwen, verliest ze ook haar nieuwe geliefde. De chique echtgenotes in ‘Herfstoverdenkingen’ (‘Qiu si’ 秋思) slijten hun dagen met roddelen en eindeloos mahjong spelen, maar mevrouw Hua is haar thuis en haar man verloren en heeft nu niets meer om naar uit te kijken in haar leven. Tuinman Wang Xiong in ‘Een zee van bloedrode azalea’s) (‘Na pian xue yiban hong de dujuanhua’ 那片血一般紅的杜鹃花) had in Hunan maar een heel simpel leven, in zijn dorp, met een gearrangeerde verloofde; weggerukt van het beetje wat hij had legt hij nu al zijn hoop en liefde in Taiwan, zodat hij zelfs na zijn dood nog naar het eiland blijft haken.

Als ze er al in slagen om hun oude leven te vergeten, is het door het kweken van heel veel eelt op hun ziel. Zhu Qing in ‘Een handvol groen’ (‘Yi ba qing’ 一把青) was in Nanjing de jonge bruid van een piloot en ging er bijna aan onderdoor toen hij omkwam bij gevechten in de oorlog. In Taipei begint ze een nieuw leven en krijgt ze zelfs weer kennis aan een nieuwe jonge piloot, maar als hij omkomt bij een oefening pakt ze bijna zonder enige hapering haar bezigheden weer op.

En zelfs de meest succesvolle, gevierde personages kijken met niet alleen nostalgie maar zelfs verdriet terug naar het verleden en het vasteland. Generaal Meng-yang in ‘Requiem van Liang Fu’ (‘Liangfu yin’ 梁父吟) wil na de herovering van het Chinese vasteland thuis worden herbegraven, maar tussen de regels door is wel te lezen dat hij en zijn oude strijdmakkers zelf misschien ook al weten dat dat niet zal gebeuren. Hun kinderen zijn naar Amerika vertrokken en hebben geen boodschap meer aan de Chinese cultuur en de waarden van hun vaders – de oude mannen zijn ook de volgende generatie kwijt. Toch gloort er voor generaal Pu nog hoop: zijn zoon heeft zijn kleinzoon teruggestuurd naar Taiwan, waar de oude man zich over het ventje heeft ontfermd. Hij spreekt nu weer Chinees en kan Tang-gedichten voordragen.

Veel migratieliteratuur, of ze nu over Amerika gaat, of Japan, of welk land dan ook, is optimistisch: hier in het nieuwe land gaan we het maken, of op zijn minst het beste ervan maken. De personages in Taipeiers zijn in zekere zin nog in hetzelfde land – de Republiek China – in dezelfde cultuur en onder dezelfde overheid. Taipei is van hen geworden, het wordt bestuurd door een KMT-regering en iedereen moet hun taal spreken. Desondanks kijken deze personages niet vooruit maar terug: naar vroeger, naar het Chinese vasteland, naar thuis, toen ze gevierd waren en succesvol, toen ze een veelbelovende toekomst zagen voor zichzelf, of een toekomst met de persoon van wie ze hielden. De grenzen van China zijn gaan schuiven, Taipei is van het ene land overgezet naar het andere, en de evacués wonen opeens op een plek die wel hun land is, maar niet hun thuis.

Besproken: Pai Hsien-yung 白先勇. Taipei People 台北人 – Chinese-English Bilingual Edition 中英對照, vertaald door Pai Hsien-yung en Patia Yasin (Hongkong: Chinese University Press, 2000).

Gebruikte literatuur:
Liu Jun 劉俊, Bei min qing huai: Bai Xianyong pingzhuan 悲憫情懷:白先勇評傳 (Medeleven en gevoelens: biografie van Pai Hsien-yung) (Taipei 台北: Erya 爾雅, 1995).
David Der-wei Wang (red.). A New Literary History of Modern China (Cambridge/Londen: Harvard University Press, 2017).

vrijdag 31 december 2021

Wat is er dit jaar verschenen: 2021

2021 was een goed jaar voor Chinese literatuur en poëzie in Nederlandse vertaling. Een goed najaar, vooral. Wat is er uitgekomen, in tamelijk willekeurige volgorde:

De droom van de rode kamer
Cao Xueqin
Vertaling Mark Leenhouts, Anne Sytske Keijser en  Silvia Marijnissen

Hét grote Chineseliteratuurnieuws van het jaar, of zelfs van de eeuw tot nu toe: de eerste integrale vertaling rechtstreeks uit het Chinees in het Nederlands van de Droom van de rode kamer is – eindelijk – af! Vertalers Silvia Marijnissen, Mark Leenhouts en Anne Sytske Keijser hebben er twaalf of dertien jaar (afhankelijk van wie je het vraagt) aan gewerkt en wij, de geïnteresseerde lezers, hebben er al die tijd geduldig op gewacht, en nu is het boek er dan.

Het vier delen dikke boek vertelt over de wederwaardigheden van (vooral) de jonge Jia Baoyu en zijn nichtjes, alle telgen uit de rijke familie Jia. Baoyu moet eigenlijk hard studeren, zodat hij net als zijn vader en ooms ambtenaar kan worden en de rijkdom en macht van de familie Jia voort kan zetten, maar liever gaat hij op bezoek bij zijn nichtjes of dolt hij met zijn dienstmeisjes. Tegelijk is het geheel een boeddhistische allegorie: uiteindelijk is alles leegte en ijdelheid. 

De presentatie van het boek, met interessante inleiding door Anne Sytske Keijser, is op YouTube terug te kijken.

Vooral dankzij de inspanningen van Silvia Marijnissen verschijnen er de laatste paar jaar opvallend veel bundels uit het Chinees vertaalde poëzie. Vorig jaar kregen we Yang Mu en Ye Mimi, dit jaar:

Ik schrijf gedichten omdat ik een toeval ben
Jidi Majia
Vertaling Silvia Marijnissen

Jidi Majia (1961) behoort tot de Nuosu, een minderheidsvolk uit de provincie Sichuan. Hij werd bekend met zijn poëzie die stevig geworteld is in de tradities van zijn volk. 

‘Jidi Majia presenteert ons begripvolle gedichten voor de contingentie die de mens heet te zijn. Wat geluk is, wat lijden, dat moet iedere mens zelf maar uitvinden; het is, zo schrijft hij, niet aan de dichter dat uit te leggen. Daarmee keert hij heus zijn rug niet naar de maatschappij, want geluk en lijden zijn wel degelijk te benoemen.’

Een asgrauwe dageraad
Wang Jiaxin
Verschillende vertalers onder redactie van Silvia Marijnissen

‘In zijn hele werk is een voorliefde te zien voor het kleine, voor alledaagse details en gebeurtenissen, die Wang een bredere, algemenere waarde geeft. Door die aandacht voor het kleine klinken zijn gedichten vaak bescheiden, en dat wordt versterkt door de rustige toon van de gedichten die beschouwend, bijna vertellend is. Hij schuwt grote woorden en mijdt abstracties. Vrijwel alles is wat het is, wat overigens niet wil zeggen dat er geen diepere, metaforische betekenis achter zijn regels schuilt. Maar hij past geen kunstgrepen toe, laat zich niet verleiden tot woordspelletjes noch tot hermetische beeldspraak.’

Deze bundel is verschenen met subsidie van het Confucius-instituut van Groningen, en vertaald door verschillende vertalers, ervaren en minder ervaren, onder redactie van Silvia Marijnissen. Het Confucius-instituut Groningen heeft na sluiting van het Leidse Confucius-instituut het project van vertaalde bundels overgenomen. In samenwerking met het Leidse instituut zijn eerder verhalenbundels van Su Tong, Bi Feiyu, Xu Zechen en Zhang Yueran verschenen. Deze bundel van Wang Jiaxin is de eerste dichtbundel in de serie. De volgende wordt weer een prozabundel, met werk van Lu Min.

1000 jaar vreugde en verdriet
Ai Weiwei
Vertaling Koos Mebius en Gertie Mulder

De memoires van de bekende kunstenaar en activist Ai Weiwei. Ai Weiwei woont al jaren in Europa, dit boek is (naar ik heb begrepen in overleg met Ai zelf) vertaald uit het Engels en bovendien eerder non-fictie dan literatuur, maar ik zet ‘m wel in deze lijst, mede omdat dankzij de verschijning van Ai Weiwei’s memoires ook het werk van zijn vader, de dichter Ai Qing, nu in vertaling is verschenen:

Sneeuw valt op het land van China
Ai Qing
Vertaling Daan Bronkhorst

Tegelijk met Ai Weiwei’s boek, waarin hij veel schrijft over zijn vader, heeft uitgeverij Lebowski gedichten van Ai Qing uitgegeven, vertaald door Daan Bronkhorst. Van Ai Qing (1910-1996), een van de beroemdste dichters van zijn tijd, waren tot nu toe maar een paar gedichten in Nederlandse vertaling verschenen, dus het is een goede zaak dat er nu een hele bundel van zijn hand te lezen is.

Daan Bronkhorst heeft al heel wat bundels Chinese en andere poëzie vertaald en geredigeerd, goed om te zien dat hij daar na zijn pensioen gewoon mee doorgaat.

Drie lichamen-trilogie
Liu Cixin
Vertaling via het Engels door Eisso Post en Richard Heufkens

In 2020 verscheen deel 1, Het drielichamenprobleem, en dit jaar zijn vrij rap na elkaar de andere twee delen van deze groots opgezette trilogie verschenen. De bewoners van de planeet Trisolaris hebben het bestaan van de Aarde ontdekt door toedoen van een in de mensheid teleurgestelde Chinese wetenschapper. Hun eigen planeet is door de drie eromheencirkelende zonnen instabiel en moeilijk bewoonbaar, dus ze gaan op weg om de Aarde over te nemen. De Aardbewoners ontdekken dit en zetten zich aan de taak om de aanval af te slaan. 

Het is jammer dat deze boeken niet rechtstreeks uit het Chinees zijn vertaald, maar haastig uit het Engels. Evengoed is het verhaal zeer het lezen waard, Liu zet een grootse visie neer.

Gezangen van Chu
Qu Yuan
Vertaling Jeroen Struive

‘In De gezangen van Chu komt China tot leven. Dit ruim tweeduizend jaar oude klassieke werk bevat een verzameling gedichten en liederen van uiteenlopende toon en inhoud, grotendeels geschreven door de beroemde dichter Qu Yuan, die nog jaarlijks in de Chinese wereld geëerd wordt tijdens het Drakenbootfestival.’ 

Ook dit boek is verschenen met steun van het Confucius-instituut Groningen. Echt mooi dat dat instuut zo literair actief is.



Van mijzelf zou De spijker van Zhang Yueran dit najaar verschijnen. Het zou uitkomen in oktober, nee toch november, papiertekort, boekhandels dicht, het werd doorgeschoven naar januari, en het is nu weer verder uitgesteld. De nieuwe verschijningsdatum is nog onbekend, maar de vertaling is af, de drukproeven zijn nagekeken, dus het boek komt. Ik houd u op de hoogte.

vrijdag 2 april 2021

De laatste dochter van het geluk – Yan Geling

Witte man met Chinese prostituee, dat thema is vaker vertoond. De oerversie is misschien wel The World of Suzie Wong, maar dat is beslist niet de enige. In De laatste dochter van het geluk heet de Chinese prostituee Fusang en leeft ze in het Chinatown van San Fransisco, begin twintigste eeuw. Maar dit verhaal is heel anders dan de meeste boeken in dit thema.

Boek De laatste dochter van het geluk door Geling Yan
De laatste dochter van het geluk

Fusang is niet echt een menselijk personage, ze heeft mythische proporties. Wat anderen ook van haar nemen, zij geeft het van harte weg. Wat anderen haar ook willen aandoen, zij loopt het tegemoet. Ze ondergaat haar ellendige lot niet, ze neemt het bij de hand. Ze is moeder en hoer tegelijk, martelares en verlosser, en haar verhaal omlijst al het geweld waar een Chinese in de VS maar mee te maken krijgt.

Haar landgenoten mishandelen haar: van haar schoonmoeder die haar met de handschoen laat trouwen (of met de haan, in dit geval) om haar als huissloof te kunnen inzetten, tot haar kidnappers, tot de mensensmokkelaars en vrouwenhandelaren, de hoerenmadammen, de mannen die haar misbruiken… Geen onrecht dat haar niet wordt aangedaan, en zij blijft glimlachen.

De blanke* Amerikanen discrimineren intussen de Chinezen: ze worden vernederd, uitgebuit, mishandeld, gelyncht, hun huizen worden in brand gestoken, ze krijgen de schuld van al wat misgaat in de maatschappij. De paar personages die Fusang of haar landgenoten willen helpen, worden evengoed gemotiveerd door vreemdelingenhaat. De nonnen van de Reddingsmaatschappij willen het liefst alle Chinese cultuur uit hun ‘geredde’ Chinese meisjes slaan.

Interessant verschil tussen de Chinezen en de blanken in dit boek is overigens dat de Chinezen die Fusang geweld aandoen, haar wel steeds te eten geven. Het stel dat Fusang ontvoert uit haar dorp biedt haar een portie rijst aan, die ze met smaak naar binnen werkt. Haar madam bewaart een vette vissenkop voor haar, ook al krijgt ze steeds geen klanten. In het ‘hospitaal’ waar ze wordt achtergelaten om te sterven, krijgt ze wel nog een halve kom rijst.

Fusangs blanke minnaar Chris, telg uit een rijke familie, zou in veel van dit soort boeken de good guy zijn, de ridder op het witte paard (letterlijk – Chris rijdt graag paard) die het meisje uit het leven redt, waarop ze samen nog lang en gelukkig etcetera. Maar ook Chris’ houding is een vorm van geweld tegen haar: hij projecteert al zijn exotische lusten op deze mooie hoer met wie hij niet eens kan praten, en ziet haar nooit voor wie ze zelf is. Hij zou het liefst alle Chinezen in San Fransisco verdrijven en vernietigen om haar van hen te redden. En dat is nog los van het letterlijke geweld dat hij haar aandoet.

Waarmee haar andere minnaar, bad guy Dayong, een Chinees met vijf werpmessen in zijn bezit, die in elke criminele activiteit in Chinatown wel een vinger in de pap heeft en voor wie blanken al even bang zijn als Chinezen, op een bepaalde manier de good guy wordt, omdat hij haar laat zijn wie ze is: een godin die alles geeft en iedereen vergeeft, een soort heilige, een bodhisattva bijna.

De geschiedenis van Fusang is gevat in een raamvertelling, waarin een Chinese in de jaren ‘90, getrouwd met een blanke Amerikaan, zich verdiept in het leven van deze legendarische prostituee en maar al te veel herkent: het onbegrip, en het geweld tegen de Chinezen in de VS. Dat is nu, weer dertig jaar later, helaas nog altijd onverminderd actueel.

Besproken: De laatste dochter van het geluk door Yan Geling, vertaald door Marc van der Meer (Amsterdam: Cargo, 2002).

Ook genoemd: The World of Suzie Wong door Richard Mason (Collins, 1957).

* Het vertaalde boek (uitgekomen in 2002, dus voor de blank/wit-discussie) gebruikt consequent ‘blank’. Ik volg in deze recensie de woordkeus in het boek.