Posts tonen met het label Wu Ming-Yi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wu Ming-Yi. Alle posts tonen

vrijdag 6 november 2026

Club Zeebries – Wu Ming-Yi

Portret van schrijver Wu Ming-Yi
 Wu Ming-Yi staat bekend als schrijver die de natuur centraal stelt in zijn romans, maar hij schrijft over veel meer dan alleen natuur. In juni sprak hij in Den Haag over zijn werk, en legde hij uit hoe hij in zijn boeken steeds verschillende niet per se bij elkaar passende dingen wil combineren. In De man met de facetogen bijvoorbeeld combineerde hij de inheemse Taiwanese kijk op de natuur, grote bouwprojecten in Taiwan die schadelijk waren voor het milieu en de plasticsoep in de Grote Oceaan. In De gestolen fiets bracht hij inheemse Taiwanezen die in de Tweede Wereldoorlog werden ingelijfd in het Japanse leger, de fietsen die datzelfde Japanse leger gebruikte bij hun invasie van het Maleise schiereiland en een olifant in de dierentuin van Taipei bij elkaar. Ik had nog nooit eerder iets van Wu gelezen, maar in Club Zeebries is goed te zien hoe hij erin slaagt zulke uiteenlopende onderwerpen in elkaar te vlechten. Naast de natuur gaat dit boek ook over mythes (specifiek die over reuzen), over de inheemse bevolking van Taiwan (specifiek de Truku) en activisme. En door dat alles heen vooral over hoe dat alles zich verhoudt tot de natuur.

Het verhaal begint intrigerend met Siù-tsú, een Han-Taiwanees meisje, en Tunux, een Truku jongen, die elk via een andere grot in het lichaam van een reus terechtkomen. Reuzen houden van grappen, en deze reus had hen allebei voor de lol naar binnen gelokt. In de reus maken ze kort kennis maken met elkaar. Doordat het meisje een lucifer bij zich heeft, kunnen ze elkaar heel eventjes zien (binnen in een reus is het, net als binnen in de hond van Groucho Marx, pikdonker).

Omslag van het boek Club ZeebriesHet mooie aan literatuur boven bijvoorbeeld film is dat je bepaalde dingen vaag kan houden, zodat iedere lezer zich zelf een voorstelling mag maken van hoe groot die reus is en hoe dat werkt met die grotten zijn lichaam in. Kan je als je door zo’n grot loopt zien waar de rots ophoudt en het binnenste van de reus begint, en hoe merk je dat dan? Of is er geen verschil tussen rots en reus? Is een reus zo groot als een berg, of kan hij tussen de bergen doorlopen? Is hij een berg, of vlijt hij zich meer tegen een bergrug aan? In een film zou het allemaal zichtbaar moeten zijn, met al dan niet geslaagde special effects, heel gelikt of juist expres knullig, maar in literatuur kan het gewoon allemaal letterlijk onvoorstelbaar blijven en hoeft het niet altijd met zichzelf te kloppen.

Ik ging er vanuit dat Siù-tsú en Tunux na hun avontuur in de reus-grot door het literaire lot aan elkaar verbonden zouden zijn, en in zekere zin is dat misschien zo, maar niet zo letterlijk als ik verwacht had. Beiden groeien apart van elkaar op, elk in hun eigen dorp, met hun eigen ervaringen en tegenslagen die boeiend en lezenswaardig zijn maar die ik hier toch oversla, anders wordt dit stuk zo lang. Uiteindelijk komt zij, inmiddels met een dochtertje, weer naar het Truku dorp waar hij ook al een poos weer woont. Ik schrijf hier even ‘dorp’, maar in het Mandarijn staat er bùluò 部落. Een wat lastig te vertalen woord: de bùluò is de fysieke groep huizen, maar ook de inheemse gemeenschap die bij elkaar woont op die plek.

Het dorp wordt bedreigd door de geplande bouw van een cementfabriek en een elektriciteitscentrale, waarbij ook de berg waar de mannen van het dorp al generaties lang in de bossen op zwijnen en muntjaks jagen eraan zal gaan. Een activiste uit Taipei, op bezoek bij haar Taipeise vriendin die juf is geworden op de dorpsschool, besluit ter plekke in actie te komen. Tunux en anderen sluiten zich bij hen aan, de beweging wordt steeds groter en weet echte druk uit te oefenen op de beleidsmakers. Het zijn opwekkende hoofdstukken om te lezen: er wordt een beweging opgebouwd, steeds meer mensen gaan ergens voor. Helaas slagen ze uiteindelijk niet. De cementfabriek komt er toch, de berg wordt vernietigd en er komt een permanente stofwolk in het dorp te hangen.

Siù-tsú, die zich inmiddels Jade noemt, heeft de plaatselijke karaoketent overgenomen en groots uitgebreid tot Club Zeebries. Ze ziet kansen als de bouwvakkers en ingenieurs van de cementfabriek neerstrijken. Ook dit zijn boeiende passages om te lezen: Jade bouwt met vaste hand haar kleine imperium op, waarbij ze goed voor haar barmeisjes zorgt maar tegelijk de wind er goed onder heeft.  Haar dochtertje Meeuwtje kan in dit dorp ook ontspannen en gaat graag buiten op allerlei plekken tekenen.

Op een dag lokt de reus Meeuwtje naar zich toe. Niet voor de grap deze keer, maar om hem te helpen. Meeuwtje komt in het hart van de reus terecht en hoort daar wat de fabriek voor hem heeft betekend.

De reus speelt uiteindelijk geen grote bepalende rol (zoals ik wel hoopte, zeker aan het eind, maar ik zal niet spoilen). Hij is meer symbool van de natuur, wat hem overkomt is wat de natuur en het milieu worden aangedaan. Maar Wu Ming-Yi is er heel mooi in geslaagd de Truku reuzenmythe te combineren met de lotgevallen van de ervaringen van inheemse Taiwanezen en het milieuactivisme. 

Besproken: Club Zeebries 《海风酒店》 door Wu Ming-Yi 吴明益 (Nieuw Taipei 新台北: Het Kleine Uitgeverijtje van het Kleine Boekwinkeltje 小小书房小写出版, 2023).

Ook genoemd:
De man met de facetogen 《複眼人》  door Wu Ming-Yi 吴明益 (Taipei 台北: Summer Festival Press 夏日出版社, 2011).
De gestolen fiets 《單車失竊記》  door Wu Ming-Yi 吴明益 (Taipei 台北: Maitian 麥田出版, 2015).